Home

Rechtbank Den Haag, 18-09-2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:26989, C/09/689870 KG ZA 25-803

Rechtbank Den Haag, 18-09-2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:26989, C/09/689870 KG ZA 25-803

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
18 september 2025
Datum publicatie
30 januari 2026
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2025:26989
Zaaknummer
C/09/689870 KG ZA 25-803

Inhoudsindicatie

Aanbesteding. Inschrijving is op goede gronden ongeldig verklaard omdat eiseres niet tijdig een door haar ingevuld en ondertekend inschrijvingsbiljet heeft ingediend. Gebrek leent zich niet voor herstel.

Uitspraak

Team handel - voorzieningenrechter

zaak- / rolnummer: C/09/689870 / KG ZA 25-803

Vonnis in kort geding van 18 september 2025

in de zaak van

[eiseres] B.V. te [vestigingsplaats] ,

eiseres,

advocaat mr. F.H.R. Kuiper te Hattem,

tegen:

GEMEENTE VOORSCHOTEN te Voorschoten,

gedaagde,

advocaten mrs. P.B.J. van Oord en D. Britsemmer te Alphen aan den Rijn.

Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘ [eiseres] ’ en ‘de Gemeente’.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 12 augustus 2025;

- de akte van [eiseres] van 1 september 2025 houdende overlegging producties 1 tot en met 6;

- de op 3 september 2025 door [eiseres] overgelegde productie 7;

- de door de Gemeente overgelegde conclusie van antwoord;

- de op 4 september 2025 gehouden mondelinge behandeling, waarbij door beide partijen pleitnotities zijn overgelegd.

1.2.

Tijdens de zitting is vonnis bepaald op vandaag.

2 De feiten

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.

2.1.

De Gemeente heeft, daarbij begeleid door de Stichting Regionaal Inkoopbureau IJmond en Kennemerland (RIJK), een meervoudige onderhandse aanbestedingsprocedure georganiseerd voor het vervangen van beschoeiingen en damwanden, inclusief alle bijkomende werkzaamheden (hierna: ‘de Opdracht’).

2.2.

In het ten behoeve van deze aanbesteding opgestelde aanbestedingsdocument van 5 juni 2025 (hierna: ‘het Aanbestedingsdocument’) zijn onder meer de hoofdstukken 7 en 9 van het Aanbestedingsreglement Werken 2016 (ARW 2016) op de aanbesteding van toepassing verklaard.

2.3.

In het Aanbestedingsdocument valt verder te lezen dat de Opdracht wordt gegund aan de inschrijver die met de laagste prijs heeft ingeschreven. Inschrijvingen dienden uiterlijk op 7 juli 2025 12.00 uur via TenderNed te worden ingediend. In paragraaf 7 van het Aanbestedingsdocument is bepaald dat bij inschrijving dienden te worden aangeleverd een via de online tool van TenderNed ingevuld Uniform Europees Aanbestedingsdocument (UEA), een ondertekend inschrijvingsbiljet en een ondertekende inschrijfstaat. In paragraaf 3.2.2 van het Aanbestedingsdocument is bepaald dat de inschrijver door ondertekening van het inschrijvingsbiljet verklaart dat hij instemt met de inhoud van alle aanbestedingsstukken en dat hij alle gegevens op het inschrijvingsbiljet naar waarheid heeft ingevuld.

2.4.

[eiseres] heeft haar inschrijving op 7 juli 2025 om 11.12 uur digitaal via TenderNed ingediend. Blijkens het proces-verbaal van opening van de inschrijvingen van 8 juli 2025 zijn in totaal drie inschrijvingen ontvangen en heeft [eiseres] ingeschreven met de laagste prijs. In het proces-verbaal valt verder te lezen dat in de inschrijvingen geen in het oog springende onregelmatigheden zijn aangetroffen en dat een uitgebreide toetsing op onregelmatigheden op een later moment zal plaatsvinden.

