Home

Raad van State, 30-01-2025, ECLI:NL:RVS:2025:290, BRS25000014

Raad van State, 30-01-2025, ECLI:NL:RVS:2025:290, BRS25000014

Gegevens

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
30 januari 2025
Datum publicatie
5 februari 2025
ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:290
Zaaknummer
BRS25000014

Inhoudsindicatie

Bij besluit van 20 december 2024 heeft de minister de vreemdeling in bewaring gesteld.

Uitspraak

BRS.25.000014

ECLI:NL:RVS:2025:290

Datum uitspraak: 30 januari 2025

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

[de vreemdeling],

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats 's-Hertogenbosch, van 6 januari 2025 in zaak nr. NL24.51278 in het geding tussen:

[de vreemdeling]

en

de minister van Asiel en Migratie.

Procesverloop

Bij besluit van 20 december 2024 heeft de minister de vreemdeling in bewaring gesteld.

Bij uitspraak van 6 januari 2025 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. S.J. Koolen, advocaat in Utrecht, hoger beroep ingesteld.

Overwegingen

1. Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. De rechtbank is namelijk terecht en op goede gronden tot haar oordeel gekomen. De Afdeling neemt de motivering onder 6 van de uitspraak van de rechtbank over.

1.1. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).

2. De Afdeling ziet ook ambtshalve geen reden om de bewaring onrechtmatig te achten. Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. B. Meijer, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. T.W.A. Weber, griffier.

w.g. Meijer

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Weber

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 30 januari 2025

846