Gerechtshof Den Haag, 24-04-2025, ECLI:NL:GHDHA:2025:789, BK-24/1
Gerechtshof Den Haag, 24-04-2025, ECLI:NL:GHDHA:2025:789, BK-24/1
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Den Haag
- Datum uitspraak
- 24 april 2025
- Datum publicatie
- 22 mei 2025
- Formele relaties
- Eerste aanleg: ECLI:NL:RBROT:2023:12525, Bekrachtiging/bevestiging
- Zaaknummer
- BK-24/1
- Relevante informatie
- Art. 17 Wet WOZ, Art. 22 Wet WOZ, Art. 8:42 Awb
Inhoudsindicatie
Art. 8:42 Awb. Art. 17, lid 2, Wet WOZ. Op de zaak betrekking hebbende stukken. Waarde woning niet te hoog vastgesteld. Waarden garageboxen niet te hoog vastgesteld.
Uitspraak
Team Belastingrecht
meervoudige kamer
nummer BK-24/1
in het geding tussen:
(gemachtigde: A. Bakker)
en
de heffingsambtenaar van de gemeente Krimpen aan den IJssel, de Heffingsambtenaar,
(vertegenwoordiger: […] )
op het hoger beroep van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank Rotterdam (de Rechtbank) van 20 december 2023, nummer ROT 23/1671.
Procesverloop
De Heffingsambtenaar heeft bij beschikkingen op grond van artikel 22 van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) de waarde op 1 januari 2021 (de waardepeildatum) van de hierna vermelde onroerende zaken, voor het kalenderjaar 2022 als volgt vastgesteld (de beschikkingen):
- [adres 1] in [woonplaats] (de woning): € 315.000;
- [adres 2] in [woonplaats] (garagebox 1): € 27.000; en
- [adres 3] in [woonplaats] (garagebox 2): € 26.000.
Met de beschikkingen zijn in één geschrift bekendgemaakt en verenigd de aan belanghebbende voor het jaar 2022 opgelegde aanslagen in de onroerendezaakbelastingen (de aanslagen).
De Heffingsambtenaar heeft de tegen de beschikkingen en de aanslagen gemaakte bezwaren bij één geschrift ongegrond verklaard.
Belanghebbende heeft tegen de uitspraken op bezwaar beroep ingesteld bij de Rechtbank. In verband daarmee is een griffierecht geheven van € 50. De Rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard.
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld bij het Hof. Ter zake daarvan is een griffierecht geheven van € 136. De Heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.
De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgehad ter zitting van het Hof van 18 maart 2025. Partijen zijn verschenen. Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt.
Feiten
Belanghebbende is eigenaar van de woning. De woning is een hoekwoning en heeft als bouwjaar 1971. De woning heeft een gebruiksoppervlakte van 122 m2 en is gelegen op een perceel van 228 m2. De woning heeft een dakkapel (2 m2), een aanbouw (10 m2) en een vrijstaande berging/schuur (5 m2).
Belanghebbende is tevens eigenaar van garagebox 1 en garagebox 2 (tezamen: de garageboxen), beide met een gebruiksoppervlakte van 16 m2 en respectievelijk een perceeloppervlakte van 17 m2 en 16 m2.
Bij e-mailbericht van 9 juni 2022 heeft de Heffingsambtenaar het taxatieverslag van de woning, inclusief de KOUDV-factoren van de woning en de toegepaste correcties, een overzicht van de prijsontwikkeling van rijwoningen (hoek- en tussenwoningen) in [woonplaats] en de grondstaffel, overgelegd.