2.5.

[eiseres] heeft op 9 juli 2025 om 14.23 uur via TenderNed bericht dat zij heeft geconstateerd dat zij abusievelijk bij haar inschrijving het inschrijvingsbiljet niet heeft ingediend. Bij dit bericht heeft [eiseres] als bijlage een door haar ingevuld en ondertekend inschrijvingsbiljet gevoegd.

2.6.

Bij voorlopige gunningsbeslissing van 5 augustus 2025 heeft de Gemeente de inschrijving van [eiseres] ongeldig verklaard. Aan deze ongeldigverklaring heeft de Gemeente – kort gezegd – ten grondslag gelegd dat [eiseres] het vereiste inschrijvingsbiljet niet tijdig heeft ingediend en dat dit gebrek in haar inschrijving zich niet leent voor herstel.

3 Het geschil

3.1.

[eiseres] vordert – zakelijk weergegeven – bij vonnis, voor zover uitvoerbaar bij voorraad de Gemeente te gebieden de voorlopige gunningsbeslissing van 5 augustus 2025 in te trekken en de Gemeente te gebieden de Opdracht – voor zover zij deze nog wenst te vergeven – aan geen ander dan [eiseres] te gunnen, een en ander met veroordeling van de Gemeente in de proceskosten.

3.2.

Daartoe voert [eiseres] – samengevat – aan dat het niet bij inschrijving indienen van het inschrijvingsbiljet een duidelijk kenbare omissie betreft, die zich leent voor herstel. Volgens [eiseres] had de Gemeente haar een herstelmogelijkheid moeten bieden althans was de Gemeente verplicht het alsnog door haar ingediende inschrijvingsbiljet te accepteren. Daarbij wijst [eiseres] erop dat met het alsnog ingediende inschrijvingsbiljet haar inschrijving inhoudelijk niet is gewijzigd. Van een schending van het level playing field als gevolg van oneigenlijk genoten concurrentievoordeel is naar haar mening geen sprake. De in artikel 7.14.2 ARW 2016 genoemde informatie was volgens [eiseres] reeds met de op 7 juli 2025 ingediende stukken door haar verstrekt. Daarbij merkt [eiseres] op dat het alsnog op 9 juli 2025 ingediende inschrijvingsbiljet al op 6 juli 2025 door haar is ondertekend. Meer in het bijzonder stelt [eiseres] dat de Gemeente uit hoofde van de ingediende inschrijfstaat reeds bekend was met de door haar geoffreerde prijs. Daarnaast stelt [eiseres] dat uit de op 7 juli 2025 ingediende stukken blijkt van haar wil om op de aanbesteding in te schrijven. Uit het Aanbestedingsdocument volgt niet dat het niet indienen van bepaalde stukken per definitie tot terzijdelegging of ongeldigverklaring zal leiden. Artikel 7.22.1 ARW 2016 biedt volgens [eiseres] een mogelijkheid tot verduidelijking of aanvulling. Hieruit blijkt naar de mening van [eiseres] dat er wel degelijk ruimte bestaat voor herstel van haar omissie. [eiseres] beroept zich in dat verband tevens op twee uitspraken, te weten een vonnis van de voorzieningenrechter van deze rechtbank van 17 april 2023 (ECLI:NL:RBDHA:2023:5737) en een vonnis van de voorzieningenrechter van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem van 11 juni 2021 (ECLI:NL:RBGEL:2021:8248), waarin is geoordeeld dat sprake is van een voor herstel vatbaar verzuim. Ten slotte stelt [eiseres] dat de Gemeente in de voorlopige gunningsbeslissing ten onrechte geen evenredigheidstoets heeft toegepast. Daarmee kleeft naar de mening van [eiseres] aan de voorlopige gunningsbeslissing een gebrek.

3.3.

De Gemeente voert verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.

4 De beoordeling van het geschil

5 De beslissing