Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 23-06-2020, ECLI:NL:GHSHE:2020:1941, 200.269.278_01
Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 23-06-2020, ECLI:NL:GHSHE:2020:1941, 200.269.278_01
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Datum uitspraak
- 23 juni 2020
- Datum publicatie
- 30 juni 2020
- ECLI
- ECLI:NL:GHSHE:2020:1941
- Formele relaties
- Eerste aanleg: ECLI:NL:RBLIM:2019:8959
- Zaaknummer
- 200.269.278_01
Inhoudsindicatie
Verliezend inschrijver wijzigt in hoger beroep haar eis omdat aanbestedende dienst het aanbestede werk definitief aan winnende inschrijver heeft gegund nadat de voorzieningenrechter van de rechtbank de vorderingen van verliezend inschrijver heeft afgewezen. Verliezend inschrijver vordert in hoger beroep een voorschot op in een bodemzaak te vorderen schadevergoeding op grond van onrechtmatige daad. Het hof oordeelt dat verliezend inschrijver in hoger beroep geen spoedeisend belang bij beoordeling van haar gewijzigde vordering heeft, maar wel bij beoordeling van de in hoger beroep geformuleerde grieven en nieuwe stellingen in verband met de in eerste aanleg jegens haar uitgesproken proceskostenveroordeling.
Het hof past bij de beoordeling van de toelaatbaarheid van een wijziging van eis en van nadere processtukken Hoge Raad 3 december 2010, ECLI:NL:HR:2010:BO0197 toe.
Uitspraak
Team Handelsrecht
zaaknummer 200.269.278/01
arrest van 23 juni 2020
in de zaak van
[de vennootschap 1] ,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
appellante,
hierna aan te duiden als [appellante] ,
advocaat: mr. M. van Sintmaartensdijk te Maastricht,
tegen
1 Gemeente Leudal,
zetelend te Heythuysen ,
geïntimeerde,
hierna aan te duiden als de gemeente,
advocaat: mr. J.B.Th. van ’t Grunewold te Roermond,
en
2 [de vennootschap 2] ,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
geïntimeerde,
hierna aan te duiden als [geïntimeerde] ,
advocaat: mr. G.D. Bosman te Veldhoven,
op het bij exploten van dagvaarding van 24 en 25 oktober 2019 ingeleide hoger beroep van het kortgedingvonnis van 3 oktober 2019, door de voorzieningenrechter van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, gewezen tussen [appellante] als eiseres, de gemeente als gedaagde en [geïntimeerde] als tussenkomende partij.
1 Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/03/267247 / KG ZA 19-358)
Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld kortgedingvonnis.