Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 13-06-2023, ECLI:NL:GHARL:2023:4899, 22/00027 t/m 22/00029
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 13-06-2023, ECLI:NL:GHARL:2023:4899, 22/00027 t/m 22/00029
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 13 juni 2023
- Datum publicatie
- 23 juni 2023
- Zaaknummer
- 22/00027 t/m 22/00029
- Relevante informatie
- Art. 17 Wet WOZ, Art. 22 Wet WOZ, Art. 3 BPB, Art. 4:18 Awb, Art. 26 AWR
Inhoudsindicatie
Rioolheffing en OZB. Dwangsombeschikkingen. Proceskostenvergoeding. Samenhang?
Uitspraak
locatie Arnhem
nummer BK-ARN 22/00027 t/m 22/00029
uitspraakdatum: 13 juni 2023
Uitspraak van de tweede enkelvoudige belastingkamer
op het hoger beroep van
[belanghebbende] te [woonplaats] (hierna: belanghebbende)
tegen de uitspraak van de rechtbank Overijssel van 11 november 2021, nummers ZWO 21/318, 21/374 en 21/394, in het geding tussen belanghebbende en
het college van burgemeester en wethouders van de Gemeente Steenwijkerland (hierna: het college).
1 Ontstaan en loop van het geding
Belanghebbende is eigenaar van een loods met 10 units te [adres1] 32 t/m 32L te [woonplaats] . Aan belanghebbende zijn over de jaren 2017 en 2019 aanslagen rioolheffingen en onroerendezaakbelasting opgelegd.
Belanghebbende heeft bezwaar aangetekend tegen deze aanslagen. Nadat de beslistermijn van het college was verlopen, heeft belanghebbende het college in gebreke gesteld in verband met het niet-tijdig nemen van een beslissing op de drie bezwaren.
Bij besluiten van 19 november 2020 heeft het college aan belanghebbende dwangsommen toegekend van € 299 (besluit 361275) en € 230 (besluit 361496). Daarnaast heeft het college aan belanghebbende bij besluit van 30 november 2020 een dwangsom van € 1.352 toegekend (besluit 335119).
Belanghebbende heeft tegen de vaststelling van de onder 1.3 opgenomen dwangsommen drie bezwaarschriften ingediend. De bezwaarschriften tegen de besluiten zijn gedagtekend op 3 december 2020 (besluit 361275), 8 december 2020 (besluit 361496) en 14 december 2020 (besluit 335119).
Het college heeft de bezwaren op 3 februari 2021 gegrond verklaard en aanvullende dwangsommen toegekend van € 23 (besluit 361275), € 23 (besluit 361496) en € 45 (besluit 335119)_ omdat in alle drie de primaire besluiten voor één dag ten onrechte geen dwangsom was toegekend. Het college heeft belanghebbende een proceskostenvergoeding van € 132,50 toegekend.
Belanghebbende is tegen de vaststelling van de proceskostenvergoeding in beroep gegaan bij de rechtbank Overijssel (hierna: de Rechtbank). De Rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard.
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 25 april 2023. Daarbij is verschenen H. van der Deen als de gemachtigde van belanghebbende. Het college is zonder bericht niet ter zitting verschenen. Van de zitting is een proces-verbaal opgemaakt, dat aan deze uitspraak is gehecht.
2 Vaststaande feiten
Belanghebbende heeft bezwaar aangetekend tegen de aanslagen rioolheffingen 2017 en 2019 en tegen de aanslag onroerendezaakbelasting 2017. Belanghebbende heeft op enig moment de Heffingsambtenaar in gebreke gesteld in verband met het niet-tijdig doen van de uitspraken op de namens hem ingediende bezwaarschriften. De heffingsambtenaar van de Gemeente Steenwijkerland is in zijn uitspraken op de bezwaren tegen de hiervoor genoemde aanslagen volledig tegemoetgekomen aan het materiële geschilpunt van belanghebbende.
Belanghebbende heeft – na ontvangst van de dwangsombeslissingen – tegen de vaststelling van die dwangsommen bezwaar gemaakt. In de bezwaarschriften heeft belanghebbende onder meer geschreven:
“Mocht u voornemens zijn om het dwangsombesluit niet conform het bovenstaande aan te passen en/of geen proceskostenvergoeding van 1 punt [voetnoot: Gewicht gemiddeld en in 2020 € 525 per punt. Mocht een hoorzitting daadwerkelijk nodig zijn, dan wordt dit uiteraard 2 punten met gewicht gemiddeld.] voor het bezwaarschrift toe te kennen, dan verzoek ik u, alvorens een dergelijk besluit te nemen, eerst telefonisch te worden gehoord.
Tenslotte, indien u een gehele of gedeeltelijke afwijzing van dit bezwaar dan wel de hoogte van de proceskosten overweegt, verzoek ik u telefonisch voor de uitspraak te worden gehoord.”
Het college heeft afgezien van het houden van een hoorgesprek. Het heeft daartoe als motivering aangevoerd dat het volledig aan het bezwaar is tegemoetgekomen. Over de proceskostenvergoeding heeft het college het volgende geschreven:
“Kostenvergoeding
U heeft drie bezwaarschriften ingediend tegen dwangsombesluiten. Deze bezwaarschriften zijn samenhangende zaken in de zin van het Besluit proceskosten bestuursrecht. Voor de toekenning van een proceskostenvergoeding worden ze daarom als één zaak beschouwd. Voor het indienen van de drie bezwaarschriften wordt een kostenvergoeding toegekend van € 265. Dit bedrag wordt vermenigvuldigd met 0,5 omdat het een lichte zaak is. De totale kostenvergoeding van € 132,50 wordt naar uw bankrekening overgemaakt.”
3 Geschil
Tussen partijen is in geschil of sprake is van samenhangende zaken in de zin van het Besluit Proceskosten Bestuursrecht (hierna: het Besluit) Belanghebbende beantwoordt die vraag bevestigend, het college ontkennend.
Daarnaast is in geschil of is uitgegaan van de juiste waarde per punt. Belanghebbende beantwoordt die vraag ontkennend omdat hij meent dat sprake is van een niet-fiscaal geschil in de zin van het Besluit. Het college beantwoordt deze vraag bevestigend.
Tot slot is in geschil of het gewicht van de zaken in de zin van het Besluit als ‘licht’ kwalificeert of als gemiddeld. Belanghebbende meent dat aan de zaken een gewicht ‘gemiddeld’ moet worden toegekend, het college meent dat dit ‘licht’ moet zijn.