Home

Gerechtshof Den Haag, 07-12-2022, ECLI:NL:GHDHA:2022:2638, BK-22/00545

Gerechtshof Den Haag, 07-12-2022, ECLI:NL:GHDHA:2022:2638, BK-22/00545

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
7 december 2022
Datum publicatie
9 januari 2023
ECLI
ECLI:NL:GHDHA:2022:2638
Zaaknummer
BK-22/00545
Relevante informatie
Art. 22 Wet WOZ, Art. 40 Wet WOZ, Art. 6:22 Awb, Art. 7:4 Awb, Art. 8:75 Awb

Inhoudsindicatie

Reikwijdte volmacht. Belang bij het instellen van hoger beroep. De tussen de Heffingsambtenaar en de gemachtigde gemaakte werkafspraken resulteren in het afzien van het aan de hoorzitting gekoppelde inzagerecht. Geen schending van art. 7:4 Awb. Geen schending van art. 40 Wet WOZ.

Uitspraak

Team Belastingrecht

meervoudige kamer

nummer BK-22/00545

in het geding tussen:

(gemachtigde: G. Gieben)

en

(vertegenwoordiger: […] )

op het hoger beroep van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank Den Haag (de Rechtbank) van 21 april 2022, nummer SGR 20/8032.

Procesverloop

1.1.

De Heffingsambtenaar heeft bij beschikking van 11 februari 2020 op grond van artikel 22 van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) de waarde op 1 januari 2019 (de waardepeildatum) van de onroerende zaak, plaatselijk bekend als [adres] te [woonplaats] (de woning), voor het kalenderjaar 2020 vastgesteld op € 188.000 (de beschikking). Met de beschikking is in één geschrift bekendgemaakt en verenigd de aan belanghebbende voor het jaar 2020 opgelegde aanslag onroerende-zaakbelastingen (de aanslag).

1.2.

Bij uitspraak op bezwaar heeft de Heffingsambtenaar het bezwaar tegen de beschikking en de aanslag ongegrond verklaard.

1.3.

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak op bezwaar beroep bij de Rechtbank ingesteld. Ter zake hiervan is een griffierecht geheven van € 48. De Rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard.

1.4.

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld bij het Hof. Ter zake is € 136 griffierecht geheven. De Heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend. Bij e-mailbericht van 24 oktober 2022 heeft de Heffingsambtenaar een nader stuk ingediend.

1.5.

De mondelinge behandeling van het hoger beroep heeft plaatsgehad ter zitting van het Hof van 26 oktober 2022. Partijen zijn verschenen. Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt.

Feiten

2.1.

Belanghebbende is eigenaar van de woning. De woning is een parterre-portiekwoning met een gebruiksoppervlakte van ongeveer 73 m2.

2.2.

Belanghebbende heeft volmacht verleend aan [A B.V.] om namens hem rechtsmiddelen in te stellen tegen de beschikking en de aanslag. In de volmacht is onder meer het volgende opgenomen:

“De ondergetekende verleent hierbij volmacht aan [B] en [A B.V.] en iedere (huidige en toekomstige) medewerker van [A B.V.] [adres], om hem/haar te vertegenwoordigen in alle zaken betreffende de aanslag lokale belastingen en de daarop vermelde WOZ-beschikking(-en).

Deze volmacht houdt in hoofdzaak in:

• Het indienen en desgewenst intrekken van bezwaar, (hoger) beroep of cassatie, al dan niet bij wege van voorlopige voorziening, en het nemen van besluiten in deze procedures;

• Bestuursorganen verzoeken tot het vergoeden van door volmachtgever geleden (proces) schade;

• Het namens volmachtgever bijwonen van, en het woord voeren bij de behandeling ter (hoor-)zitting;

(…)

Wanneer wij namens u succesvol bezwaar maken bepaalt de wet dat uw gemeente de door ons gemaakte kosten vergoedt. Dit recht wordt uitgewerkt in de artikelen 7:15, 8:75 Awb en het BPB. Ondergetekende draagt bij dezen dan ook alle bestaande en toekomstige vorderingen uit hoofde van bovenvermelde proceskostenvergoeding, alsmede de bestaand en toekomstige vorderingen uit hoofde van artikel 4:17 Awb, over aan [A B.V.] en gelast hierbij iedere relevante gemeente om deze vergoeding rechtstreeks aan [A B.V.] , over te maken op rekening [rekeningnummer]. Indien het bezwaarschrift ongegrond wordt verklaard is dat voor rekening en risico van [A B.V.] Het teveel betaalde aan lokale heffingen dient rechtstreeks op rekeningnummer van volmachtgever te worden overgemaakt. Door dit document te tekenen geeft u aan kennis te hebben genomen van de algemene voorwaarden zoals vermeld op [website] en daarmee akkoord te gaan.”

