Gerechtshof Amsterdam, 22-12-2022, ECLI:NL:GHAMS:2022:3698, 21/01746 tot en met 21/01750
Gerechtshof Amsterdam, 22-12-2022, ECLI:NL:GHAMS:2022:3698, 21/01746 tot en met 21/01750
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Amsterdam
- Datum uitspraak
- 22 december 2022
- Datum publicatie
- 28 december 2022
- Zaaknummer
- 21/01746 tot en met 21/01750
- Relevante informatie
- Art. 225 Gemw, Art. 234 lid 7 Gemw, Art. 8 Iw 1990, Art. 4:84 Awb
Inhoudsindicatie
Evenals bij de rechtbank is bij het Hof in geschil of de naheffingsaanslagen terecht zijn opgelegd aan belanghebbende.
Uitspraak
Kenmerken 21/01746 tot en met 21/01750
22 december 2022
uitspraak van de derde meervoudige belastingkamer
op het hoger beroep van
de heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam, de heffingsambtenaar
tegen de uitspraak van 15 oktober 2021 in de zaken met kenmerken AMS 20/6245 tot en met 20/6248 en 20/6250 van de rechtbank Amsterdam (hierna: de rechtbank) in het geding tussen
de heffingsambtenaar
en
[X] , wonende te [Z] , belanghebbende.
1 Ontstaan en loop van het geding
Aan belanghebbende zijn in de periode van 27 oktober 2020 tot en met 3 november 2020 negen naheffingsaanslagen parkeerbelasting opgelegd.
Na daartegen door belanghebbende gemaakt bezwaar, heeft de heffingsambtenaar uit coulance vier naheffingsaanslagen vernietigd en bij uitspraken op bezwaar van 23 november 2020 (de bestreden uitspraken op bezwaar) de vijf hierna vermelde naheffingsaanslagen (de naheffingsaanslagen) gehandhaafd.
|
Datum constatering |
Aanslagnr. |
Bedrag |
|
27 oktober 2020 |
95673195 |
€ 80,60 |
|
28 oktober 2020 |
95685985 |
€ 70,50 |
|
28 oktober 2020 |
95695277 |
€ 70,50 |
|
29 oktober 2020 |
95708838 |
€ 81,20 |
|
30 oktober 2020 |
95725098 |
€ 70,50 |
Belanghebbende heeft tegen de bestreden uitspraken op bezwaar beroep ingesteld.
De rechtbank heeft daarop bij de bovengenoemde uitspraak van 15 oktober 2021 als volgt beslist:
“De rechtbank:
- -
-
verklaart de beroepen gegrond en vernietigt de bestreden uitspraken op bezwaar;
- -
-
vernietigt de naheffingsaanslagen parkeerbelasting;
- -
-
bepaalt dat de heffingsambtenaar het door [belanghebbende] betaalde griffierecht van € 48,- aan hem vergoedt.”
Het tegen deze uitspraak door de heffingsambtenaar ingestelde hoger beroep is bij het Hof ingekomen op 23 november 2021. Een nadere motivering van het hoger beroep is bij het Hof ingekomen op 20 december 2021. Belanghebbende heeft een verweerschrift ingediend.
De heffingsambtenaar heeft bij brief van 7 februari 2022 een conclusie van repliek ingediend. Belanghebbende heeft bij brief van 22 februari 2022 een conclusie van dupliek ingediend.
Beide partijen hebben het Hof toestemming verleend tot het achterwege laten van een onderzoek ter zitting. Hierop heeft het Hof bepaald het onderzoek ter zitting achterwege te laten, het onderzoek op 4 oktober 2022 te sluiten en schriftelijk uitspraak te doen.
2 Feiten
Het Hof stelt de volgende feiten vast:
Tijdens controles is gebleken dat de auto van belanghebbende met kenteken [kenteken] de auto) op de in 1.2. vermelde data stilstond op een fiscale parkeerplaats (een parkeerplaats die ingevolge de Verordening Parkeerbelasting 2020 van de gemeente [Z] is aangewezen als een parkeerplaats voor betaald parkeren) zonder dat de voor het parkeren op die plaats verschuldigde parkeerbelasting was voldaan.
In belanghebbendes beroepschrift in eerste aanleg staat onder andere het volgende vermeld:
“Vanwege schadeherstel aan mijn auto heb ik mijn parkeervergunning op 21-okt-2020 tijdelijk laten omzetten naar het kenteken van de leenauto die ik van het garagebedrijf heb meegekregen. Nadat mijn auto op 27-okt-2020 gereed was en de leenauto weer ingeleverd, ben ik op dat moment vergeten mijn parkeervergunning terug te laten wijzigen naar het oorspronkelijke kenteken. (…)”
3 Geschil in hoger beroep
Evenals bij de rechtbank is bij het Hof in geschil of de naheffingsaanslagen terecht zijn opgelegd aan belanghebbende.