Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 25-08-2015, ECLI:NL:GHARL:2015:6247, 200.136.022
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 25-08-2015, ECLI:NL:GHARL:2015:6247, 200.136.022
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 25 augustus 2015
- Datum publicatie
- 12 mei 2021
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2015:6247
- Zaaknummer
- 200.136.022
Inhoudsindicatie
Bedrijfstakpensioenfonds spreekt gewezen bestuurder aan voor niet afgedragen premies (art. 23 Wet Bpf 2000).
Betalingsonmacht tijdig schriftelijk gemeld ex art. 23 lid 2 Wet Bpf jo. art. 2 lid 3 Besluit meldingsregeling Wet Bpf.
Niet betalen premies te wijten aan kennelijk onbehoorlijk bestuur?
Eindarrest: Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 26 april 2016, ECLI:NL:GHARL:2016:3398
Cassatie: HR 24 november 2017, ECLI:NL:HR:2017:3019
Arrest na verwijzing: Gerechtshof ’s-Hertogenbosch 3 september 2019, ECLI:NL:GHSHE:2019:3268
Uitspraak
locatie Arnhem
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof 200.136.022
(zaaknummer rechtbank Gelderland, Team kanton en handelsrecht, zittingsplaats Arnhem, 240005)
arrest van de derde kamer van 25 augustus 2015
in de zaak van
[appellant] ,
wonende te [A] ,
appellant,
hierna: [appellant] ,
advocaat: mr. O. Surquin,
tegen:
de stichting
Stichting Bedrijfstakpensioenfonds voor het Beroepsvervoer over de weg,
zetelend te Amsterdam,
geïntimeerde,
hierna: het Bedrijfstakpensioenfonds,
advocaat: mr. E. Bakhuis.
1 Het geding in eerste aanleg
Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar de inhoud van de vonnissen van
22 mei 2013 en 25 september 2013 die de rechtbank Gelderland tussen [appellant] als gedaagde en het Bedrijfstakpensioenfonds als eiseres heeft gewezen.
2 Het geding in hoger beroep
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding in hoger beroep d.d. 16 oktober 2013 (met grieven), met producties,
- de memorie van antwoord, met producties,
- de pleidooien overeenkomstig de pleitnotities.
Na afloop van de pleidooien heeft het hof arrest bepaald (op één dossier).
3 De vaststaande feiten
Het hof gaat in hoger beroep uit van de volgende feiten.
[appellant] is tot 18 november 2010 (middellijk) bestuurder geweest van de besloten vennootschap Kantrans Logistiek B.V. (hierna: Kantrans), een vennootschap die viel onder de werkingssfeer van het Bedrijfstakpensioenfonds.
Bij brief van 4 december 2009 (productie 1 bij conclusie van antwoord in conventie, tevens conclusie van eis in reconventie) heeft [appellant] , als directeur van Kantrans Logistiek B.V., aan PVF Achmea – de instantie die was belast met de incasso van de aan het Bedrijfstakpensioenfonds verschuldigde premies – onder meer het volgende bericht:
“(...)
Langs deze weg deel ik u mede dat wij niet in staat zijn uw nota d.d. 16 november 2009 ad 6.759,16 te voldoen voor 1 december 2009:
Wegens verslechterende marktomstandigheden in ons deel van de transportbranche (bulktransport) vragen wij uw medewerking tot het treffen van een betalingsregeling voor het hierboven genoemde bedrag.
Momenteel zijn wij als groep druk bezig met het treffen van maatregelen die moeten leiden tot een afgeslankte bedrijfsvoering die is afgestemd op een verminderd volume. Hier zijn tijd en middelen mee gemoeid welke wij beide maar in beperkte mate bezitten. Dit neemt niet weg dat de vooruitzichten, nadat deze maatregelen zijn afgerond, positief zijn en wij kunnen overgaan tot het wegwerken van bovenstaande achterstallige betaling.
Wij verwachten deze kostenreducerende maatregelen in het 1e kwartaal 2010 te hebben afgerond. Vanaf het 2e kwartaal 2010 zijn wij in staat om een begin te maken met het terugbetalen van het verschuldigde bedrag overeenkomstig onderstaand betalingsvoorstel:
€ 1.000,- gedurende 7 maanden in mei 2010.
(...)”
Op 21 september 2010 (productie 1 bij memorie van grieven) heeft [appellant] namens Kantrans Logistiek B.V. aan Vesting Finance meegedeeld:
“(...) Volgend op uw schrijven van 14 september jl. moet ik u helaas mededelen dat uw voorstel, om de huidige achterstand binnen 4 maanden te betalen, naast de nog lopende verplichtingen voor ons niet haalbaar is.
Gezien onze financiële situatie zijn wij niet in staat aan deze financiële verplichtingen te voldoen. Ook onze gesprekken met de bank hebben helaas niet dat resultaat opgeleverd waarop wij hadden gerekend om de financiële krapte voldoende te verruimen. Graag uw reactie hoe wij, tevens gelet op de toekomst, uit deze impasse kunnen geraken.
(....)”
In 2010 is door Kantrans in totaal € 13.779,- aan Vesting Finance ten gunste van het Bedrijfstakpensioenfonds betaald.
Kantrans Logistiek B.V. is op 19 juli 2011 failliet verklaard.
Bij brieven van 4 februari 2013 en 7 februari 2013 (producties 8 en 8a bij inleidende dagvaarding) is [appellant] door het Bedrijfstakpensioenfonds persoonlijk hoofdelijk aansprakelijk gesteld voor de betaling van de pensioenpremies over 2010 respectievelijk 2008 en 2009.
Op 7 februari 2013 is conservatoir beslag gelegd op een aan [appellant] behorende woonboot en op een aandeel van [appellant] in een onroerende zaak te [B] .