Hoge Raad, 25-03-2022, ECLI:NL:HR:2022:464, 21/00153
Hoge Raad, 25-03-2022, ECLI:NL:HR:2022:464, 21/00153
Gegevens
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 25 maart 2022
- Datum publicatie
- 25 maart 2022
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2022:464
- Formele relaties
- Conclusie: ECLI:NL:PHR:2021:1108, Gevolgd
- In cassatie op : ECLI:NL:GHAMS:2020:3003, Bekrachtiging/bevestiging
- Zaaknummer
- 21/00153
Inhoudsindicatie
Wet op het notarisambt (Wna). Art. 29 Wna. Procesrecht. Oud-notaris verzet zich tegen nog langere voortzetting van de praktijk voor zijn rekening en risico. Verzoek herziening beslissing voorzitter van de kamer voor het notariaat. Ontvankelijkheid hoger beroep bij de Hoge Raad; HR 19 maart 2021, ECLI:NL:HR:2021:423.
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 21/00153
Datum 25 maart 2022
BESCHIKKING
In de zaak van
[de oud-notaris],wonende op een geheim adres,
VERZOEKER tot cassatie,
hierna: [de oud-notaris],
advocaat: K. Aantjes,
tegen
1. [de notaris], notaris,wonende te [woonplaats],
2. KONINKLIJKE NOTARIËLE BEROEPSORGANISATIE,gevestigd te Den Haag,
3. STICHTING VOORZIENINGSFONDS EN DE STICHTING KWALITEITSFONDS NOTARIAAT VAN DE KONINKLIJKE NOTARIËLE BEROEPSORGANISATIE,gevestigd te Den Haag,
VERWEERDERS in cassatie,
hierna gezamenlijk: de notaris c.s.,
advocaat: J. Streefkerk,
4. H. DULACK, in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van [A] B.V.,kantoorhoudende te Utrecht,
5. [verweerder 5], voormalig kandidaat-notaris,voorheen kantoorhoudende te [vestigingsplaats],
VERWEERDERS in cassatie,
hierna: de curator en [verweerder 5],
niet verschenen.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar de beschikking in de zaak 200.276.449/01 NOT van het gerechtshof Amsterdam (de notaris- en gerechtsdeurwaarderskamer) van 17 november 2020.
[de oud-notaris] heeft tegen de beschikking van het hof beroep ingesteld.
Het verzoekschrift is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De notaris c.s. hebben een verweerschrift ingediend tot primair niet-ontvankelijkheid, subsidiair verwerping en tevens houdende voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep.
De curator en [verweerder 5] hebben geen verweerschrift ingediend.
[de oud-notaris] heeft verzocht het niet-ontvankelijkheidsverweer te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal P. Vlas strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
2 Uitgangspunten en feiten
Voor de feiten, het verzoek en de beslissingen in feitelijke instantie in deze zaak wordt verwezen naar de conclusie van de advocaat-generaal onder 1.
3 Ontvankelijkheid van het hoger beroep
De oud-notaris heeft bij de Hoge Raad ingediend een “(Hoger) Beroep ex artikel 29 lid 3 Wet op het Notarisambt, subsidiair verzoek tot cassatie”. Uit dit processtuk blijkt dat de oud-notaris de beslissing van het hof bij de Hoge Raad bestrijdt met een (bestuursrechtelijk) hoger beroep en een voorwaardelijk verzoek tot cassatie. De oud-notaris verzoekt de Hoge Raad de beslissing van het hof te vernietigen en zelf in de zaak te voorzien door intrekking van beslissingen van de voorzitter van de Notariskamer Arnhem-Leeuwarden voor zover daarbij een voorziening voor het honorarium is getroffen, en door – kort samengevat – een voorziening te treffen over de kosten van goede ambtsbeoefening met betrekking tot het protocol.
De kamer voor het notariaat en de voorzitter van de kamer voor het notariaat zijn geen bestuursorganen in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb), maar onafhankelijke, bij de wet ingestelde organen die (mede) met rechtspraak zijn belast als bedoeld in art. 1:1 lid 2, onder c, Awb.1 Tegen hun beslissingen staat dan ook geen bestuursrechtelijk beroep open, maar beroep bij de gewone rechter (het gerechtshof Amsterdam op grond van de Wet op het Notarisambt (hierna: Wna)), die daarbij niet optreedt als bestuursrechter. Bij de Hoge Raad staat dan ook geen bestuursrechtelijk hoger beroep open. In zoverre is de oud-notaris niet-ontvankelijk in zijn beroep.2
4 Beoordeling van het middel
Uit hetgeen hiervoor onder 3 is overwogen volgt dat de voorwaarde is vervuld waaronder het cassatieberoep is ingesteld.
De klachten van het middel kunnen niet tot cassatie leiden. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie art. 81 lid 1 RO).