Home

Gerechtshof Den Haag, 15-06-2021, ECLI:NL:GHDHA:2021:1028, 200.260.577/01

Gerechtshof Den Haag, 15-06-2021, ECLI:NL:GHDHA:2021:1028, 200.260.577/01

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
15 juni 2021
Datum publicatie
22 juni 2021
ECLI
ECLI:NL:GHDHA:2021:1028
Formele relaties
Zaaknummer
200.260.577/01

Inhoudsindicatie

Vervolg op ECLI:NL:GHDHA:2021:361. Toewijzing wettelijke rente.

Uitspraak

Zaaknummer : 200.260.577/01

Zaaknummer rechtbank : C/09530449 / HA ZA 17-391

arrest van 15 juni 2021

inzake

[naam B.V.] ,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

appellante,

hierna te noemen: MNB ,

voormalig advocaat: mr. P.J.Ph. Dietz de Loos te Wassenaar,

tegen

1 [B.V. 1] ,

2. [B.V. 2] ,

3. [B.V. 3] ,

4. [B.V. 4] ,

5. [B.V. 5] ̧

alle gevestigd te [vestigingsplaats] ,

geïntimeerden,

hierna te noemen: BDP c.s.,

advocaat: mr. E.E.U. Vroom te Amsterdam.

1 Het verdere verloop van het geding

Het hof heeft in deze zaak op 16 maart 2021 een arrest gewezen (hierna: het tussenarrest). Daarin heeft het hof MNB in de gelegenheid gesteld om te reageren op de eisvermeerdering van BDP c.s. MNB heeft geen gebruik gemaakt van deze gelegenheid. De rolraadsheer heeft bepaald dat het recht van MNB op het nemen van deze akte is vervallen. Vervolgens is er arrest bepaald.

2 De verdere beoordeling van het hoger beroep

2.1

BDP c.s. hebben betaling door MNB van € 2.500.000,- aan schadevergoeding gevorderd wegens het mislopen van een dividenduitkering door de Holding. De rechtbank heeft deze vordering toegewezen. Het hof heeft in het tussenarrest beslist dat de grieven van MNB tegen deze beslissing en de gronden waarop deze berust, falen.

2.2

BDP c.s. hebben bij memorie van antwoord hun eis vermeerderd: zij vorderen dat het hof MNB zal veroordelen tot betaling van wettelijke rente over het bedrag van € 2.500.000,- vanaf 9 november 2015 tot 12 april 2019. Zij begroten dit bedrag op € 171.232,88. In het tussenarrest heeft het hof overwogen dat MNB nog niet op deze eisvermeerdering heeft kunnen reageren. MNB is in de gelegenheid gesteld dat alsnog te doen.

2.3

Uit de stellingen van BDP c.s. volgt dat de misgelopen dividenduitkering van € 2.500.000,- aan MNB eind 2015 heeft plaatsgevonden. Naar het hof begrijpt heeft op 12 april 2019 executie van het in deze zaak gewezen eindvonnis plaatsgevonden en is de aanspraak op wettelijke rente op die dag geëindigd. Nu MNB de vordering tot betaling van wettelijke rente over dit bedrag niet heeft weersproken, zal het hof deze vordering toewijzen.

2.4

In het tussenarrest is reeds geconcludeerd dat alle grieven falen en dat de bestreden vonnissen zullen worden bekrachtigd. MNB zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.

3 Beslissing