Home

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 15-11-2022, ECLI:NL:GHARL:2022:9830, 21/00407

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 15-11-2022, ECLI:NL:GHARL:2022:9830, 21/00407

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
15 november 2022
Datum publicatie
25 november 2022
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2022:9830
Formele relaties
Zaaknummer
21/00407
Relevante informatie
Art. 216 Gemw, Art. 229 Gemw, Art. 2.1 lid 1 Wabo

Inhoudsindicatie

Leges. Omgevingsvergunning.

Uitspraak

locatie Arnhem

nummer BK-ARN 21/00407

uitspraakdatum: 15 november 2022

Uitspraak van de tweede meervoudige belastingkamer

op het hoger beroep van

[belanghebbende] te [woonplaats] (hierna: belanghebbende)

tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 5 februari 2021, nummer UTR 20/586, in het geding tussen belanghebbende en

de heffingsambtenaar van de gemeente Stichtse Vecht (hierna: de heffingsambtenaar)

1 Ontstaan en loop van het geding

1.1.

De heffingsambtenaar heeft ter zake van het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een omgevingsvergunning leges in rekening gebracht.

1.2.

Op het bezwaarschrift van belanghebbende heeft de heffingsambtenaar bij uitspraak op bezwaar het bedrag aan leges gehandhaafd.

1.3.

Belanghebbende is tegen die uitspraak in beroep gekomen bij de rechtbank Midden-Nederland (hierna: de Rechtbank). De Rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard.

1.4.

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.

1.5.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 18 oktober 2022. Daarbij zijn verschenen en gehoord belanghebbende, vergezeld door zijn echtgenote [naam1] en bijgestaan door [naam2] , alsmede namens de heffingsambtenaar, [naam3] en [naam4] , bijgestaan door [naam5] . Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt, dat aan deze uitspraak is gehecht.

2 Vaststaande feiten

2.1.

Belanghebbende en zijn echtgenote, [naam1] , hebben eind 2017 een woonboerderij aan de [adres] te [woonplaats] gekocht (hierna: de woning).

2.2.

Belanghebbende heeft in verband met de restauratie/herindeling van de woning op 18 april 2018 een omgevingsvergunning aangevraagd. Deze aanvraag is door het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Stichtse Vecht (hierna: het College of de gemeente) in behandeling genomen.

2.3.

Tijdens de restauratie zijn volgens het College meerdere werkzaamheden verricht die buiten de gevraagde omgevingsvergunning vallen.

2.4.

Aangezien belanghebbende volgens het College niet bereid was de aanvraag van de omgevingsvergunning aan te passen, heeft het College bij besluit van 4 oktober 2018 de omgevingsvergunning geweigerd.

2.5.

Bij factuur van 17 oktober 2018 is met betrekking tot het in behandeling nemen van bedoelde aanvraag een legesbedrag van € 8.695 aan belanghebbende in rekening gebracht (hierna: de eerste legesaanslag).

2.6.

Belanghebbende heeft beroep ingesteld omdat hij van mening was dat de omgevingsvergunning van rechtswege was verleend. Op 20 maart 2019 heeft hierover een zitting bij de Rechtbank plaatsgevonden. Tijdens de schorsing van en na deze zitting hebben belanghebbende en het College overleg gevoerd.

2.7.

Belanghebbende heeft het beroep vervolgens ingetrokken. Het oorspronkelijke bouwplan is deels herzien. Volgens belanghebbende gaat het hierbij om:

- de ‘schuur’ aan de linkerzijde die in het bouwplan als woning was bestemd, dient de bestemming ‘schuur’ te behouden; en

- het toevoegen van een overzicht van de verdeling tussen het aantal m3 met betrekking tot de functie ‘wonen’ en het aantal m2 ten aanzien van de functie ‘bed & breakfast’ in het hoofdgebouw.

2.8.

Op grond van het deels herziene bouwplan heeft belanghebbende op 9 juli 2019 een omgevingsvergunning aangevraagd. Op het aanvraagformulier heeft belanghebbende vermeld dat al eerder voor deze werkzaamheden een vergunning is aangevraagd.

2.9.

Het College heeft deze aanvraag in behandeling genomen en heeft bij besluit van 31 juli 2019 de omgevingsvergunning verleend.

2.10.

Bij factuur van 20 augustus 2019 is met betrekking tot het in behandeling nemen van de aanvraag een legesbedrag van € 9.980,50 (hierna: de tweede legesaanslag) aan belanghebbende in rekening gebracht, berekend als volgt:

Artikel 2.1.1.a Wabo; activiteit bouwen

€ 9.108,75

Advieskosten Monumentencommissie (half uur)

€ 56,00

Welstandleges

€ 555,75

Artikel 2.1.1.c Wabo (incl. bouwen); afwijken bestemmingsplan binnenplans

€ 260,00

€ 9.980,50

Hierbij is de heffingsambtenaar uitgegaan van een bedrag aan bouwkosten van € 242.900, welk bedrag is gebaseerd op het aantal kubieke meters vermenigvuldigd met kengetallen uit de taxatieboekjes van Vakmedianet.

3 Geschil

3.1.

In geschil is of de heffingsambtenaar terecht de tweede legesaanslag heeft opgelegd. Belanghebbende beantwoordt deze vraag ontkennend en de heffingsambtenaar bevestigend.

3.2.

Bij bevestigende beantwoording is tussen partijen de hoogte van de verschuldigde leges in geschil. Belanghebbende berekent deze op € 2.500. De heffingsambtenaar berekent deze – conform de tweede legesaanslag – op € 9.980,50.

4 Beoordeling van het geschil

5 Griffierecht en proceskosten

6 Beslissing