Gerechtshof Amsterdam, 25-07-2023, ECLI:NL:GHAMS:2023:1952, 22/00222
Gerechtshof Amsterdam, 25-07-2023, ECLI:NL:GHAMS:2023:1952, 22/00222
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Amsterdam
- Datum uitspraak
- 25 juli 2023
- Datum publicatie
- 8 november 2023
- Zaaknummer
- 22/00222
- Relevante informatie
- Art. 17 Wet WOZ, Art. 18 Wet WOZ, Art. 22 Wet WOZ, Art. 40 Wet WOZ, Art. 6:17 Awb, Art. 7:4 Awb, Art. 8:42 Awb
Inhoudsindicatie
WOZ-waarde hotel. Huurwaardekapitalisatiemethode. Gelet op de werkelijk betaalde huur is de heffingsambtenaar eerder van een (veel) te lage dan van een te hoge huur uitgegaan. De heffingsambtenaar maakt de waarde aannemelijk.
Uitspraak
kenmerk 22/00222
25 juli 2023
uitspraak van de vijfde meervoudige belastingkamer
op het hoger beroep van
[X] , gevestigd te [Z] (NH), belanghebbende,
(gemachtigde: mr. D.A.N. Bartels MRE)
tegen de uitspraak van 25 maart 2022 in de zaak met kenmerk HAA 20/937 van de rechtbank Noord-Holland (hierna: de rechtbank) in het geding tussen
belanghebbende
en
de heffingsambtenaar van Cocensus, de heffingsambtenaar.
(gemachtigde: mr. S. Enninga)
1 Ontstaan en loop van het geding
De heffingsambtenaar heeft bij beschikking, gedagtekend 28 februari 2019, krachtens artikel 22 van de Wet waardering onroerende zaken (hierna: de Wet WOZ) de waarde van de onroerende zaak [A-straat] te [Z] (NH) (hierna ook: het object) voor het kalenderjaar 2019 vastgesteld op € 9.611.000. In hetzelfde document heeft de heffingsambtenaar ook de aanslag onroerende zaakbelasting bekendgemaakt.
Belanghebbende heeft hiertegen bezwaar gemaakt.
De heffingsambtenaar heeft bij uitspraak op bezwaar, gedagtekend 29 november 2019, het bezwaar ongegrond verklaard.
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak op bezwaar beroep ingesteld. Bij uitspraak van 25 maart 2022 heeft de rechtbank het beroep ongegrond verklaard.
Het tegen deze uitspraak door belanghebbende ingestelde hoger beroep is bij de griffie van het Hof ingekomen op 30 maart 2022. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.
Van de zijde van belanghebbende is bij de griffie van het Hof op 7 juni 2023 een nader stuk ingekomen. Een kopie daarvan is aan de heffingsambtenaar gezonden.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 18 juli 2023. Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt dat met deze uitspraak wordt meegezonden.
2 Tussen partijen vaststaande feiten
De rechtbank heeft de volgende feiten vastgesteld (in de uitspraak is belanghebbende aangeduid als ‘eiseres’ en de inspecteur als ‘verweerder’):
Feiten
1. Eiseres is eigenaar van het object. Het object betreft een viersterrenhotel met 130 kamers. Het object (hotel) met een oppervlakte van 7.718 m², heeft een restaurant, heeft vergaderzalen en is voorzien van een parkeerterrein voor ongeveer 140 auto’s. Het perceel heeft een oppervlakte van 95.264 m². Het object is gebouwd in 1989.
Nu de hiervoor vermelde feiten door partijen op zichzelf niet zijn bestreden zal ook het Hof daarvan uitgaan. Het Hof voegt daar nog het volgende aan toe.
De huur voor het object bedroeg in 2018 € 1.399.501 (exclusief btw). Deze huurwaarde, die door de gemachtigde van belanghebbende ter zitting van het Hof niet is weersproken, is opgenomen in inventarisatieformulier hotels Taxatiewijzer 2019 versie 1.0 en ingevuld door een medewerker van belanghebbende: [A] (zie bijlage J bij het in eerste aanleg ingediende verweerschrift).
3 Geschil in hoger beroep
Evenals bij de rechtbank is in hoger beroep in geschil of de waarde van het object voor het kalenderjaar 2019 niet te hoog is vastgesteld.
Partijen doen hun standpunten steunen op de gronden die door hen zijn aangevoerd in de van hen afkomstige stukken.