2.3.

De gemachtigde van belanghebbende en de Heffingsambtenaar hebben voor het belastingjaar 2020 werkafspraken gemaakt. Deze afspraken zijn vastgelegd in een verslag, dat is aangevuld met opmerkingen in de kantlijn van een medewerker van [A B.V.] Het verslag vermeldt onder meer:

“16. Voor de woningen wordt geen hoorzitting gehouden. Omdat er geen sprake is van een hoorzitting is afgesproken dat per gegrond / gedeeltelijk gegrond bezwaarschrift 1,5 punt zal worden vergoed.”

De gemachtigde heeft hierbij de volgende opmerking gemaakt:

“Er wordt geen fysieke hoorzitting gehouden, maar er is wel degelijk sprake van een hoorzitting. We hebben er echter in gezamenlijk overleg voor gekozen om de hoorzittingen op een andere manier vorm te geven. Per gegrond bezwaarschrift wordt er inderdaad 1,5 punt vergoed, de wegingsfactor bedraagt 1 voor de reguliere bezwaren (woningen en courante niet-woningen).”

2.4.

Bij brief van 19 februari 2020 heeft de gemachtigde namens belanghebbende bezwaar gemaakt tegen de beschikking en de aanslag. Daarbij heeft de gemachtigde de Heffingsambtenaar verzocht om uiterlijk binnen twee weken het taxatieverslag toe te sturen. Voorts wordt ook om het volgende verzocht:

“Ik verzoek u bij niet volledig tegemoetkoming aan het bezwaar de opbouw en een controleerbare onderbouwing van de kavelwaarde, de zogenoemde grondstaffel, op basis van recente uitspraken van de rechtbank Oost Brabant (ECLI:NL:RBOBR:2018:357) en de Hoge Raad (ECLI:NL:PHR:2017:1051) tijdig voor het plaatsvinden van de hoorzitting te overleggen.

Ik verzoek u de taxatiekaart met daarop vermeld de KOUDV- en liggingsfactoren, alsmede de manier waarop u de verschillen hebt verdisconteerd, van het onderhavige object en van de door u opgevoerde vergelijkingsobjecten tijdig voor het plaatsvinden van de hoorzitting te verstrekken.”

2.5.

De Heffingsambtenaar heeft op 1 april 2020 aan de gemachtigde het taxatieverslag van de woning toegezonden.

2.6.

In de als hoorzitting betitelde schriftelijke aanvulling op het bezwaarschrift heeft de gemachtigde het volgende verzocht:

“1. Koudv-factoren en indexaties van koopsommen naar waardepeildatum welke niet inzichtelijk gegeven zijn.

(…).

3. Niet inzichtelijk of VVe correcties zijn toegepast, dus wij zijn van mening dat dit niet is gecorrigeerd.

(…)

NIEUW WAARDEVOORSTEL: (…) € 144.000,00

Middels dit schrijven wordt bevestigd dat de hoorzitting is gehouden en daarom voor de forfaitaire (…) vergoeding in aanmerking komt bij het gegrond verklaren van het bezwaarschrift.”

2.7.

In de uitspraak op bezwaar van11 november 2020 heeft de Heffingsambtenaar het bezwaar ongegrond verklaard en wat betreft de gevraagde hoorzitting verwezen naar de onderling gemaakte afspraken. Daarnaast is in de uitspraak op bezwaar het volgende opgenomen over het gebruik van een grondstaffel:

“In het bezwaarschrift verzoekt u om de grondstaffel te overleggen . Ik merk op dat de gemeente Den Haag geen grondstaffels gebruikt. De waarde van de grond is geheel in de WOZ-waarde verdisconteerd.”

Over onder meer de VVE-reserves is het volgende opgenomen:

“In het kader van de behandeling van het bezwaarschrift heeft de taxateur de waarde van de onderhavige onroerende zaak nogmaals beoordeeld. Hij heeft daarbij geconstateerd dat met hetgeen u in het bezwaarschrift heeft aangegeven, onder andere VVE-reserves, in voldoende mate rekening is gehouden. Voorts heeft hij geen omstandigheden geconstateerd die aanleiding geven om de vastgestelde waarde te verlagen.”

2.8.

De Heffingsambtenaar heeft in de beroepsfase (nogmaals) verklaard dat de gemeente Den Haag bij de waardebepaling geen KOUDV- en liggingsfactoren en geen grondstaffel gebruikt. Ook is vermeld dat de gemachtigde van belanghebbende al geruime tijd op de hoogte is dat de gemeente Den Haag bij de waardering geen grondstaffel en KOUDV- en liggingsfactoren hanteert.

Oordeel van de Rechtbank

Omschrijving geschil in hoger beroep en conclusies van partijen

Beoordeling van het hoger beroep

Proceskosten

Beslissing