Home

Gerechtshof Amsterdam, 06-12-2022, ECLI:NL:GHAMS:2022:3729, 22/00019

Gerechtshof Amsterdam, 06-12-2022, ECLI:NL:GHAMS:2022:3729, 22/00019

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
6 december 2022
Datum publicatie
11 januari 2023
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2022:3729
Zaaknummer
22/00019
Relevante informatie
Art. 8:75 Awb

Inhoudsindicatie

Het Hof vernietigt de uitspraak van de rechtbank. Proceskostenvergoeding.

Uitspraak

kenmerk 22/00019

6 december 2022

uitspraak van de derde meervoudige belastingkamer

op het hoger beroep van

[X] , woonachtig te [Z] , belanghebbende,

(gemachtigde: mr. N.G.A. Voorbach)

tegen de uitspraak van 6 december 2021 in de zaak met kenmerk AMS 21/774 van de rechtbank Amsterdam (hierna: de rechtbank) in het geding tussen

belanghebbende

en

de heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam, de heffingsambtenaar.

1 Ontstaan en loop van het geding

1.1.

De heffingsambtenaar heeft aan belanghebbende een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd. Belanghebbende heeft daartegen bezwaar gemaakt.

1.2.

De heffingsambtenaar heeft bij uitspraak op bezwaar van 30 december 2020 het bezwaar ongegrond verklaard.

1.3.

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak op bezwaar beroep ingesteld. In haar uitspraak van 6 december 2021 heeft de rechtbank als volgt beslist:

“De rechtbank:

-

verklaart het beroep niet-ontvankelijk;

-

draagt de heffingsambtenaar op het betaalde griffierecht van € 49,- aan [belanghebbende] te vergoeden;

-

veroordeelt de heffingsambtenaar in de proceskosten van [belanghebbende] tot een bedrag van € 506,50;

-

veroordeelt de heffingsambtenaar tot vergoeding van de wettelijke rente over de aan [Hof: belanghebbende] toegekende proceskosten en griffierecht, te rekenen vanaf vier weken na verzending van deze uitspraak tot aan de dag van algehele voldoening.”

1.4.

Het tegen de uitspraak van de rechtbank door belanghebbende ingestelde hoger beroep is bij het Hof ingekomen op 12 januari 2022. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.

1.5.

Bij e-mailbericht van 12 januari 2022 en bij brief van 10 maart 2022 hebben belanghebbende en de heffingsambtenaar meegedeeld af te zien van een mondelinge behandeling. Partijen hebben het Hof aldus toestemming gegeven om zonder mondelinge behandeling op het hoger beroep te beslissen. Het Hof heeft daarop het onderzoek gesloten en partijen bij brief van 29 november 2022 bericht dat schriftelijk uitspraak zal worden gedaan.

2 Feiten

2.1.

De rechtbank heeft partijen bij brief van 22 september 2021 uitgenodigd voor de zitting op 10 november 2021.

2.2.

De heffingsambtenaar heeft de rechtbank bij brief van 13 oktober 2021 onder meer het volgende meegedeeld:

“Gelet op het beroep van [belanghebbende] acht de heffingsambtenaar het niet onaannemelijk dat er wellicht sprake is geweest van laden en lossen in de zin van de Verordening. Ik vernietig de naheffingsaanslag. Wat betreft het verzoek om een proceskostenvergoeding verzoek ik u het Besluit proceskosten bestuursrecht toe te passen. De heffingsambtenaar heeft verder geen bijzonderheden in te brengen. (…) Daarmee is het beroep gegrond. De gemeente Amsterdam Belastingen zal het betaalde griffierecht aan [belanghebbende] vergoeden.”

2.3.

De rechtbank heeft vervolgens de zaak behandeld op de zitting van 10 november 2021. Namens belanghebbende is (een kantoorgenoot van) de gemachtigde verschenen.

3 Geschil in hoger beroep

In hoger beroep is in geschil of de rechtbank terecht geen proceskostenvergoeding heeft toegekend voor het verschijnen van de gemachtigde van belanghebbende ter zitting.

4 Het oordeel van de rechtbank

5 Beoordeling van het geschil

6 Kosten

7 Beslissing