Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 28-03-2023, ECLI:NL:GHARL:2023:2615, 22/00010
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 28-03-2023, ECLI:NL:GHARL:2023:2615, 22/00010
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 28 maart 2023
- Datum publicatie
- 7 april 2023
- Zaaknummer
- 22/00010
- Relevante informatie
- Art. 17 lid 2 Wet WOZ, Art. 22 Wet WOZ, Art. 4 lid 1 onderdeel b Uitv.reg. WOZ, Art. 8:29 Awb, Art. 8:31 Awb, Art. 8:42 Awb
Inhoudsindicatie
Wet Woz. Waardevaststelling winkelruimte.
Uitspraak
locatie Leeuwarden
nummer BK-ARN 22/00010
uitspraakdatum: 28 maart 2023
Uitspraak van de eerste meervoudige belastingkamer
op het hoger beroep van
[belanghebbende] te [woonplaats] (hierna: belanghebbende)
tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 10 november 2021, nummer LEE 20/199, in het geding tussen belanghebbende en
de heffingsambtenaar van het Noordelijk Belastingkantoor (hierna: de heffingsambtenaar)
1 Ontstaan en loop van het geding
De heffingsambtenaar heeft bij beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken (hierna: de Wet WOZ) de waarde van de onroerende zaak [adres1] 13 te [woonplaats] (hierna: de onroerende zaak), per waardepeildatum 1 januari 2018 en naar de toestand op die datum, voor het jaar 2019 vastgesteld op € 397.000.
Op het bezwaarschrift van belanghebbende heeft de heffingsambtenaar bij uitspraak op bezwaar de vastgestelde waarde gehandhaafd.
Belanghebbende is tegen die uitspraak in beroep gekomen bij de rechtbank Noord-Nederland (hierna: de Rechtbank). De Rechtbank heeft het beroep bij uitspraak van 10 november 2021 ongegrond verklaard.
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 13 december 2022 te Leeuwarden. Daarbij zijn verschenen en gehoord J. Schokker, als de gemachtigde van belanghebbende, alsmede [naam1] namens de heffingsambtenaar, bijgestaan door [naam2] (taxateur).
Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt, dat aan deze uitspraak is gehecht.
2 De vaststaande feiten
De onroerende zaak betreft een winkelruimte, oorspronkelijk gebouwd omstreeks 1882. De onroerende zaak heeft een netto-vloeroppervlakte van 186 m², bestaande uit een winkel- en verkoopruimte zone A van 131 m², een winkel-/verkoopruimte zone B van 5 m² en een zone C van 50 m². Belanghebbende is eigenaar van de onroerende zaak.
De onroerende zaak is in 2013 verkocht aan belanghebbende voor € 325.000. Per 1 maart 2014 heeft belanghebbende de onroerende zaak verhuurd voor de duur van vijf jaren, waarna de huur met vijf jaren is verlengd. In de huurovereenkomst is een jaarlijkse huur overeengekomen van € 36.000, exclusief omzetbelasting, waarbij is bepaald dat de huurder gedurende het eerste, tweede, derde en vierde jaar een huurkorting krijgt van in totaal € 20.000, exclusief omzetbelasting.
3 Het geschil, de standpunten en conclusies van partijen
In geschil is of de waarde van de onroerende zaak op waardepeildatum te hoog is vastgesteld.
Belanghebbende beantwoordt deze vraag bevestigend en concludeert tot vernietiging van de uitspraak van de Rechtbank, vernietiging van de uitspraak op bezwaar en vermindering van de bestreden waardebeschikking tot op € 327.000.
De heffingsambtenaar beantwoordt de hiervoor – onder 3.1 – vermelde vraag ontkennend en concludeert tot bevestiging van de uitspraak van de Rechtbank.
Beide partijen hebben voor hun standpunt aangevoerd wat is vermeld in de van hen afkomstige stukken. Daaraan hebben zij ter zitting toegevoegd hetgeen is vermeld in het aan deze uitspraak gehechte proces-verbaal van de zitting.