Home

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 08-11-2022, ECLI:NL:GHARL:2022:9501, 21/01493

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 08-11-2022, ECLI:NL:GHARL:2022:9501, 21/01493

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
8 november 2022
Datum publicatie
18 november 2022
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2022:9501
Zaaknummer
21/01493
Relevante informatie
Art. 17 lid 2 Wet WOZ, Art. 22 Wet WOZ, Art. 8:58 lid 1 Awb

Inhoudsindicatie

Wet Woz. Waardevaststelling woning.

Uitspraak

locatie Arnhem

nummer BK-ARN 21/01493

uitspraakdatum: 8 november 2022

Uitspraak van de tiende enkelvoudige belastingkamer

op het hoger beroep van

[belanghebbende] te [woonplaats] (hierna: belanghebbende)

tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 23 augustus 2021, nummer UTR 21/414, in het geding tussen belanghebbende en

de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten & hoogheemraadschap Utrecht (hierna: de heffingsambtenaar)

1 Ontstaan en loop van het geding

1.1.

De heffingsambtenaar heeft ten aanzien van belanghebbende bij beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken (hierna: de Wet WOZ) de waarde van de onroerende zaak [adres1] 40 te [woonplaats] (hierna: de onroerende zaak) voor het jaar 2020 vastgesteld op € 275.000. Tegelijk met deze beschikking is een aanslag onroerendezaakbelasting (hierna: OZB) 2020 aan belanghebbende opgelegd.

1.2.

Op het bezwaar van belanghebbende heeft de heffingsambtenaar bij in één geschrift vervatte uitspraken op bezwaar de vastgestelde waarde verminderd tot €260.000 en de aanslag OZB dienovereenkomstig verminderd.

1.3.

Belanghebbende is tegen die uitspraken in beroep gekomen bij de rechtbank MiddenNederland (hierna: de Rechtbank). De Rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard.

1.4.

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld.

1.5.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 20 oktober 2022. Daarbij is verschenen en gehoord [naam1] namens de heffingsambtenaar, bijgestaan door [de taxateur] (taxateur). Belanghebbende is, zoals door hem voorafgaand aan de zitting telefonisch aan de griffier van het Hof te kennen gegeven, niet verschenen.

2 Vaststaande feiten

2.1.

Belanghebbende is eigenaar van de onroerende zaak.

2.2.

De heffingsambtenaar heeft de voor de onroerende zaak vastgestelde waarde onderbouwd met een in hoger beroep ingebrachte taxatiematrix, waarin de waarde per 1 januari 2019 (hierna: de waardepeildatum) is bepaald op € 240.000. Die waarde is bepaald door vergelijking met verkoopgegevens van vier in dezelfde of een naastliggende straat gelegen vergelijkingsobjecten die evenals de onroerende zaak hoekwoningen zijn, te weten [adres2] 11, [adres1] 27 (hierna: nr. 27), [adres3] 28 (hierna: [adres3] ) en [adres2] 4. Ter onderbouwing van de getaxeerde waarde van de onroerende zaak zijn in het rapport onder meer de volgende gegevens vermeld. Daarbij zijn de uitstraling (“U”), voorzieningen (“V”), het onderhoud (“O”) en de kwaliteit (“K”) van de objecten gewaardeerd op eenvoudig (2) of normaal/voldoende (3).

Object

Bouw-jaar

Opp. woning in m²

Waarde per m²

Kavel-

opp. in m²

Waarde per m²

Overige

U

V

O

K

Getaxeerde waarde / verkoopprijs

en datum verkoop

Onroerende zaak

1966

80

€ 1.941

185

€ 377

Berging (30 m²): € 15.000

3

2

3

3

€ 240.000

[adres2] 11

1962

98

€ 2.110

224

€ 367

Garage (20 m²): € 20.000

Berging (8 m²): € 4.000

3

2

3

3

€ 298.000

(19-04-2018)

Nr. 27

1963

87

€ 1.979

148

€ 384

Berging (8 m²): € 4.000

3

2

3

3

€ 235.000

(13-02-2019)

[adres3]

1963

80

€ 1.855

176

€ 378

Berging (8 m²): € 4.000

3

2

3

3

€ 220.000

(01-02-2019)

[adres2] 4

1962

103

€ 2.283

181

€ 378

Berging (11 m²): € 5.500

3

3

3

3

€ 299.000

(11-07-2018)

2.3.

Bij het onder 2.2 weergegeven overzicht verdient opmerking dat in de taxatiematrix een kaveloppervlak van de onroerende zaak van 195 m² is vermeld. Eveneens is daarin echter ervan uitgegaan dat op 20 m² van het perceel een recht van overpad is gevestigd. Daarom, en omdat ook een recht van overpad op een deel van het buurperceel is gevestigd, heeft de heffingsambtenaar deze 20 m² voor slechts 50% in aanmerking genomen bij de waardering.

2.4.

Zowel bij de onroerende zaak als bij alle gehanteerde vergelijkingsobjecten hoort volgens de taxatiematrix een brandgang van 5 of 6 m².

3 Geschil

In geschil is de WOZ-waarde van de onroerende zaak op de waardepeildatum. Belanghebbende stelt zich op het standpunt dat die waarde moet worden vastgesteld op € 220.000. De heffingsambtenaar bepleit een waarde van € 240.000.

4 Beoordeling van het geschil

5 Griffierecht en proceskosten

6 Beslissing