Ter onderbouwing van de door hem voorgestane waarde van de woning heeft de Heffingsambtenaar een door een taxateur van [naam taxateur] opgemaakte en ondertekende waardematrix (de matrix) overgelegd, waarin de gegevens zijn opgenomen van de woning en van enkele naar de opvatting van de Heffingsambtenaar met de woning vergelijkbare woningen, te weten [adres 4] , [adres 5] en [adres 6] te [woonplaats] (de vergelijkingsobjecten). De in de matrix vermelde gegevens van de woning en de vergelijkingsobjecten kunnen als volgt worden samengevat:
|
[adres 1] (de woning) te [woonplaats] |
||||||||
|
Type woning |
Rijenwoning kop |
|||||||
|
Bouwjaar |
1971 |
|||||||
|
Ligging |
3 |
|||||||
|
Kenmerken |
Grootte |
K |
O |
U |
D |
V |
Prijs per m2 |
Waarde |
|
Woning |
122 m2 |
2 |
2 |
3 |
2 |
1 |
€ 1.075 |
€ 131.153 |
|
Bijgebouwen: |
||||||||
|
- Dakkapel |
2 m2 |
3 |
3 |
3 |
3 |
3 |
€ 860 |
€ 1.720 |
|
- Berging/schuur vrijstaand |
5 m2 |
3 |
3 |
3 |
3 |
3 |
€ 430 |
€ 2.150 |
|
- Aanbouw woonruimte |
10 m2 |
3 |
3 |
3 |
3 |
3 |
€ 967 |
€ 9.670 |
|
Perceel |
228 m2 |
€ 763 |
€ 173.964 |
|||||
|
WOZ-waarde |
€ 315.000 |
|||||||
|
Waarde in het economische verkeer |
€ 318.000 |
|
[adres 4] te [woonplaats] |
||||||||
|
Type woning |
Rijenwoning kop |
|||||||
|
Bouwjaar |
1971 |
|||||||
|
Ligging |
4 |
|||||||
|
Kenmerken |
Grootte |
K |
O |
U |
D |
V |
Prijs per m2 |
Waarde |
|
Woning |
122 m2 |
2 |
2 |
3 |
2 |
2 |
€ 1.175 |
€ 143.326 |
|
Bijgebouwen: |
||||||||
|
- Dakkapel |
2 m2 |
3 |
3 |
3 |
3 |
3 |
€ 940 |
€ 1.880 |
|
- Berging/schuur aangebouwd |
5 m2 |
3 |
3 |
3 |
3 |
3 |
€ 470 |
€ 2.350 |
|
- Aanbouw woonruimte |
10 m2 |
3 |
3 |
3 |
3 |
3 |
€ 1.057 |
€ 10.570 |
|
Perceel |
156 m2 |
€ 1.006 |
€ 156.874 |
|||||
|
Getaxeerde waarde op peildatum |
€ 315.000 |
|||||||
|
Koopsom |
€ 315.000 |
|||||||
|
Datum |
14-01-2021 |
|
[adres 5] te [woonplaats] |
||||||||
|
Type woning |
Rijenwoning |
|||||||
|
Bouwjaar |
1971 |
|||||||
|
Ligging |
3 |
|||||||
|
Kenmerken |
Grootte |
K |
O |
U |
D |
V |
Prijs per m2 |
Waarde |
|
Woning |
122 m2 |
4 |
4 |
3 |
2 |
4 |
€ 1.742 |
€ 212.480 |
|
Bijgebouwen: |
||||||||
|
- Dakkapel |
2 m2 |
3 |
3 |
3 |
3 |
3 |
€ 1.393 |
€ 2.786 |
|
- Berging/schuur aangebouwd |
5 m2 |
3 |
3 |
3 |
3 |
3 |
€ 696 |
€ 3.480 |
|
- Aanbouw woonruimte |
10 m2 |
3 |
3 |
3 |
3 |
3 |
€ 1.567 |
€ 15.670 |
|
- Tuinhuis/blokhut |
4 m2 |
3 |
3 |
3 |
3 |
3 |
€ 141 |
€ 564 |
|
Perceel |
155 m2 |
€ 884 |
€ 137.020 |
|||||
|
Getaxeerde waarde op peildatum |
€ 372.000 |
|||||||
|
Koopsom |
€ 372.000 |
|||||||
|
