Home

Gerechtshof Amsterdam, 06-02-2024, ECLI:NL:GHAMS:2024:641, 22/2415

Gerechtshof Amsterdam, 06-02-2024, ECLI:NL:GHAMS:2024:641, 22/2415

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
6 februari 2024
Datum publicatie
27 maart 2024
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2024:641
Zaaknummer
22/2415
Relevante informatie
Art. 16 WOZ, Art. 8:75 Awb

Inhoudsindicatie

Objectafbakening. Terecht vijf aanslagen rioolheffing opgelegd. Tenminste vijf zakelijke huurders.

Uitspraak

kenmerk 22/2415

6 februari 2024

uitspraak van de derde meervoudige belastingkamer

op het hoger beroep van

[X] B.V., gevestigd te [Z] , belanghebbende,

(gemachtigde: mr. D.A.N. Bartels)

tegen de uitspraak van 29 september 2022 in de zaak met kenmerk HAA 21/1940 van de rechtbank Noord-Holland (hierna: de rechtbank) in het geding tussen

belanghebbende

en

de heffingsambtenaar van de gemeente [plaats] , de heffingsambtenaar.

1 Ontstaan en loop van het geding

1.1.

De heffingsambtenaar heeft met dagtekening 31 juli 2020 aan belanghebbende voor het jaar 2018 vijf aanslagen rioolheffing eigenaren van elk € 148,80 opgelegd voor de navolgende percelen aan het adres [A-straat] te [plaats] :

- hoofdgebouw/begane grond en souterrain;

- hoofdgebouw/eerste en tweede verdieping;

- tussenverbindingsstuk hoofdgebouw/koetshuis begane grond en souterrain;

- koetshuis/eerste verdieping;

- koetshuis/begane grond en tweede verdieping.

1.2.

Het tegen de hiervoor vermelde aanslagen gemaakte bezwaar, ingekomen op
26 augustus 2020, heeft de heffingsambtenaar bij uitspraak op bezwaar, gedagtekend
26 februari 2021, ongegrond verklaard.

1.3.

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak op bezwaar beroep ingesteld bij de rechtbank. Bij uitspraak van 29 september 2022 heeft de rechtbank als volgt op het beroep beslist (de heffingsambtenaar wordt in de uitspraak van de rechtbank aangeduid als ’de ambtenaar’):

“De rechtbank:

- verklaart het beroep ongegrond;

- veroordeelt de ambtenaar tot betaling van een schadevergoeding van € 250;

- veroordeelt de Minister van Justitie en Veiligheid tot betaling van een schadevergoeding van
€ 250;

- veroordeelt de ambtenaar en de Minister van Justitie en Veiligheid in de proceskosten van belanghebbende, ieder tot een bedrag van € 379,50, en

- draagt de ambtenaar en de Minister van Justitie en Veiligheid op het betaalde griffierecht aan belanghebbende te vergoeden, ieder tot een bedrag van € 180.”

1.4.

Belanghebbende heeft tegen deze uitspraak hoger beroep ingesteld, ingekomen bij het Hof op 7 november 2022. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.

1.5.

Met dagtekening 18 juli 2023, 7 december 2023 en 23 december 2023 heeft belanghebbende aanvullende stukken ingediend.

1.6.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 10 januari 2024. De zaak is gezamenlijk met de zaak met zaaknummer 22/2416 van belanghebbende behandeld. Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt dat met deze uitspraak wordt meegezonden.

2 Feiten

Belanghebbende is eigenaar van de onroerende zaak aan het adres [A-straat] te [plaats] . De onroerende zaak is een kantoorvilla waarvan het hoofdgebouw uit 1864 en het daarbij behorende koetshuis uit 1900 dateert. De villa staat op een kavel ter grootte van
1.026 m². De villa is in gedeelten verhuurd aan tenminste vijf zakelijke huurders.

3 Geschil in hoger beroep

Evenals in eerste aanleg is in hoger beroep in geschil of de heffingsambtenaar terecht vijf aanslagen rioolheffing aan belanghebbende heeft opgelegd.

4 Het oordeel van de rechtbank

5 Beoordeling van het geschil in hoger beroep

6 Kosten

7 Beslissing