Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 24-09-2024, ECLI:NL:GHARL:2024:6050, 23/1512
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 24-09-2024, ECLI:NL:GHARL:2024:6050, 23/1512
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 24 september 2024
- Datum publicatie
- 4 oktober 2024
- Formele relaties
- Eerste aanleg: ECLI:NL:RBMNE:2023:2360, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
- Zaaknummer
- 23/1512
- Relevante informatie
- Art. 7:15 Awb
Inhoudsindicatie
Invordering. Proceskostenvergoeding.
Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Arnhem
nummer BK-ARN 23/1512
uitspraakdatum: 24 september 2024
Uitspraak van de negende enkelvoudige kamer
op het hoger beroep van
de vennootschap onder firma [belanghebbende] te [vestigingsplaats] (hierna: belanghebbende)
tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 26 april 2023, nummer AWB 22/4708, in het geding tussen belanghebbende en
de invorderingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht (hierna: de invorderingsambtenaar)
1 Ontstaan en loop van het geding
De invorderingsambtenaar heeft een dwangbevel uitgebracht ter zake van een naheffingsaanslag parkeerbelasting. Daarbij is een bedrag van € 45 aan dwangbevelkosten in rekening gebracht.
Op het bezwaarschrift van belanghebbende heeft de invorderingsambtenaar bij uitspraak op bezwaar de kosten van het dwangbevel en de aanmaning ingetrokken. De invorderingsambtenaar heeft het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen.
Belanghebbende is tegen die uitspraak in beroep gekomen bij de rechtbank Midden-Nederland (hierna: de Rechtbank). De Rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard.
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld. De invorderingsambtenaar heeft geen verweerschrift ingediend.
De invorderingsambtenaar heeft een nader stuk ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 13 augustus 2024. Daarbij zijn verschenen en gehoord [naam1] , als de gemachtigde van belanghebbende, alsmede [naam2] namens de invorderingsambtenaar.
2 Vaststaande feiten
Belanghebbende is een vennootschap onder firma. Haar vennoten zijn [vennoot1] en [vennoot2] . Beide vennoten zijn, blijkens een uittreksel uit het handelsregister, onbeperkt bevoegd.
Aan belanghebbende is een naheffingsaanslag in de parkeerbelasting opgelegd.
Ter zake van deze naheffingsaanslag heeft de invorderingsambtenaar een dwangbevel uitgebracht en daarbij € 45 kosten in rekening gebracht.
Bij uitspraak op bezwaar zijn de dwangbevelkosten ingetrokken. Daarbij is geen proceskostenvergoeding toegekend.
3 Geschil
In geschil is of terecht geen proceskostenvergoeding is toegekend. Subsidiair is in geschil met welke wegingsfactor de proceskostenvergoeding moet worden berekend.
Belanghebbende stelt dat ten onrechte een dwangbevel is uitgebracht, omdat daaraan voorafgaand geen aanmaning is verzonden. Daarnaast stelt belanghebbende dat de wegingsfactor 0,5 (licht) van toepassing is.
De invorderingsambtenaar stelt dat wel een aanmaning is verzonden en dat de dwangbevelkosten uitsluitend uit coulance zijn ingetrokken. Als een proceskostenvergoeding wordt toegekend, vindt hij dat de wegingsfactor 0,25 (zeer licht) moet worden toegepast.