Datum |
15-12-2020 |
|
[adres 6] te [woonplaats] |
||||||||
|
Type woning |
Rijenwoning |
|||||||
|
Bouwjaar |
1971 |
|||||||
|
Ligging |
3 |
|||||||
|
Kenmerken |
Grootte |
K |
O |
U |
D |
V |
Prijs per m2 |
Waarde |
|
Woning |
122 m2 |
3 |
3 |
3 |
2 |
3 |
€ 1.635 |
€ 199.429 |
|
Bijgebouwen: |
||||||||
|
- Dakkapel |
2 m2 |
3 |
3 |
3 |
3 |
3 |
€ 1.308 |
€ 2.616 |
|
- Berging/schuur aangebouwd |
5 m2 |
3 |
3 |
3 |
3 |
3 |
€ 654 |
€ 3.270 |
|
- Aanbouw woonruimte |
10 m2 |
3 |
3 |
3 |
3 |
3 |
€ 1.471 |
€ 14.710 |
|
- Tuinhuis/blokhut |
3 m2 |
3 |
3 |
3 |
3 |
3 |
€ 141 |
€ 423 |
|
Perceel |
128 m2 |
€ 934 |
€ 119.552 |
|||||
|
Getaxeerde waarde op peildatum |
€ 340.000 |
|||||||
|
Koopsom |
€ 340.000 |
|||||||
|
Datum |
30-03-2021 |
Voorts heeft de Heffingsambtenaar taxatieverslagen van de vergelijkingsobjecten, inclusief KOUDV-factoren en een overzicht van de prijsontwikkeling van rijwoningen (hoek- en tussenwoningen) in [woonplaats] , fotobladen van de vergelijkingsobjecten en taxatieverslagen van de garageboxen overgelegd.
De Heffingsambtenaar heeft in de uitspraken op bezwaar ter onderbouwing van de waarden van de garageboxen een tweetal matrices opgenomen. De gegevens in de matrices kunnen als volgt worden samengevat, waarbij de bouwjaren en de met de asterisk gemarkeerde toelichting zijn aangevuld aan de hand van het verweerschrift voor de Rechtbank:
|
Adres |
[adres 2] |
[adres 3] |
[adres 7] |
[adres 8] |
[adres 9] |
|
Wijk |
[woonplaats] |
|
|
|
|
|
Bouwjaar |
1971 |
1971 |
1973 |
1972 |
1972 |
|
Eenheid |
16 m2 |
16 m2 |
16 m2 |
16 m2 |
15 m2 |
|
Grond |
17 m2 |
16 m2 |
17 m2 |
18 m2 |
15 m2 |
|
Verkoopdatum |
18-05-2020 |
28-04-2020* |
09-10-2020* |
||
|
WOZ-waarde/ |
€ 27.500 |
€ 30.000 |
€ 24.000 |
* Mondelinge koopovereenkomst gesloten. Verkoopdatum is datum inschrijving in de openbare registers van het kadaster.
Belanghebbende heeft in hoger beroep een matrix overgelegd (de referentiematrix). Hierin zijn de objectgegevens en onderbouwende verkoopgegevens van een drietal woningen opgenomen die volgens de taxateur van belanghebbende beter vergelijkbaar zijn met de woning, dan de door de Heffingsambtenaar gehanteerde vergelijkingsobjecten, te weten [adres 10] , [adres 11] en [adres 12] (de referentieobjecten). De waarde van de woning is in de referentiematrix vastgesteld op € 271.123. In de referentiematrix is aan de woning voor kwaliteit/luxe een factor ‘1’toegekend, aan onderhoud een ‘1’, aan uitstraling een ‘3’, aan doelmatigheid een ‘3’, aan voorzieningen een ‘2’ en aan ligging een ‘3’.
