Home

Hoge Raad, 04-02-2020, ECLI:NL:HR:2020:193, 19/01475

Hoge Raad, 04-02-2020, ECLI:NL:HR:2020:193, 19/01475

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
4 februari 2020
Datum publicatie
4 februari 2020
ECLI
ECLI:NL:HR:2020:193
Formele relaties
Zaaknummer
19/01475

Inhoudsindicatie

Medeplegen van moord in de Bijlmer in 2016, door slachtoffer naar flat Kikkenstein te lokken alwaar hij door de medepleger is doodgeschoten. Gvs 18 jr. Bewijsklacht opzet op de dood. HR: art. 81.1 RO.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 19/01475

Datum 4 februari 2020

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 19 maart 2019, nummer 23/004221-17, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1992,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft M.E. van der Werf, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 4 februari 2020.