Home

Gerechtshof Amsterdam, 07-02-2023, ECLI:NL:GHAMS:2023:391, 22/00104

Gerechtshof Amsterdam, 07-02-2023, ECLI:NL:GHAMS:2023:391, 22/00104

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
7 februari 2023
Datum publicatie
1 maart 2023
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2023:391
Zaaknummer
22/00104
Relevante informatie
Art. 22 Wet WOZ, Art. 7:4 Awb

Inhoudsindicatie

WOZ-waarde woning; de heffingsambtenaar heeft de WOZ-waarde niet te hoog vastgesteld.

Uitspraak

kenmerk 22/00104

7 februari 2023

uitspraak van de vijfde meervoudige belastingkamer

op het hoger beroep van

[X] , woonachtig te [Z] , belanghebbende,

(gemachtigde: mr. A. Bakker)

tegen de uitspraak van 24 december 2021 in de zaak met kenmerk AMS 21/552 van de rechtbank Amsterdam (hierna: de rechtbank) in het geding tussen

belanghebbende

en

de heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam, de heffingsambtenaar.

1 Ontstaan en loop van het geding

1.1.

De heffingsambtenaar heeft bij beschikking met dagtekening 29 februari 2020 op grond van artikel 22 van de Wet Waardering onroerende zaken (Wet WOZ) de waarde van de onroerende zaak [a-straat 1] te Amsterdam (hierna: de woning) voor het belastingjaar 2020 vastgesteld op € 809.000. Gelijktijdig is door middel van hetzelfde geschrift de aanslag onroerendezaakbelasting eigenaar 2020 bekendgemaakt.

1.2.

Na daartegen gemaakt bezwaar heeft de heffingsambtenaar het bezwaar ongegrond verklaard en de waarde van de woning gehandhaafd.

1.3.

Belanghebbende heeft daartegen beroep ingesteld bij de rechtbank. De rechtbank heeft in haar uitspraak van 24 december 2021 het beroep ongegrond verklaard.

1.4.

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de rechtbank hoger beroep ingesteld. Het hoger beroep heeft het Hof ontvangen op 4 februari 2022 en is aangevuld bij brief van 7 maart 2022. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.

1.5.

De gemachtigde van belanghebbende heeft op 20 november 2022, per e-mail een nader stuk aan het Hof gezonden.

1.6.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 30 november 2022. Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt dat met deze uitspraak wordt meegezonden.

2 Feiten

2.1.

Het Hof neemt hetgeen de rechtbank onder 1 heeft opgenomen over als feiten (in de uitspraak van de rechtbank wordt belanghebbende aangeduid als ‘eiser’):

“1. De woning van eiser is een geschakelde woning van ongeveer 168 m².”

2.2.

Aangezien de hiervoor vermelde feiten door partijen op zichzelf niet zijn bestreden, zal ook het Hof daarvan uitgaan.

3 Geschil in hoger beroep

Evenals bij de rechtbank is in hoger beroep in geschil of de WOZ-waarde van de woning niet te hoog is vastgesteld.

4 Overwegingen van de rechtbank

5 Beoordeling van het geschil

6 Kosten

7 Beslissing