Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 09-11-2022, ECLI:NL:GHSHE:2022:3876, 21/00892
Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 09-11-2022, ECLI:NL:GHSHE:2022:3876, 21/00892
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Datum uitspraak
- 9 november 2022
- Datum publicatie
- 11 mei 2023
- Zaaknummer
- 21/00892
- Relevante informatie
- Art. 225 Gemw, Art. 6:11 Awb, Art. 7:3 Awb
Inhoudsindicatie
Naheffingsaanslag in de parkeerbelastingen. In geschil is of de heffingsambtenaar belanghebbende had moeten horen voordat op het bezwaar werd beslist en of de termijnoverschrijding bij het instellen van bezwaar verschoonbaar is. De heffingsambtenaar was – op grond van dat wat door belanghebbende in het bezwaarschrift is aangevoerd – niet gehouden belanghebbende uit te nodigen voor een hoorgesprek alvorens uitspraak op bezwaar te doen. De door belanghebbende aangevoerde redenen voor de termijnoverschrijding kunnen naar het oordeel van het hof niet leiden tot het oordeel dat het voor belanghebbende of de gemachtigde niet mogelijk was om binnen de wettelijke termijn bezwaar tegen de naheffingsaanslag te maken. Het hoger beroep is ongegrond.
Uitspraak
Team belastingrecht
Enkelvoudige Belastingkamer
Nummer: 21/00892
Uitspraak op het hoger beroep van
[belanghebbende] ,
wonend in [woonplaats] ,
hierna: belanghebbende,
tegen de uitspraak van rechtbank Oost-Brabant (hierna: de rechtbank) van 27 mei 2021, nummer SHE 20/1474, in het geding tussen belanghebbende en
de heffingsambtenaar van de gemeente Eindhoven,
hierna: de heffingsambtenaar.
1 Ontstaan en loop van het geding
De heffingsambtenaar heeft een naheffingsaanslag in de parkeerbelastingen opgelegd.
Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt. De heffingsambtenaar heeft uitspraak op bezwaar gedaan en het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.
Belanghebbende heeft tegen deze uitspraak beroep ingesteld bij de rechtbank.
De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard.
Belanghebbende heeft tegen deze uitspraak hoger beroep ingesteld bij het hof. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft in reactie op het verweerschrift een conclusie van repliek ingediend. De heffingsambtenaar heeft vervolgens een conclusie van dupliek ingediend.
De zitting heeft digitaal via een geluid- en beeldverbinding plaatsgevonden op 26 oktober 2022. Aan deze zitting hebben deelgenomen [gemachtigde] , namens [kantoornaam] , als gemachtigde van belanghebbende, en, namens de heffingsambtenaar, [heffingsambtenaar 1] en [heffingsambtenaar 2] .
Het hof heeft aan het einde van de zitting het onderzoek gesloten.
2 Feiten
Aan belanghebbende is een naheffingsaanslag in de parkeerbelasting (hierna: de naheffingsaanslag) opgelegd gedagtekend 18 februari 2020.
Belanghebbende heeft op 21 maart 2020 [kantoornaam] (hierna: de gemachtigde) door het indienen (uploaden) van de naheffingsaanslag en een volmacht via de website [website] , de opdracht gegeven rechtsmiddelen aan te wenden tegen de naheffingsaanslag.
Op 1 april 2020 is door de gemachtigde namens belanghebbende per e-mail, onder bijvoeging van de in 2.2 genoemde volmacht, een bezwaarschrift tegen de naheffingsaanslag ingediend met onder meer het verzoek telefonisch op het bezwaar te worden gehoord. In het bezwaarschrift is onderkend dat het te laat is ingediend. Ook is ingegaan op de verschoonbaarheid van de termijnoverschrijding. Daarover is in het bezwaarschrift het volgende vermeld:
“de termijnoverschrijding is verschoonbaar. Door het Corona-virus heeft het kantoor en al mijn medewerkers overuren gemaakt en ik reken op begrip.”
De heffingsambtenaar heeft bij uitspraak op bezwaar van 28 april 2020 het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn. Belanghebbende is niet gehoord. In de uitspraak op bezwaar is vermeld dat vanwege kennelijke niet-ontvankelijkheid van het bezwaar het horen met toepassing van artikel 7:3, aanhef en letter a, Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) achterwege is gelaten.
De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard.
3 Geschil en conclusies van partijen
In geschil is of de heffingsambtenaar belanghebbende had moeten horen voordat op het bezwaar werd beslist en of de termijnoverschrijding bij het instellen van bezwaar verschoonbaar is.
Belanghebbende concludeert tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank en tot terugwijzing naar de heffingsambtenaar. De heffingsambtenaar concludeert tot bevestiging van de uitspraak van de rechtbank.