Rechtbank Den Haag, 14-07-2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:10724, 22_752
Rechtbank Den Haag, 14-07-2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:10724, 22_752
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 14 juli 2023
- Datum publicatie
- 4 oktober 2023
- Formele relaties
- Hoger beroep: ECLI:NL:GHDHA:2025:131, Bekrachtiging/bevestiging
- Zaaknummer
- 22_752
- Relevante informatie
- Art. 22 WOZ, Art. 17 WOZ, Art. 40 WOZ, Art. 6:17 Awb, Art. 7:4 Awb
Inhoudsindicatie
Verweerder heeft de waarde van de woning op waardepeildatum 1 januari 2020 vastgesteld op € 230.000. De rechtbank is van oordeel dat verweerder de waarde van de woning niet te hoog heeft vastgesteld. Hetgeen eiser heeft aangevoerd, doet hier niet aan af. Ook rust op verweerder volgens de rechtbank niet de plicht de door eiser gevraagde stukken toe te zenden. Het door de gemachtigde ingediende verzoek om vergoeding van de immateriële schade wegens de overschrijding van de redelijke termijn heeft de rechtbank afgewezen, omdat deze vergoeding aan de gemachtigde toekomst. Het toekennen van de vergoeding kan voor eiser dan ook geen compensatie vormen. Beroep ongegrond.
Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
Team belastingrecht
zaaknummer: SGR 22/752
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van
[eiser] , wonende te [woonplaats] , eiser(gemachtigde: mr. A. Bakker),
en