Hoge Raad, 04-12-2015, ECLI:NL:HR:2015:3478, 14/06167
Hoge Raad, 04-12-2015, ECLI:NL:HR:2015:3478, 14/06167
Gegevens
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 4 december 2015
- Datum publicatie
- 4 december 2015
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2015:3478
- Formele relaties
- Conclusie: ECLI:NL:PHR:2015:2005, Gedeeltelijk contrair
- In cassatie op : ECLI:NL:GHAMS:2014:3833, (Gedeeltelijke) vernietiging met verwijzen
- Zaaknummer
- 14/06167
Inhoudsindicatie
Personen- en familierecht. Partneralimentatie. Onbegrijpelijk oordeel over draagkracht. Rapport Alimentatienormen; draagkrachtberekening bijvoegen? Uitsluiten van wettelijke indexering, art. 1:402a lid 5 BW.
Uitspraak
4 december 2015
Eerste Kamer
14/06167
EE
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[de vrouw],wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie, verweerster in het incidenteel cassatieberoep,
advocaat: mr. C.G.A. van Stratum,
t e g e n
[de man],wonende te [woonplaats], Denemarken,
VERWEERDER in cassatie, verzoeker in het incidenteel cassatieberoep,
advocaat: mr. S. Kousedghi.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de vrouw en de man.
1 Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikking in de zaak C/15/194321/FA RK 12-2413 van de rechtbank Noord-Holland van 10 april 2013;
b. de beschikking in de zaak 200.129.892/01 van het gerechtshof Amsterdam van 9 september 2014.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2 Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft de vrouw beroep in cassatie ingesteld. De man heeft incidenteel cassatieberoep ingesteld. Het cassatierekest en het verweerschrift tevens houdende incidenteel cassatieberoep zijn aan deze beschikking gehecht en maken daarvan deel uit.
Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L.A.D. Keus strekt in het principale beroep tot verwerping en in het incidentele beroep tot vernietiging en verwijzing.
De advocaat van de vrouw heeft bij brief van 8 oktober 2015 op die conclusie gereageerd.
3 Uitgangspunten in cassatie
In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.
- -
-
i) Partijen zijn op 28 december 1971 gehuwd. Hun huwelijk is op 17 januari 2006 ontbonden door inschrijving van de echtscheidingsbeschikking van 15 november 2005 in de registers van de burgerlijke stand.
- -
-
ii) Bij voormelde beschikking is een door de man te betalen uitkering tot levensonderhoud van de vrouw van € 1.835,-- per maand bepaald, met ingang van de datum van inschrijving van de echtscheidingsbeschikking. Ingevolge de wettelijke indexering bedraagt de alimentatie met ingang van 1 januari 2012 € 2.074,09 per maand.
- -
-
iii) De man is geboren op [geboortedatum] 1947 en is op 1 augustus 2012 met ouderdomspensioen gegaan. Zijn pensioenuitkering bedroeg € 2.194,-- bruto per maand. Zijn Nederlandse AOW bedraagt € 694,-- bruto per maand, exclusief vakantietoeslag, te verhogen met de zogenoemde KOB-uitkering van € 28,-- bruto per maand. Zijn Deense AOW bedraagt € 17,-- netto per maand. De man is hertrouwd en zijn echtgenote voorziet in eigen levensonderhoud.
- -
-
iv) De vrouw is geboren op [geboortedatum] 1952. Zij is alleenstaand. Met ingang van 1 augustus 2012 ontvangt zij € 1.143,66 bruto per maand als aandeel in het ouderdomspensioen van de man.
Voor zover in cassatie nog van belang, verzoekt de man in dit geding de alimentatie met ingang van 15 januari 2005 op een lager bedrag dan € 1.835,-- per maand te stellen, en verzoekt de vrouw de alimentatie op een hoger bedrag dan € 1.835,-- per maand te stellen.
De rechtbank heeft, met wijziging in zoverre van de beschikking van 15 november 2005, bepaald dat de man met ingang van 1 augustus 2012 een alimentatie van € 480,-- per maand dient te voldoen.
Het hof heeft, met dienovereenkomstige wijziging van de beschikking van 15 november 2005, bepaald dat de man over de periode van 1 augustus 2009 tot 1 augustus 2012 een bedrag van € 2.000,-- per maand als uitkering tot levensonderhoud aan de vrouw dient te voldoen, en met ingang van 1 augustus 2012 een bedrag van € 530,-- per maand. Het verzoek van de man om de wettelijke indexering uit te sluiten, is door het hof afgewezen.