Voorts heeft belanghebbende indexeringsgegevens van Vastgoedpro en stamkaarten van “ [naam] ” van de woningen [adres 10] , [adres 11] en [adres 12] overgelegd.
Oordeel van de Rechtbank
3. De Rechtbank heeft, voor zover in hoger beroep van belang, geoordeeld, waarbij belanghebbende is aangeduid als eiser:
“Heeft de heffingsambtenaar aannemelijk gemaakt dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld?
7. Eiser betoogt dat de waarde van de woning ten hoogste € 281.000,- bedraagt. De waardes van garagebox 1 en 2 bedragen respectievelijk ten hoogste € 20.000,- en € 22,000,-. Eiser stelt dat de heffingsambtenaar onvoldoende rekening heeft gehouden met de ligging van de woning. De woning is gelegen aan een drukke T-splitsing en de ligging dient daarom als ‘slecht’ te worden gewaardeerd. Ten slotte heeft de heffingsambtenaar onvoldoende rekening gehouden met verschillen tussen de woning en de vergelijkingsobjecten.
8. Op grond van artikel 17, tweede lid, van de Wet WOZ wordt de waarde van de woning bepaald op de waarde die aan de woning dient te worden toegekend, indien de volle en onbezwaarde eigendom daarvan zou kunnen worden overgedragen en de verkrijger de zaak in de staat waarin die zich bevindt, onmiddellijk en in volle omvang in gebruik zou kunnen nemen. Deze waarde is naar de bedoeling van de wetgever "de prijs welke door de meestbiedende koper besteed zou worden bij aanbieding ten verkoop op de voor de zaak meest geschikte wijze na de beste voorbereiding".[3]
9. De heffingsambtenaar moet aannemelijk maken dat hij de waardes van de onroerende zaken niet op een te hoog bedrag heeft vastgesteld. Naar het oordeel van de rechtbank is de heffingsambtenaar hierin geslaagd. Uit de taxatie in beroep blijkt dat de waardes van de onroerende zaken zijn bepaald door middel van een methode van systematische vergelijking met vergelijkingsobjecten waarvan marktgegevens beschikbaar zijn, waarbij de verschillen tussen de onroerende zaken en de vergelijkingsobjecten voldoende zijn toegelicht. De vergelijkingsobjecten zijn bruikbaar bij de waardering, omdat deze op de belangrijkste waardebepalende kenmerken, zoals ligging, type, bouwjaar en voorzieningen goed vergelijkbaar zijn met de onroerende zaken. De woning en de vergelijkingsobjecten zijn alle van het type rijenwoning, gelegen in dezelfde buurt, grotendeels in dezelfde straat, en uit het bouwjaar 1971. De woning en de vergelijkingsobjecten hebben alle dezelfde gebruiksoppervlakte.
10. Wat eiser heeft aangevoerd, leidt niet tot een ander oordeel. De ligging van vergelijkingsobjecten 2 en 3 is vergelijkbaar met die van de woning, omdat deze alle in dezelfde straat zijn gelegen. Eventuele negatieve aspecten van de ligging zijn daarom in de vastgestelde WOZ-waarde verdisconteerd. Verder heeft de heffingsambtenaar voldoende rekening gehouden met verschillen tussen de woning en de vergelijkingsobjecten. Dit is inzichtelijk gemaakt in de beroepenmatrix, waarin de waardeopbouw van de woning en vergelijkingsobjecten is toegelicht. Uit de bijlage bij de waardematrix blijkt dat de heffingsambtenaar correcties heeft toegepast voor de verschillen tussen de woning en de vergelijkingsobjecten. Eiser heeft de beoogde waardeverlaging van garagebox 1 en 2 niet onderbouwd. De beroepsgrond slaagt niet.
11. Gelet op wat hiervoor is overwogen, zijn de waardes van de onroerende zaken en de aanslag niet te hoog vastgesteld.