Home

Gerechtshof Amsterdam, 22-09-2022, ECLI:NL:GHAMS:2022:3009, 21/00454

Gerechtshof Amsterdam, 22-09-2022, ECLI:NL:GHAMS:2022:3009, 21/00454

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
22 september 2022
Datum publicatie
26 oktober 2022
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2022:3009
Zaaknummer
21/00454
Relevante informatie
Art. 17 Wet WOZ, Art. 7:15 Awb

Inhoudsindicatie

WOZ-waarde onroerende zaak; grondstaffel bovenwoning.

Uitspraak

kenmerk 21/00454

22 september 2022

uitspraak van de vijfde meervoudige belastingkamer

op het hoger beroep van

[X] B.V., gevestigd te [Z] , belanghebbende,

(gemachtigde: mr. D.A.N. Bartels)

tegen de uitspraak van 12 mei 2021 in de zaak met kenmerk AMS 19/6068 van de rechtbank Amsterdam (hierna: de rechtbank) in het geding tussen

belanghebbende

en

de heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam, de heffingsambtenaar.

1 Ontstaan en loop van het geding

1.1.

De heffingsambtenaar heeft bij beschikking van 30 april 2019 de WOZ-waarde van de woning [straatnaam A] [huisnummer 1] te Amsterdam (hierna: de woning) vastgesteld (hierna: de WOZ-beschikking) alsmede de aanslagen onroerendezaakbelasting en rioolheffing bekendgemaakt (hierna: de aanslagen).

1.2.

Op 4 juni 2019 heeft de heffingsambtenaar belanghebbendes bezwaar tegen de WOZ-beschikking en de aanslagen (gedateerd 29 mei 2019) ontvangen.

1.3.

Met de uitspraak van 21 oktober 2019 heeft de heffingsambtenaar het bezwaar van belanghebbende ongegrond verklaard en de WOZ-beschikking en aanslagen gehandhaafd.

1.4.

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak op bezwaar beroep ingesteld. In haar uitspraak van 12 mei 2021 heeft de rechtbank het volgende beslist:

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep ongegrond;

- wijst het verzoek om immateriële schadevergoeding af.”

1.5.

Het door belanghebbende tegen de uitspraak van de rechtbank ingestelde hoger beroep heeft het Hof ontvangen op 23 juni 2021 en is nader gemotiveerd op 2 augustus 2021. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.

1.6.

Een door belanghebbende ingediend nader stuk is op 9 juni 2022 ingekomen bij het Hof. Een afschrift van dit stuk is aan de heffingsambtenaar verstrekt.

1.7.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 22 juni 2022. Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt dat met deze uitspraak wordt meegezonden.

2 Feiten

2.1.

Belanghebbende is eigenaar van de woning. De woning is een karakteristieke historische bovenwoning uit 1899 met een oppervlakte van 66 m2, met zolder en berging.

2.2.

De heffingsambtenaar heeft ter onderbouwing van de door hem voor de woning op € 422.000 vastgestelde waarde in beroep onder meer een matrix overgelegd (‘Overzicht taxatiewaarden’), met daarin opgenomen (verkoop)gegevens van een drietal objecten (hierna: de vergelijkingsobjecten) te weten [straatnaam A] [huisnummer 2] (verkoop 1) en [huisnummer 3] (verkoop 2) en [straatnaam B] [huisnummer 4] (verkoop 3). Hieronder staat het overzicht.

De (herleide) gemiddelde prijs per m2 van het woningdeel van de vergelijkingsobjecten bedraagt volgens het overzicht € 6.523.

2.3.

Ter zitting van het Hof heeft gemachtigde van belanghebbende voor zover van belang het volgende verklaard:

“Ik procedeer namens [X] B.V. Ook in bezwaar en beroep heb ik namens deze vennootschap opgetreden. (…) Ik beschouw de tenaamstelling van de uitspraak van de rechtbank op naam van [A] als een kennelijke fout, dit had [X] B.V. moeten zijn. Ik heb er geen bezwaar tegen als het Hof aan deze fout voorbij gaat en voor “ [A] ” “ [X] B.V.” leest.”

En heeft de heffingsambtenaar voor zover van belang het volgende verklaard:

“Ook ik beschouw [X] B.V. en niet [A] als procespartij in dit geschil en sluit me wat dit betreft aan bij het standpunt van de gemachtigde van belanghebbende.

(…)

Voor de vaststelling van de waarde sluiten wij aan bij de latere datum van transport, dat is niet nadelig voor belanghebbende. Het werkt juist in het nadeel van de gemeente, want de indexatie vanaf de transactiedatum zou tot een hogere gecorrigeerde koopprijs van het vergelijkingsobject leiden.”

3 Geschil in hoger beroep

3.1.

In hoger beroep is in geschil of de heffingsambtenaar het taxatieverslag in de bezwaarfase aan belanghebbende heeft toegezonden en in eerste aanleg bij de rechtbank heeft ingebracht en of hij terecht geen grondstaffels heeft ingebracht. Voorts is in hoger beroep in geschil of de WOZ-waarde van de woning niet te hoog is vastgesteld en of belanghebbende recht heeft op vergoeding van immateriële schade vanwege overschrijding van de redelijke termijn voor de berechting van het geschil.

3.2.

Partijen doen hun standpunten steunen op de gronden welke door hen zijn aangevoerd in de van hen afkomstige stukken. Voor hetgeen zij daaraan ter zitting hebben toegevoegd wordt verwezen naar het van het verhandelde ter zitting opgemaakte proces-verbaal.

4 Overwegingen van de rechtbank

5 Beoordeling van het geschil

6 Kosten

7 Beslissing