Home

Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 03-09-2019, ECLI:NL:GHSHE:2019:3268, 200.231.799_01

Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 03-09-2019, ECLI:NL:GHSHE:2019:3268, 200.231.799_01

Gegevens

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
3 september 2019
Datum publicatie
11 september 2019
ECLI
ECLI:NL:GHSHE:2019:3268
Formele relaties
Zaaknummer
200.231.799_01

Inhoudsindicatie

Arrest na verwijzing door de Hoge Raad. Verkoop door een indirect bestuurder DGA van de aandelen in een onderneming die vanwege met onder meer schulden aan het bedrijfspensioenfonds in betalingsonmacht verkeert en het daarbij overdragen van de administratie aan die derde, terwijl die aangeeft te zullen wijken naar het buitenland, zonder enig zicht op betaling van die schulden, levert een ernstig verwijt op. De voormalige bestuurder is aansprakelijk voor de daaruit voortvloeiende schade voor het bedrijfspensioenfonds. . . . . .

ECLI:NL:HR:2017:3019

ECLI:NL:GHARL:2016:3398 E

ECLI:NL:GHARL:2015:6247 T

Uitspraak

Team Handelsrecht

zaaknummer HD 200.231.799/01

zaaknummer Hoge Raad der Nederlanden 16/04671

zaaknummer Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, locatie Arnhem, 200.136.022

zaaknummer Rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, C/05/240005

arrest van 3 september 2019

in de zaak van

[appellant] ,

wonend te [woonplaats] ,

appellant,

advocaat: mr. O. Surquin te Arnhem,

tegen:

Stichting BEDRIJFSTAKPENSIOENFONDS voor het BEROEPSVERVOER OVER DE WEG,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

geïntimeerde,

advocaat: mr. E. Lutjens te Amsterdam,

in het geding na verwijzing door de Hoge Raad bij arrest van 24 november 2017, ECLI:NL:HR:2017:3019.

1 Het geding in feitelijke instanties en in cassatie

Het hof verwijst daarvoor naar voormeld arrest van de Hoge Raad, onderdelen 4.1 tot en met 4.3.

2 Het geding na verwijzing

Bij exploot van 25 juli 2016 heeft [appellant] de zaak aanhangig gemaakt bij dit hof. Partijen hebben elk een memorie na verwijzing genomen en vervolgens de gedingstukken overgelegd en om uitspraak gevraagd.

3 De feiten

3.1

[appellant] is tot 18 november 2010 (middellijk) bestuurder geweest van de besloten vennootschap [logistiek] Logistiek BV. (hierna ook: [logistiek] ), een vennootschap die viel onder de werkingssfeer van het Bedrijfstakpensioenfonds.

3.2

Bij brief van 4 december 2009 (productie 1 bij conclusie van antwoord in conventie,

tevens conclusie van eis in reconventie) heeft [appellant] , als directeur van [logistiek] , aan PVF Achmea - de instantie die was belast met de incasso van de aan het

Pensioenfonds verschuldigde premies - onder meer het volgende bericht:

Langs deze weg deel ik u mede dat wij niet in staat zijn uw nota d.d. 16 november 2009 ad

6.759,16 te voldoen voor 1 december 2009:

Wegens verslechterende marktomstandigheden in ons deel van de transportbranche

(buiktransport) vragen wij uw medewerking tot het treffen van een betalingsregeling voor het

hierboven genoemde bedrag.

Momenteel zijn wij als groep druk bezig met het treffen van maatregelen die moeten leiden

tot een afgeslankte bedrijfsvoering die is afgestemd op een verminderd volume. Hier zijn tijd

en middelen mee gemoeid welke wij beide maar in beperkte mate bezitten. Dit neemt niet

weg dat de vooruitzichten, nadat deze maatregelen zijn afgerond, positief zijn en wij kunnen

overgaan tot het wegwerken van bovenstaande achterstallige betaling.

Wij verwachten deze kostenreducerende maatregelen in het 1e kwartaal 2010 te hebben

afgerond. Vanaf het 2e kwartaal 2010 zijn wij in staat om een begin te maken met het

terugbetalen van het verschuldigde bedrag overeenkomstig onderstaand betalingsvoorstel:

€ 1.000,-gedurende 7 maanden in mei 2010.

(...)”.

3.3

Op 21 september 2010 (productie 1 bij memorie van grieven) heeft [appellant] namens

[logistiek] aan Vesting Finance meegedeeld:

"(...) Volgend op uw schrijven van 14 september jl. moet ik u helaas mededelen dat uw

voorstel, om de huidige achterstand binnen 4 maanden te betalen, naast de nog lopende

verplichtingen voor ons niet haalbaar is.

Gezien onze financiële situatie zijn wij niet in staat aan deze financiële verplichtingen te

voldoen. Ook onze gesprekken met de bank hebben helaas niet dat resultaat opgeleverd

waarop wij hadden gerekend om de financiële krapte voldoende te verruimen. Graag uw

reactie hoe wij, tevens gelet op de toekomst, uit deze impasse kunnen geraken.

(....)”

3.4

In 2010 is door [logistiek] in totaal € 13.779,- aan Vesting Finance ten gunste van het

Pensioenfonds betaald.

3.5

Op 18 november 2010 heeft [appellant] als bestuurder van Bato Beheer BV, die op haar beurt bestuurder was van [logistiek] en alle aandelen hield in [logistiek] , aan de Stichting LogiDi Midden, die op diezelfde dag was opgericht en werd vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger namens de stichting LogiDi Midden] , de aandelen in [logistiek] verkocht en geleverd voor een bedrag van € 400,-.

3.6

[logistiek] Logistiek B.V. is op 19 juli 2011 failliet verklaard.

4 De vordering

5 De beoordeling

5 De uitspraak