Home

Gerechtshof Amsterdam, 03-12-2019, ECLI:NL:GHAMS:2019:4260, 200.196.175/01 en 200.201.407/01

Gerechtshof Amsterdam, 03-12-2019, ECLI:NL:GHAMS:2019:4260, 200.196.175/01 en 200.201.407/01

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
3 december 2019
Datum publicatie
3 december 2019
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2019:4260
Formele relaties
Zaaknummer
200.196.175/01 en 200.201.407/01

Inhoudsindicatie

Beëindiging joint venture (waterkrachtcentrale in Albanië). Rechtsmacht Nederlandse rechter; inhoudelijke herbeoordeling vordering ca. €400 miljoen na niet-erkend Albanees vonnis (art. 431 lid 2 Rv). Is beëindiging joint venture en niet sluiten eerder besproken overeenkomsten onrechtmatig jegens Albanese projectvennootschap? Toepasselijk recht (art. 3 Wet conflictenrecht onrechtmatige daad). Twee conclusieregel. Onrechtmatig beslag in Nederland? Verwijzing naar schadestaat. Vervolg op ECLI:NL:GHAMS:2017:1278, ECLI:NL:GHAMS:2017:4228 en ECLI:NL:GHAMS:2018:3008.

Uitspraak

afdeling civiel recht en belastingrecht, team I

zaaknummers : 200.196.175/01 en 200.201.407/01

zaaknummer rechtbank Amsterdam : C/13/573648/HA ZA 14-962

arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 3 december 2019

in de zaak met zaaknummer 200.196.175/01:

1 de vennootschap naar buitenlands recht ENEL S.p.A.,

gevestigd te Rome, Italië,

2. de vennootschap naar buitenlands recht ENELPOWER S.p.A.,

gevestigd te Milaan, Italië,

appellanten,

advocaat: mr. M.A. Leijten te Amsterdam,

tegen

de vennootschap naar buitenlands recht ALBANIABEG AMBIENT Sh.p.k.,

gevestigd te Tirana, Albanië,

geïntimeerde,

advocaat: mr. J.W. de Groot te Amsterdam,

en in de zaak met zaaknummer 200.201.407/01:

de vennootschap naar buitenlands recht ALBANIABEG AMBIENT Sh.p.k.,

gevestigd te Tirana, Albanië,

appellante in het principaal appel tevens incidenteel geïntimeerde,

advocaat: mr. J.W. de Groot te Amsterdam,

tegen

1 de vennootschap naar buitenlands recht ENEL S.p.A.,

gevestigd te Rome, Italië,

2. de vennootschap naar buitenlands recht ENELPOWER S.p.A.,

gevestigd te Milaan, Italië,

3. ENEL INVESTMENT HOLDING B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

4. ENEL FINANCE INTERNATIONAL N.V.,

gevestigd te Amsterdam,

5. ENEL INSURANCE N.V.,

gevestigd te Amsterdam,

6. INTERNATIONAL ENDESA B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

7. ENEL GREEN POWER S.p.A. (voorheen: Enel Green Power International B.V.),

gevestigd te Rome, Italië,

8. ENEL GREEN POWER DEVELOPMENT S.r.l. (voorheen: Enel Green Power Development B.V. en daarvoor: Enel Green Power South Africa B.V.),

gevestigd te Rome, Italië,

9. ENEL ESN MANAGEMENT B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

10. HYDROMAC ENERGY S.r.l. (voorheen: Hydromac Energy B.V.),

gevestigd te Rome, Italië,

geïntimeerden in het principaal appel tevens incidenteel appellanten,

advocaat: mr. M.A. Leijten te Amsterdam.

Appellanten in de zaak met zaaknummer 200.196.175/01 (hierna: de zaak met nr. 175) worden hierna gezamenlijk Enel c.s. genoemd en ieder afzonderlijk Enel en Enelpower. Geïntimeerde wordt hierna ABA genoemd.

Ook in de zaak met zaaknummer 200.201.407/01 (de zaak met nr. 407) worden ABA, Enel en Enelpower (Enel c.s.) aldus aangeduid. Geïntimeerden in het principaal appel tevens incidenteel appellanten sub 3-10 in die zaak worden hierna de dochtermaatschappijen genoemd. Alle geïntimeerden in de zaak met nr. 407 samen zullen ook Enel c.s. en de dochters worden genoemd.

