Gerechtshof Amsterdam, 31-01-2023, ECLI:NL:GHAMS:2023:453, 22/00268 t/m 22/00270
Gerechtshof Amsterdam, 31-01-2023, ECLI:NL:GHAMS:2023:453, 22/00268 t/m 22/00270
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Amsterdam
- Datum uitspraak
- 31 januari 2023
- Datum publicatie
- 22 februari 2023
- Zaaknummer
- 22/00268 t/m 22/00270
- Relevante informatie
- Art. 228a Gemw, Art. 8:108 Awb, Art. 8:75 Awb
Inhoudsindicatie
Aanslagen rioolheffing zijn terecht aan belanghebbende opgelegd. In hoger beroep maakt de heffingsambtenaar wel aannemelijk dat vanuit de percelen van belanghebbende (51 garages) indirect water op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd. Belanghebbende weigert gegevens van huurders van de garages aan de heffingsambtenaar te verstrekken totdat rechter heeft geoordeeld of er een rechtmatige grondslag voor opleggen aanslagen rioolheffing aanwezig is.
Uitspraak
kenmerken 22/00268 t/m 22/00270
31 januari 2023
uitspraak van de derde meervoudige belastingkamer
op het hoger beroep van
de heffingsambtenaar van de gemeente [plaats] , de heffingsambtenaar,
tegen de uitspraak van 24 maart 2022 in de zaken met kenmerken HAA 20/6490,
HAA 21/833 en HAA 21/1826 van de rechtbank Noord-Holland (hierna: de rechtbank) in het geding tussen
[X] B.V., gevestigd te [Z] , belanghebbende,
(gemachtigde: [A] )
en
de heffingsambtenaar.
1 Ontstaan en loop van het geding
2019 (HAA 21/833)
De heffingsambtenaar heeft met dagtekening 31 december 2020 voor de maanden november en december 2019 aan belanghebbende aanslagen rioolheffing opgelegd van totaal € 424,83.
De heffingsambtenaar heeft, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van
15 januari 2021 het bezwaar ongegrond verklaard.
2020 (HAA 20/6490)
De heffingsambtenaar heeft met dagtekening 30 september 2020 voor het jaar 2020 aan belanghebbende aanslagen rioolheffing opgelegd van totaal € 2.550.
De heffingsambtenaar heeft, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van
11 november 2020 het bezwaar ongegrond verklaard.
2021 (HAA 21/1826)
De heffingsambtenaar heeft met dagtekening 26 februari 2021 voor het jaar 2021 aan belanghebbende aanslagen rioolheffing opgelegd van totaal € 2.550.
De heffingsambtenaar heeft, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van
1 april 2021 het bezwaar ongegrond verklaard.
Alle zaken
Belanghebbende heeft tegen de onder 1.1.2, 1.2.2 en 1.3.2 vermelde uitspraken op bezwaar beroepen ingesteld bij de rechtbank. Bij haar uitspraak van 24 maart 2022 heeft de rechtbank als volgt op de beroepen beslist (in de uitspraak van de rechtbank wordt belanghebbende aangeduid als ‘eiseres’ en de heffingsambtenaar als ‘verweerder’):
“De rechtbank:
- verklaart de beroepen gegrond;
- vernietigt de uitspraken op bezwaar;
- vernietigt de aan eiseres voor de jaren 2019, 2020 en 2021 opgelegde aanslagen in de rioolheffing;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 759; en
- draagt verweerder op de door eiseres betaalde griffierechten van € 354, € 49 en € 360 aan haar te vergoeden.”
Het tegen deze uitspraak door de heffingsambtenaar ingestelde hoger beroep is bij de griffie van het Hof ingekomen op 29 april 2022. Belanghebbende heeft een verweerschrift ingediend.
De heffingsambtenaar heeft een nader stuk ingediend met dagtekening 21 oktober 2022. Belanghebbende heeft een nader stuk ingediend met dagtekening 21 december 2022.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 11 januari 2023. Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt dat met deze uitspraak wordt meegezonden.
2 Feiten
De rechtbank heeft de volgende feiten vastgesteld:
“1. Eiseres is eigenaar van [A-straat] te [plaats] . Het betreft 51 garageboxen. Voor de toepassing van de rioolheffing van de gemeente [plaats] is elk van de garageboxen aangemerkt als afzonderlijk perceel. De aanslagen rioolheffing zijn opgelegd ter zake van deze percelen.”
Het Hof gaat uit van de hiervoor vermelde feiten en vult deze als volgt aan.
Belanghebbende is eigenaar van de greppel, grenzend aan de achterkant van de garages en gelegen tussen de percelen van belanghebbende en de naastgelegen kavel 3011. Uit het door partijen in hoger beroep overgelegde en ter zitting van het Hof toegelichte fotomateriaal blijkt dat vier afvoerbuizen vanonder de garages uitkomen op de greppel. Daarnaast blijken twee afvoerbuizen van de basisschool, gelegen links van de garages, ook uit te komen op de greppel.
Uit door de heffingsambtenaar overgelegde gegevens uit het Kadaster (eigendomsinformatie en kadastrale kaarten) blijkt dat de gemeente eigenaar is van de in de nabijheid van de garageboxen gelegen kadastrale percelen B5908, E1628 en E2700.
Bij brief van 23 oktober 2019 en e-mails van 2 december 2019, 10 januari 2020 en
3 juli 2020 heeft de heffingsambtenaar, in verband met op te leggen aanslagen rioolheffing, gegevens van de huurders van de garages bij belanghebbende opgevraagd. Belanghebbende heeft geweigerd deze gegevens te verstrekken totdat de rechter heeft geoordeeld of er een rechtmatige grondslag voor het opleggen van aanslagen rioolheffing aanwezig is.
3 Geschil in hoger beroep
In hoger beroep is, evenals in beroep, in geschil of de aanslagen rioolheffing terecht zijn opgelegd. Meer specifiek is in geschil of vanuit de percelen direct of indirect water op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd.