Home

Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 05-04-2023, ECLI:NL:GHSHE:2023:1104, 21/01203

Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 05-04-2023, ECLI:NL:GHSHE:2023:1104, 21/01203

Gegevens

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
5 april 2023
Datum publicatie
24 augustus 2023
ECLI
ECLI:NL:GHSHE:2023:1104
Zaaknummer
21/01203
Relevante informatie
Art. 17 Wet WOZ, Art. 22 Wet WOZ, Art. 30 Wet WOZ, Art. 7:2 Awb, Art. 25 AWR

Inhoudsindicatie

Hoorplicht niet geschonden, omdat het hoorgesprek zag op beide in geschil zijnde belastingjaren. Uitleg van een afspraak tussen partijen om hoorzittingen te bundelen.

Uitspraak

Team belastingrecht

Enkelvoudige Belastingkamer

Nummer: 21/01203

Uitspraak op het hoger beroep van

[belanghebbende] ,

wonend in [woonplaats] ,

hierna: belanghebbende,

tegen de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant (hierna: de rechtbank) van 12 augustus 2021, nummer SHE 20/3759, in het geding tussen belanghebbende en

de heffingsambtenaar van de gemeente Meierijstad,

hierna: de heffingsambtenaar.

1 Ontstaan en loop van het geding

1.1.

De heffingsambtenaar heeft in het kader van de Wet waardering onroerende zaken (hierna: Wet WOZ) een beschikking gegeven (hierna: de WOZbeschikking) en daarbij de waarde van [a-straat] in [plaatsnaam] (hierna: de onroerende zaak) vastgesteld.

1.2.

Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt. De heffingsambtenaar heeft uitspraak op bezwaar gedaan en het bezwaar ongegrond verklaard.

1.3.

Belanghebbende heeft tegen deze uitspraak beroep ingesteld bij de rechtbank.

De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard.

1.4.

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de rechtbank hoger beroep ingesteld bij het hof. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.

1.5.

Belanghebbende heeft vóór de zitting nadere stukken ingediend. Deze stukken zijn doorgestuurd naar de heffingsambtenaar.

1.6.

De zitting heeft plaatsgevonden op 23 maart 2023 in ’s-Hertogenbosch. Daar is verschenen namens de heffingsambtenaar, [heffingsambtenaar] . Belanghebbende en haar gemachtigde zijn, zonder kennisgeving daarvan, niet verschenen.

De griffier heeft verklaard dat zij belanghebbende heeft uitgenodigd voor de zitting met vermelding van datum, plaats en tijdstip van de zitting. Deze brief, met nummer [track and trace code] , is aangetekend verzonden naar het door belanghebbende opgegeven adres. Tot de gedingstukken behoort een kopie van de lijst van aangetekende verzendbewijzen en een schermprint van de statusinformatie van het verzendbewijs. Hieruit volgt dat de uitnodiging voor de zitting op 17 februari 2023 op het door belanghebbende opgegeven adres is afgeleverd.

1.7.

Het hof heeft aan het einde van de zitting het onderzoek gesloten.

2 Feiten

2.1.

Belanghebbende is (mede-)eigenaar van de onroerende zaak. Op 27 mei 2020 heeft zij op grond van artikel 28 Wet WOZ verzocht om een WOZ-beschikking voor het belastingjaar 2019.

2.2.

Op 6 juni 2020 heeft de heffingsambtenaar een WOZ-beschikking gegeven op naam van belanghebbende. Deze beschikking vermeldt dat de waarde van de onroerende zaak per de waardepeildatum 1 januari 2018 is vastgesteld op € 334.000.

2.3.

Belanghebbende heeft op 22 juni 2020 bezwaar gemaakt. In het bezwaarschrift verzoekt belanghebbende onder meer om een telefonische hoorzitting indien niet aan het bezwaar tegemoet wordt gekomen. Daarbij verzoekt de gemachtigde van belanghebbende om alle hoorzittingen te bundelen.

2.4.

Belanghebbende heeft ook bezwaar gemaakt tegen de WOZ-beschikking voor het belastingjaar 2020. Voor dat jaar is de waarde van de onroerende zaak vastgesteld op € 344.000.

2.5.

Voorafgaand aan de indiening van het onderhavige bezwaarschrift hebben de gemachtigde van belanghebbende en de heffingsambtenaar met elkaar gecorrespondeerd over het plannen van een telefonische hoorzitting in de zaken waar de gemachtigde van belanghebbende optreedt. Op 24 april 2020 schrijft de heffingsambtenaar in een e-mail aan de gemachtigde van belanghebbende het volgende:

“Uw kantoor heeft WOZ-bezwaren ingediend bij de gemeente Meierijstad. Graag zou ik met u tot een concrete afspraak komen voor de te houden hoorzitting inzake alle ingeboekte bezwaardossiers. Gezien de huidige situatie omtrent het Corona-virus, geniet een telefonische hoorzitting de voorkeur. Ik stel u de navolgende mogelijkheid voor: vrijdag 15 mei (…).”

De gemachtigde van belanghebbende reageert op 30 april 2020:

“(…) Hartelijk dank voor de uitnodiging voor een telefonische hoorzitting. De door u genoemde datum is helaas niet haalbaar. Voor een groot aantal bezwaren hebben wij namelijk tot (ruim) na 15 mei de tijd om het aanvullend bezwaarschrift toe te sturen. Tijdens de hoorzitting behandelen wij graag, net als u, in één keer alle bezwaardossiers. Om die reden wil ik aan u voorstellen om een nieuwe datum voor een telefonische hoorzitting voor te stellen die ligt tussen 1 juli 2020 en 31 december 2020.”

De heffingsambtenaar stelt vervolgens voor om de telefonische hoorzitting te plannen op 3 juli 2020. Die datum wordt door de gemachtigde van belanghebbende op 5 mei 2020 bevestigd.

2.6.

Op 3 juli 2020 vindt een telefonische hoorzitting plaats. Tijdens die hoorzitting is de onroerende zaak aan de orde gekomen en heeft de gemachtigde van belanghebbende diverse omstandigheden naar voren gebracht waar volgens hem bij de waardering geen of onvoldoende rekening mee is gehouden.

2.7.

Op 23 juli 2020 verzoekt de gemachtigde van belanghebbende om toezending van het taxatieverslag voor het belastingjaar 2019. Dat taxatieverslag wordt diezelfde dag toegestuurd.

2.8.

Op 27 augustus 2020 vult belanghebbende het bezwaar aan en verzoekt de WOZ-waarde te verlagen tot € 250.000.

2.9.

Op 13 november 2020 heeft de heffingsambtenaar uitspraak op het bezwaar gedaan. In die uitspraak op bezwaar handhaaft de heffingsambtenaar de WOZ-waarde en schrijft hij over het horen:

Horen

Op 3 juli 2020 heeft er een telefonische hoorzitting plaats gevonden, waarin u onder andere bent gehoord inzake [a-straat] [hof: de onroerende zaak]. Wat tijdens de hoorzitting is aangedragen, is verwerkt in deze uitspraak op bezwaar.”

2.10.

Het bezwaar tegen de WOZ-beschikking voor het belastingjaar 2020 is bij uitspraak op bezwaar eveneens afgewezen. Tegen die uitspraak op bezwaar is geen beroep ingesteld. Dat betekent dat de vastgestelde waarde van € 344.000 daarmee is komen vast te staan.

3 Geschil en conclusies van partijen

3.1.

Het geschil betreft het antwoord op de vraag of de hoorplicht is geschonden.

3.2.

Belanghebbende concludeert tot terugwijzing naar de heffingsambtenaar. De heffingsambtenaar concludeert tot bevestiging van de uitspraak van de rechtbank.

4 Gronden

5 Beslissing