Gerechtshof Amsterdam, 06-09-2022, ECLI:NL:GHAMS:2022:3789, 21/01827
Gerechtshof Amsterdam, 06-09-2022, ECLI:NL:GHAMS:2022:3789, 21/01827
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Amsterdam
- Datum uitspraak
- 6 september 2022
- Datum publicatie
- 8 februari 2023
- Zaaknummer
- 21/01827
- Relevante informatie
- Art. 17 Wet WOZ, Art. 22 Wet WOZ, Art. 40 Wet WOZ, Art. 6:17 Awb, Art. 7:4 Awb, Art. 8:42 Awb
Inhoudsindicatie
Informatievoorziening bezwaarfase; WOZ-waarde woning.
Uitspraak
Kenmerk 21/01827
6 september 2022
uitspraak van de vijfde enkelvoudige belastingkamer
op het hoger beroep van
[belanghebbende] , wonende te [plaats] , belanghebbende,
gemachtigde: G. Gieben (Previcus Vastgoed)
tegen de uitspraak van 12 november 2021 in de zaak met kenmerk HAA 20/5480 van de rechtbank Noord-Holland (hierna: de rechtbank) in het geding tussen
belanghebbende
en
de heffingsambtenaar van de gemeente [plaats] , de heffingsambtenaar.
1 Ontstaan en loop van het geding
De heffingsambtenaar heeft bij beschikking krachtens artikel 22 van de Wet waardering onroerende zaken (hierna: de Wet WOZ) met dagtekening 29 februari 2020 de waarde van de onroerende zaak bekend als [adres 1] te [plaats] (hierna: de woning) op de waardepeildatum 1 januari 2019 voor het kalenderjaar 2020 (hierna ook: de WOZ-waarde) vastgesteld op € 205.000. In hetzelfde geschrift is de aanslag onroerendezaakbelastingen voor het jaar 2020 bekendgemaakt.
Na daartegen door belanghebbende gemaakt bezwaar heeft de heffingsambtenaar bij uitspraak, gedagtekend 1 september 2020, de WOZ-waarde en de aanslag gehandhaafd.
De rechtbank heeft het tegen de uitspraak op bezwaar door belanghebbende ingestelde beroep bij uitspraak van 12 november 2021 ongegrond verklaard.
Het tegen deze uitspraak door belanghebbende ingestelde hoger beroep is bij het Hof ingekomen op 16 december 2021 en bij brief van 10 januari 2022 door belanghebbende aangevuld.
Op 3 mei 2022 heeft het Hof een nader stuk van belanghebbende ontvangen. Op 21 juni 2022 heeft het Hof een nader stuk van de heffingsambtenaar ontvangen. Bij brief van 27 juni 2022 heeft belanghebbende het Hof verzocht het nadere stuk van de heffingsambtenaar tardief te verklaren. Een afschrift van elk van deze stukken is steeds aan de wederpartij verstrekt.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 28 juni 2022. Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt dat met deze uitspraak wordt meegezonden.
2 Feiten
Het Hof stelt de volgende feiten vast:
Belanghebbende is eigenaar van de woning. De woning is een hoekwoning met een inhoud van 350 m3, met een berging van 7 m2, gelegen op een perceel van 152 m2.
In de bezwaarfase is aan belanghebbende een taxatieverslag verstrekt waarin de waarde van de woning per 1 januari 2019 is gewaardeerd op € 205.000.
In de aanvulling van het bezwaarschrift, gedagtekend 23 juni 2020, heeft belanghebbende verzocht om aanvullende gegevens betreffende de KOUDV- en liggingsfactoren en (bepaalde) onderdeelwaarden van de woning en de vergelijkingsobjecten en betreffende de gehanteerde indexeringspercentages.
De heffingsambtenaar heeft ter onderbouwing van de vastgestelde waarde in beroep een matrix overgelegd, waarin wordt verwezen naar (verkoop)gegevens van drie woningen (hierna: de vergelijkingsobjecten). De vergelijkingsobjecten betreffen alle drie rijwoningen. De matrix bevat verder onder meer de volgende gegevens van de vergelijkingsobjecten:
|
Adres |
Inhoud (m3) woning |
Opp. (m2) grond |
Inschrijving kadaster |
Transactieprijs |
|
[adres 2] |
380 |
155 |
06-08-2018 |
€ 212.500 |
|
[adres 3] |
326 |
130 |
01-02-2019 |
€ 201.000 |
|
[adres 4] |
320 |
132 |
12-07-2019 |
€ 199.052 |
In de matrix zijn de KOUDV- en liggingsfactoren van de woning en van de vergelijkingsobjecten als gemiddeld aangemerkt; met als uitzondering dat van de objecten [adres 2] en [adres 3] de factor voorzieningen als bovengemiddeld is gekwalificeerd.
3 Geschil in hoger beroep
Evenals bij de rechtbank is in hoger beroep in geschil of de heffingsambtenaar in de bezwaarfase mocht volstaan met het ter inzage leggen van de door de gemachtigde – in aanvulling op het taxatieverslag – gevraagde gegevens, dan wel (afschriften van) deze gegevens aan de gemachtigde had moeten toezenden. Daarnaast is evenals bij de rechtbank in hoger beroep in geschil of de WOZ-waarde van de woning niet te hoog is vastgesteld.
Partijen doen hun standpunten steunen op de gronden welke door hen zijn aangevoerd in de van hen afkomstige stukken. Voor hetgeen van de zijde van belanghebbende daaraan ter zitting is toegevoegd, wordt verwezen naar het van het verhandelde ter zitting opgemaakte procesverbaal.