Gerechtshof Amsterdam, 07-02-2023, ECLI:NL:GHAMS:2023:401, 21/01151
Gerechtshof Amsterdam, 07-02-2023, ECLI:NL:GHAMS:2023:401, 21/01151
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Amsterdam
- Datum uitspraak
- 7 februari 2023
- Datum publicatie
- 1 maart 2023
- Zaaknummer
- 21/01151
- Relevante informatie
- Art. 22 Wet WOZ, Art. 40 Wet WOZ, Art. 8:42 Awb
Inhoudsindicatie
WOZ-waarde woning; de heffingsambtenaar maakt aannemelijk dat de waarde niet te hoog is vastgesteld.
Uitspraak
kenmerk 21/01151
7 februari 2023
uitspraak van de vijfde meervoudige belastingkamer
op het hoger beroep van
[X] , woonachtig te [Z] , belanghebbende,
(gemachtigde: mr. A. Bakker)
tegen de uitspraak van 11 augustus 2021 in de zaak met kenmerk AMS 20/1871 van de rechtbank Amsterdam (hierna: de rechtbank) van in het geding tussen
belanghebbende
en
de heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam, de heffingsambtenaar.
1 Ontstaan en loop van het geding
De heffingsambtenaar heeft bij beschikking met dagtekening 28 februari 2019 op grond van artikel 22 van de Wet Waardering onroerende zaken (Wet WOZ) de waarde van de onroerende zaak [a-straat 1] te Amsterdam (hierna: de woning) voor het belastingjaar 2019 vastgesteld op € 380.000. Gelijktijdig is door middel van hetzelfde geschrift de aanslag onroerendezaakbelasting eigenaar 2019 bekendgemaakt.
Na daartegen gemaakt bezwaar heeft de heffingsambtenaar het bezwaar gegrond verklaard en de waarde van de woning verminderd naar € 345.000, onder toekenning van een kostenvergoeding van € 522.
Belanghebbende heeft daartegen beroep ingesteld bij de rechtbank. De rechtbank heeft in haar uitspraak van 11 augustus 2021 het beroep ongegrond verklaard.
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de rechtbank hoger beroep ingesteld. Het hoger beroep heeft het Hof ontvangen op 13 september 2021. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 30 november 2022. Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt dat met deze uitspraak wordt meegezonden.
2 Feiten
Het Hof neemt hetgeen de rechtbank onder 1 heeft opgenomen over als feiten (in de uitspraak van de rechtbank wordt belanghebbende aangeduid als ‘eiser’):
“1. Eiser is eigenaar van de woning. Het gaat om een tussenwoning met berging. De oppervlakte van de woning is ongeveer 103 m² en de oppervlakte van het perceel is 95 m².”
Aangezien de hiervoor vermelde feiten door partijen op zichzelf niet zijn bestreden, zal ook het Hof daarvan uitgaan.
3 Geschil in hoger beroep
Evenals bij de rechtbank is in hoger beroep in geschil of de WOZ-waarde van de woning niet te hoog is vastgesteld.