Home

Gerechtshof Amsterdam, 01-12-2022, ECLI:NL:GHAMS:2022:3826, 21/00502

Gerechtshof Amsterdam, 01-12-2022, ECLI:NL:GHAMS:2022:3826, 21/00502

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
1 december 2022
Datum publicatie
15 maart 2023
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2022:3826
Zaaknummer
21/00502
Relevante informatie
Art. 17 WOZ, Art. 65 AWR, Art. 8:75 Awb, Art. 8:108 Awb

Inhoudsindicatie

WOZ-waarde woning niet te hoog vastgesteld.

Uitspraak

kenmerk 21/00502

1 december 2022

uitspraak van de derde meervoudige belastingkamer

op het hoger beroep van

[belanghebbende] , wonende te [plaats] , belanghebbende,

tegen de uitspraak van 3 juni 2021 in de zaak met kenmerk HAA 20/2111 van de rechtbank Noord-Holland (hierna: de rechtbank) in het geding tussen

belanghebbende

en

de heffingsambtenaar van de gemeente [gemeente] , de heffingsambtenaar.

1 Ontstaan en loop van het geding

1.1.

De heffingsambtenaar heeft bij beschikking met dagtekening 31 maart 2019 op de voet van artikel 22 van de Wet waardering onroerende zaken (hierna: de Wet WOZ) de waarde van de onroerende zaak bekend als [a-straat] 27 te [plaats] (hierna: de woning) op de waardepeildatum 1 januari 2018 voor het kalenderjaar 2019 (hierna: de WOZ-waarde) vastgesteld op € 263.000. In hetzelfde geschrift is ook de aanslag onroerendezaakbelastingen voor het jaar 2019 bekendgemaakt.

1.2.

De heffingsambtenaar heeft het daartegen door belanghebbende gemaakte bezwaar bij uitspraak op bezwaar van 20 februari 2020 ongegrond verklaard.

1.3.

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak op bezwaar beroep ingesteld. De rechtbank heeft het beroep bij bovengenoemde uitspraak van 3 juni 2021 ongegrond verklaard.

1.4.

Het tegen de uitspraak van de rechtbank door belanghebbende ingestelde hoger beroep is bij het Hof ingekomen op 15 juli 2021. Belanghebbende heeft op 26 november 2021 en 10 januari 2022 aanvullende stukken ingediend. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.

1.5.

Belanghebbende heeft op 4 mei 2022 en 16 oktober 2022 nadere stukken ingediend. Afschriften hiervan zijn toegezonden aan de heffingsambtenaar.

1.6.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 26 oktober 2022. Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt dat met deze uitspraak wordt meegezonden.

1.7.

Op 16 november 2022 (nadat het onderzoek ter zitting was gesloten) heeft het Hof een stuk ontvangen dat door belanghebbende op 17 oktober 2022 bij de rechtbank was ingediend en dat vervolgens door de rechtbank aan het Hof is doorgezonden. Het Hof heeft dit stuk tot de gedingstukken gerekend. Aan de heffingsambtenaar is hiervan geen afschrift toegezonden, aangezien de heffingsambtenaar (gelet op hetgeen in onderdeel 5 is overwogen en beslist) hierdoor niet is benadeeld.

2 Feiten

2.1.

De rechtbank heeft de volgende feiten vastgesteld (in de uitspraak van de rechtbank wordt belanghebbende aangeduid als ‘eiser’ en de heffingsambtenaar als ‘verweerder’):

Feiten

1. Eiser is genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van de woning.

De woning is een twee-onder-één-kapwoning met een vrijstaande garage. De inhoud van de woning is ongeveer 337 m³ en de oppervlakte van het perceel is 260 m². De woning is voorzien van een vrijstaande garage.

2. Tot de gedingstukken behoort een door verweerder op 8 september 2020 opgesteld waarderapport (hierna: het rapport) met bijgevoegde matrix “taxatie op basis van KOULDV” (hierna: matrix-I). Hierin is de waarde van de woning per de waardepeildatum 1 januari 2018 (hierna: de waardepeildatum) getaxeerd op € 265.000.

3. Tot de gedingstukken behoort een matrix “Taxatie op basis van investering” (hierna: matrix-II) waarbij de woning per de waardepeildatum is getaxeerd op € 375.000.”

2.2.

Nu de hiervoor vermelde feiten door partijen op zichzelf niet zijn bestreden, zal ook het Hof daarvan uitgaan.

3 Geschil in hoger beroep

In hoger beroep is evenals in eerste aanleg in geschil of de WOZ-waarde van de woning op de waardepeildatum 1 januari 2018 niet te hoog is vastgesteld.

4 Het oordeel van de rechtbank

5 Beoordeling van het geschil in hoger beroep

6 Kosten

7 Beslissing