Home

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 11-07-2023, ECLI:NL:GHARL:2023:5903, 21/01694

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 11-07-2023, ECLI:NL:GHARL:2023:5903, 21/01694

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
11 juli 2023
Datum publicatie
21 juli 2023
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2023:5903
Formele relaties
Zaaknummer
21/01694
Relevante informatie
Art. 17 Wet WOZ, Art. 22 Wet WOZ, Art. 4 Uitv.reg. WOZ

Inhoudsindicatie

Wet Woz. Waardevaststelling hotel.

Uitspraak

locatie Arnhem

nummer BK-ARN 21/01694

uitspraakdatum: nummer 07/00562

Uitspraak van de vijfde enkelvoudige belastingkamer

op het hoger beroep van

[belanghebbende] B.V. te [vestigingsplaats] (hierna: belanghebbende)

tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 17 november 2021, nummer UTR 20/3196, in het geding tussen belanghebbende en

de heffingsambtenaar van de gemeente Amersfoort (hierna: de heffingsambtenaar)

1 Ontstaan en loop van het geding

1.1

De heffingsambtenaar heeft bij beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken (hierna: de Wet WOZ) de waarde van de onroerende zaak [adres1] 11 te [plaats1] (hierna: de onroerende zaak), per waardepeildatum 1 januari 2019 en naar de toestand op die datum, voor het kalenderjaar 2020 vastgesteld op € 6.692.000 (hierna: de beschikking). Tegelijk met de beschikking is de aanslag onroerendezaakbelasting 2020 voor zover het betreft het gebruikersgedeelte vastgesteld op € 19.112,35 en is de aanslag rioolheffing gebruikersdeel vastgesteld op € 4.189,19 (hierna: de aanslagen).

1.2

Op het bezwaarschrift van belanghebbende heeft de heffingsambtenaar bij in één geschrift verenigde uitspraken op bezwaar het bezwaar gegrond verklaard, de beschikking verminderd tot € 6.642.000 en de aanslagen dienovereenkomstig verminderd.

1.3

Belanghebbende is tegen die uitspraak in beroep gekomen bij de rechtbank Midden-Nederland (hierna: de Rechtbank). De Rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard.

1.4

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.

1.5

Belanghebbende heeft op 13 januari 2023 en 2 maart 2023 nadere stukken ingediend.

1.6

De heffingsambtenaar heeft op 19 april 2023 een nader stuk ingediend en op 28 april 2023 een machtiging overgelegd.

1.7

Belanghebbende heeft op 25 mei 2023, 29 juni 2023 en 4 juli 2023 nadere stukken ingediend.

1.8

Het onderzoek ter zitting heeft via beeldbellen plaatsgevonden op 5 juli 2023 te Arnhem. Daarbij zijn verschenen en gehoord mr. D.A.N. Bartels MRE, als de gemachtigde van belanghebbende, alsmede, namens de heffingsambtenaar, [naam1] , bijgestaan door [naam2] (taxateur).

2 De vaststaande feiten

2.1

De onroerende zaak is een in 1956 gebouwd hotel met 94 kamers, een restaurant, 17 multifunctionele vergaderzalen en 140 parkeerplaatsen. Het hotel is in 1991, 2003 en 2007 verbouwd en heeft vier sterren. De bruto vloeroppervlakte (hierna: bvo) is 5.279 m2 en de kadastrale oppervlakte is 38.748 m2.

2.2

De onroerende zaak is op 15 mei 2017 in verhuurde staat verkocht voor een bedrag van € 6.825.000.

2.3

De onroerende zaak wordt met ingang van 15 mei 2017 aan belanghebbende verhuurd. De huur bedraagt per waardepeildatum 1 januari 2019 € 534.398.

3 Het geschil en conclusies van partijen

3.1

In geschil is of de waarde van de onroerende zaak op waardepeildatum te hoog is vastgesteld.

3.2

Belanghebbende beantwoordt deze vraag bevestigend en concludeert tot vernietiging van de uitspraak van de Rechtbank, vernietiging van de uitspraken op bezwaar, vermindering van de beschikking tot € 2.499.000 en dienovereenkomstige vermindering van de aanslagen.

3.3

De heffingsambtenaar beantwoordt deze vraag ontkennend en concludeert tot bevestiging van de uitspraak van de Rechtbank.

4 Beoordeling van het geschil

5 Griffierecht en proceskosten

6 Beslissing