Home

Stimuleringsregeling flex- en transformatiewoningen

Geldig vanaf 9 februari 2023
Geldig vanaf 9 februari 2023

Stimuleringsregeling flex- en transformatiewoningen

Opschrift

[Tekst geldig vanaf 22-02-2023]

Aanhef

De Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening,

Besluit:

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  1. betaalbare woonruimte:

    1. 1°.

      sociale huurwoning: huurwoning met een aanvangshuurprijs onder de grens als bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a, van de Wet op de huurtoeslag; of

    2. 2°.

      huurwoning voor middenhuur: huurwoning met een aanvangshuurprijs van ten minste het bedrag, bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a, van de Wet op de huurtoeslag, en in 2020 ten hoogste € 1.000, of, indien er voor een geliberaliseerde woning voor middenhuur als bedoeld in artikel 1.1.1, onderdeel j, van het Besluit ruimtelijke ordening in de gemeentelijke verordening ten hoogste een aanvangshuurprijs is bepaald die lager is dan € 1.000, ten hoogste dat bedrag. De in de vorige zin bedoelde bovengrens van € 1.000 wordt met ingang van elk kalenderjaar gewijzigd met het percentage waarmee het bedrag, bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a, van de Wet op de huurtoeslag wordt gewijzigd.

  2. college: college van burgemeester en wethouders;

  3. flexwoning: bouwwerk ten behoeve van huisvesting van personen, geschikt voor verplaatsing en gebruik op een volgende locatie;

  4. gemeenten: gemeenten, genoemd in de bijlage bij artikel 3;

  5. minister: Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening;

  6. ontheemde: persoon die vreemdeling is en tijdelijke bescherming geniet als bedoeld in artikel 2, eerste lid, Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382 van de Raad van 4 maart 2022.

Artikel 2. Projecten

Onder een project wordt verstaan een project waarbij met flexwoningen of transformatieobjecten in betaalbare woonruimten voor onder andere ontheemden en statushouders wordt voorzien en waarbij:

  1. die woonruimten aan de bestaande voorraad woonruimten worden toegevoegd en die gedurende ten minste tien jaar na voltooiing op een of, in het geval van flexwoningen, opvolgende locaties beschikbaar zijn;

  2. de woonruimten bij de eerste verhuur of gebruik voor ten minste 30 procent voor ontheemden of statushouders bestemd zijn;

  3. de woonruimten verhuurd zullen worden op basis van een schriftelijk huurcontract tussen huurder en verhuurder, dan wel om niet in gebruik gegeven worden;

  4. er sprake is van een financieel tekort op het project, dat overblijft na een eventuele aanspraak op andere financiële regelingen vanuit ’s Rijks kas, en de bijdrage aantoonbaar bijdraagt en noodzakelijk is voor het realiseren van woonruimten voor ontheemden en statushouders.

Artikel 3. Specifieke uitkering

1.

De minister verstrekt een specifieke uitkering aan gemeenten voor het versneld realiseren van projecten als bedoeld in artikel 2.

2.

De specifieke uitkering bedraagt de in de bijlage per gemeente opgenomen bedragen.

3.

De gemeente besteedt de specifieke uitkering aan de in de beschikking opgenomen projecten.

4.

De minister kan op verzoek van het college toestaan dat de specifieke uitkering wordt besteed aan het versneld realiseren van andere projecten dan de projecten genoemd in de beschikking, voor zover die projecten tevens voldoen aan de eisen uit artikel 2.

5.

De specifieke uitkering wordt niet verstrekt voor BTW die is verschuldigd over kosten voor de uitvoering van projecten, bedoeld in het eerste lid, voor zover het bedrag van de BTW in aanmerking komt voor compensatie op grond van de Wet op het BTW-compensatiefonds of voor zover de kosten in aanmerking komen voor aftrek op grond van de Wet op de omzetbelasting 1968.

Artikel 4. Verplichtingen

Artikel 5. De uitkering

Artikel 6. Verantwoording, vaststelling en terugvordering

Artikel 7. Inwerkingtreding

Bijlage bij artikel 3 van de Stimuleringsregeling flex- en transformatiewoningen