1 Het verdere procesverloop

Op 17 juli 2018 heeft het hof in de zaken met bovengenoemde zaaknummers een

tussenarrest gewezen (hierna het tussenarrest). Voor het procesverloop in beide zaken tot aan het tussenarrest verwijst het hof naar dat tussenarrest.

Ter zake van de in het tussenarrest noodzakelijk geoordeelde inhoudelijke herbeoordeling van de zaak op de voet van art. 431 lid 2 Rv heeft het hof, op grond van eerder tussen partijen gemaakte procesafspraken, Enel c.s. (en de dochters) in de gelegenheid gesteld zich nader uit te laten bij memorie. Iedere verdere beslissing is aangehouden.

Op 9 oktober 2018 heeft ABA in beide zaken een memorie na tussenarrest genomen, met producties 240 tot en met 306.

Op 8 november 2018 heeft in beide zaken een regiecomparitie plaatsgevonden. Het hof heeft Enel c.s. (en de dochters) toegestaan bij akte te reageren op de bij de hiervoor bedoelde memorie na tussenarrest van ABA overgelegde, nieuwe producties en de stukken die zijn overgelegd naar aanleiding van de beslissing op de incidentele vordering ex art. 843a Rv.

Van de comparitie is proces-verbaal opgemaakt.

Op 11 december 2018 hebben Enel c.s. (en de dochters) in beide zaken een akte uitlating producties memorie na tussenarrest en art. 843a Rv-incident genomen.

Op 11 maart 2019 zijn in beide zaken overgelegd een akte houdende overlegging producties zijdens ABA, met producties 307 tot en met 374 en een akte houdende overlegging producties zijdens Enel c.s., met producties 248 tot en met 253.

Op 18 maart 2019 zijn ten aanzien van beide zaken bij het hof ingekomen een skeleton zijdens Enel c.s. (en de dochters) en een skeleton argument zijdens ABA.

Partijen hebben de zaken ter zitting van 8 april 2019 doen bepleiten, Enel c.s. (en de dochters) door mrs. De Bie Leuveling Tjeenk en Verhoeven-De Vries Lentsch, advocaten te Amsterdam, en ABA door mr. De Groot voornoemd en mrs. A.E.H. van der Voort Maarschalk, M.V.A. Heuten en K. van der Graaf, advocaten te Amsterdam, ieder aan de hand van pleitnotities die zijn overgelegd.

Ter zake van de door Enel c.s. (en de dochters) ter zitting geuite bezwaren tegen de nader overgelegde producties van ABA (307 tot en met 374) heeft het hof Enel c.s. (en de dochters) in de gelegenheid gesteld bij akte te reageren op de producties, voor zover gesteld in het Nederlands of Engels, waarop ABA een beroep heeft gedaan, waartoe het hof de desbetreffende producties heeft opgesomd.

Vervolgens is de behandeling van de zaak gesloten.

Van de zitting is proces-verbaal opgemaakt.

Nadien heeft ABA bij brief van 26 april 2019 het hof verzocht een vijftal nadere producties, die niet ter zitting door het hof zijn genoemd, alsnog in de nadere beoordeling te betrekken. Enel c.s. (en de dochters) hebben bij faxbericht van 2 mei 2019 verklaard daartegen geen bezwaar te hebben en de genoemde producties in haar akte te zullen betrekken.

Op 21 mei 2019 is zijdens Enel. c.s. (en de dochters) in beide zaken overgelegd een akte uitlating producties memorie na tussenarrest en art. 843a-Rv incident. Van de zijde van ABA is bij brief van 7 juni 2019 tegen deze akte bezwaar gemaakt, waarop Enel c.s. hebben gereageerd bij brief van 11 juni 2019. Het hof heeft ABA in de gelegenheid gesteld uiterlijk op 2 juli 2019 bij akte van maximaal 10 pagina’s te reageren, waarbij geen nieuwe producties mogen worden overgelegd.

Op 2 juli 2019 heeft ABA een akte genomen, waartegen Enel c.s. (en de dochters) bezwaar hebben gemaakt, op welk bezwaar ABA heeft gereageerd. De akte is toegelaten.

Ten slotte hebben partijen opnieuw arrest gevraagd.

2 De verdere beoordeling

3 Beslissing