Rechtbank Noord-Holland, 14-12-2023, ECLI:NL:RBNHO:2023:13060, AWB - 21 _ 954
Rechtbank Noord-Holland, 14-12-2023, ECLI:NL:RBNHO:2023:13060, AWB - 21 _ 954
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Noord-Holland
- Datum uitspraak
- 14 december 2023
- Datum publicatie
- 13 februari 2024
- Zaaknummer
- AWB - 21 _ 954
- Relevante informatie
- Art. 17 Wet WOZ, Art. 22 Wet WOZ, Art. 3:2 Awb, Art. 7:12 Awb, Art. 8:69 Awb
Inhoudsindicatie
WOZ; woning; in het belastingprocesrecht geen algemene regel van ex tunc-toetsing in beroep; waardedrukkend effect van eerstelijnsbebouwing verdisconteerd in de verkoopcijfers; beroep ongegrond.
Uitspraak
Zittingsplaats Haarlem
Bestuursrecht
zaaknummers: HAA 21/954, HAA 22/2386 en HAA 22/2484
(gemachtigde: mr.drs. C.C.J. Hartendorf),
en
Procesverloop
HAA 21/954 (jaar 2020)
Verweerder heeft bij beschikking van 29 februari 2020 op grond van artikel 22 van de Wet waardering onroerende zaken (hierna: de Wet WOZ) de waarde van de onroerende zaak [adres 1] te [plaats] (hierna: de woning) voor het kalenderjaar 2020 vastgesteld op € 883.000. In hetzelfde geschrift is ook de aanslag onroerende-zaakbelastingen 2020 bekendgemaakt.
Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar van 23 december 2020 (hierna: het bestreden besluit 2020) de vastgestelde waarde verminderd tot een bedrag van € 743.000. De hierop gebaseerde aanslag onroerende-zaakbelastingen 2020 is eveneens verminderd.
HAA 22/2386 (jaar 2021)
Verweerder heeft bij beschikking van 26 februari 2021 op grond van artikel 22 van de Wet WOZ de waarde van de woning voor het kalenderjaar 2021 vastgesteld op € 885.000. In hetzelfde geschrift is ook de aanslag onroerende-zaakbelastingen 2021 bekendgemaakt. De vastgestelde waarde is nadien ambtshalve verminderd tot € 815.000, waarbij de aanslag dienovereenkomstig is verminderd.
Bij uitspraak op bezwaar van 11 februari 2022 (hierna: het bestreden besluit 2021) heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard en de waarde van de woning alsmede de aanslag gehandhaafd.