Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 09-11-2022, ECLI:NL:GHSHE:2022:3880, 21/00745
Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 09-11-2022, ECLI:NL:GHSHE:2022:3880, 21/00745
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Datum uitspraak
- 9 november 2022
- Datum publicatie
- 11 mei 2023
- Zaaknummer
- 21/00745
- Relevante informatie
- Art. 225 Gemw, Art. 3:41 Awb, Art. 6:7 Awb, Art. 6:9 Awb, Art. 8:115 Awb, Art. 26c AWR
Inhoudsindicatie
Beoordeling niet-ontvankelijkverklaring van het beroep. Uit de overgelegde printscreens van de heffingsambtenaar kan niet worden afgeleid dat de uitspraak op bezwaar is aangeboden op de door de heffingsambtenaar gestelde datum. Belanghebbende stelt dat hij heeft gehandeld toen de stukken hem toekwamen. Het hof geeft belanghebbende het voordeel van de twijfel en gaat ervan uit dat de uitspraak op bezwaar is ontvangen kort voordat belanghebbende het beroepschrift heeft gestuurd. Het hof verklaart het beroep daardoor ontvankelijk en wijst de zaak terug naar de rechtbank voor een inhoudelijke behandeling van het beroep.
Uitspraak
Team belastingrecht
Meervoudige Belastingkamer
Nummer: 21/00745
Uitspraak op het hoger beroep van
[belanghebbende] ,
wonend in [woonplaats] (België),
hierna: belanghebbende,
tegen de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant (hierna: de rechtbank) van 13 april 2021, nummer SHE 20/2474, in het geding tussen belanghebbende en
de heffingsambtenaar van de gemeente 's-Hertogenbosch,
hierna: de heffingsambtenaar.
1 Ontstaan en loop van het geding
De heffingsambtenaar heeft aan belanghebbende een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd.
De heffingsambtenaar heeft bij uitspraak op bezwaar de naheffingsaanslag gehandhaafd.
De rechtbank heeft het daartegen ingestelde beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de rechtbank hoger beroep ingesteld bij het hof. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.
De heffingsambtenaar heeft op verzoek van het hof stukken overgelegd die tijdens de zitting van de rechtbank zijn getoond. De heffingsambtenaar heeft die stukken per e-mail aan belanghebbende toegestuurd.
De zitting heeft plaatsgevonden op 27 oktober 2022 in ’s-Hertogenbosch. Daar is belanghebbende verschenen. De heffingsambtenaar is met kennisgeving van verhindering niet verschenen. Belanghebbende heeft tijdens de zitting een pleitnota voorgelezen en exemplaren daarvan overgelegd aan het hof. Van de zitting is een proces-verbaal opgemaakt, dat gelijktijdig met de uitspraak aan partijen wordt verzonden. Het hof heeft aan het einde van de zitting het onderzoek gesloten
2 Feiten
Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen de aan hem opgelegde naheffingsaanslag parkeerbelasting. De uitspraak op bezwaar is gedagtekend 14 mei 2020. De uitspraak op bezwaar is per gewone post aan belanghebbende toegestuurd.
Belanghebbende heeft daartegen een beroepschrift ingediend met dagtekening 31 augustus 2020. Het beroepschrift is door de rechtbank op 7 september 2020 ontvangen. De rechtbank heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard, omdat het beroepschrift te laat is ingediend.
3 Geschil en conclusies van partijen
Het geschil betreft het antwoord op de volgende vraag: is het beroep terecht niet-ontvankelijk verklaard?
Belanghebbende concludeert tot een ontvankelijk beroep. De heffingsambtenaar concludeert tot bevestiging van de uitspraak van de rechtbank.