Home

Gerechtshof Amsterdam, 17-07-2018, ECLI:NL:GHAMS:2018:3008, 200.196.175/01 en 200.201.407/01

Gerechtshof Amsterdam, 17-07-2018, ECLI:NL:GHAMS:2018:3008, 200.196.175/01 en 200.201.407/01

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
17 juli 2018
Datum publicatie
21 augustus 2018
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2018:3008
Zaaknummer
200.196.175/01 en 200.201.407/01

Inhoudsindicatie

Tussenarrest. IPR. Pseudo-exequatur. Albanees vonnis kan wegens strijd met de openbare orde in Nederland niet op de voet van artikel 431 lid 2 Rv worden erkend. Volgt inhoudelijke herbeoordeling van de zaak. Zie ECLI:NL:GHAMS:2017:1278 en ECLI:NL:GHAMS:2017:4228.ECLI:NL:GHAMS:2019:4260.

Uitspraak

afdeling civiel recht en belastingrecht, team I

zaaknummers : 200.196.175/01 en 200.201.407/01

zaak- en rolnummer rechtbank Amsterdam : C/13/573648/HA ZA 14-962

arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 17 juli 2018

in de zaak met zaaknummer 200.196.175/01:

1 de vennootschap naar buitenlands rechtENEL S.p.A.,

gevestigd te Rome, Italië,

2. de vennootschap naar buitenlands recht ENELPOWER S.p.A.,

gevestigd te Milaan, Italië,

appellanten,

advocaat: mr. M.A. Leijten te Amsterdam,

tegen

de vennootschap naar Albanees recht ALBANIABEG AMBIENT Sh.p.k.,

gevestigd te Tirana, Albanië,

geïntimeerde,

advocaat: mr. T.R.B. de Greve te Amsterdam,

en in de zaak met zaaknummer 200.201.407/01:

de vennootschap naar Albanees recht ALBANIABEG AMBIENT Sh.p.k.,

gevestigd te Tirana, Albanië,

appellante in het principaal appel tevens incidenteel geïntimeerde,

advocaat: mr. T.R.B. de Greve te Amsterdam,

tegen

1 de vennootschap naar buitenlands rechtENEL S.p.A.,

gevestigd te Rome, Italië,

2. de vennootschap naar buitenlands recht ENELPOWER S.p.A.,

gevestigd te Milaan, Italië,

3. ENEL INVESTMENT HOLDING B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

4. ENEL FINANCE INTERNATIONAL N.V.,

gevestigd te Amsterdam,

5. ENEL INSURANCE N.V.,

gevestigd te Amsterdam,

6. INTERNATIONAL ENDESA B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

7. ENEL GREEN POWER S.p.A,

voorheen: ENEL GREEN POWER INTERNATIONAL B.V.,

gevestigd te Rome,

8. ENEL GREEN POWER DEVELOPMENT B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

9. ENEL ESN MANAGEMENT B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

10. HYDROMAC ENERGY B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

geïntimeerden in het principaal appel tevens incidenteel appellanten,

advocaat: mr. M.A. Leijten te Amsterdam.

Appellanten in de zaak met zaaknummer 200.196.175/01 worden hierna gezamenlijk Enel c.s. genoemd en ieder afzonderlijk Enel en Enelpower. Geïntimeerde wordt hierna ABA genoemd. Geïntimeerden in het principaal appel tevens incidenteel appellanten sub 3-10 in de zaak met zaaknummer 200.201.407/01 worden hierna de dochtermaatschappijen genoemd.

1 Het geding in hoger beroep

Op 17 oktober 2017 heeft het hof in de zaken met bovengenoemde zaaknummers een tussenarrest in incident gewezen. Voorafgaand aan het wijzen van het tussenarrest in incident heeft ABA een memorie van antwoord in het principaal appel in de zaak met zaaknummer 200.196.175/01 tevens memorie van antwoord in het incidenteel appel in de zaak met zaaknummer 200.201.407/01 ingediend, met producties. Voor het overige procesverloop in beide zaken tot aan het tussenarrest in incident, verwijst het hof naar dat tussenarrest.

Partijen hebben daarna in beide zaken de volgende stukken ingediend:

-

akte na 843a-incident zijdens Enel c.s. en de dochtermaatschappijen, met producties;

-

antwoordakte na het art. 843a Rv incident zijdens ABA, met producties.

Op 9 januari 2018 heeft de rolraadsheer een rolbeslissing gegeven waarbij de verzoeken van Enel c.s. om bij akte te morgen reageren op de antwoordakte van ABA en tot uitstel van het pleidooi, zijn afgewezen.

Partijen hebben de zaken ter zitting van 29 januari 2018 doen bepleiten, ABA door mr. De Greve voornoemd en mrs. J.S. Kortmann en S.L. Boersen, advocaten te Amsterdam, en Enel c.s. en de dochtermaatschappijen door mr. Leijten voornoemd en mr. J. de Bie Leuveling Tjeenk, advocaat te Amsterdam, ieder aan de hand van pleitnotities die zijn overgelegd. Beide partijen hebben nog producties in het geding gebracht.

Overeenkomstig de ter zitting met partijen gemaakte afspraken hebben Enel c.s. en de dochtermaatschappijen op 13 februari 2018 nog een akte met producties genomen, waarna ABA een antwoordakte met productie heeft genomen.

Vervolgens is arrest bepaald.

2 Feiten

3 Beoordeling

4 Beslissing