Home

Rechtbank Noord-Holland, 09-02-2024, ECLI:NL:RBNHO:2024:1085, HAA 22/6175

Rechtbank Noord-Holland, 09-02-2024, ECLI:NL:RBNHO:2024:1085, HAA 22/6175

Gegevens

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
9 februari 2024
Datum publicatie
16 februari 2024
ECLI
ECLI:NL:RBNHO:2024:1085
Zaaknummer
HAA 22/6175
Relevante informatie
Art. 22 Wet WOZ, Art. 1:2 Awb

Inhoudsindicatie

WOZ geen procesbelang. Niet-ontvankelijk

Uitspraak

Zittingsplaats Haarlem

Bestuursrecht

zaaknummer: HAA 22/6175

(gemachtigde: mr. A. Bakker),

en

Procesverloop

Bij beschikking van 25 februari 2021 heeft verweerder de WOZ-waarde van de onroerende zaak, plaatselijk bekend als [adres 1] te [woonplaats] (hierna: de woning), voor het jaar 2022, met waardepeildatum 1 januari 2021 (hierna: de waardepeildatum), vastgesteld op € 216.000.

Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar de beschikking gehandhaafd.

Eiseres heeft daartegen beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

De eigenaar van de woning, Stichting [naam 1] , is in de gelegenheid gesteld om deel te nemen aan de procedure. Zij heeft daarvan geen gebruik gemaakt.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 25 januari 2024 te Haarlem. Eiseres is vertegenwoordigd door haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. drs. [naam 2] .

Overwegingen

Feiten

1. Eiseres is huurder van de woning. De woning is een bovenwoning, voorzien van een berging en een klein balkon.

Geschil

2. In geschil is de ontvankelijkheid van eiseres in beroep. Voorts is in geschil de

waarde van de woning op de waardepeildatum.

3. Eiseres bepleit een waarde van € 191.000 en stelt dat verweerder niet aan zijn

bewijslast heeft voldaan. Voorts heeft verweerder geen rekening gehouden met de slechte staat van de woning, is niet inzichtelijk gemaakt op welke wijze de verkoopcijfers zijn geïndexeerd, wordt bestreden dat de inhoud/oppervlakte van de referentie-objecten juist is en zijn de objectkenmerken van de referentie-objecten niet onderbouwd. Eiseres concludeert tot gegrondverklaring van het beroep, verlaging van de vastgestelde WOZ-waarde en veroordeling van verweerder tot vergoeding van de proceskosten voor zowel de bezwaar- als de beroepsfase (daaronder inbegrepen de kosten van het taxatieverslag). Ter zitting heeft eiseres gesteld haar beroep op schending van het motiveringsbeginsel niet langer te handhaven.

4. Verweerder concludeert tot ongegrondverklaring van het beroep. Verweerder

verwijst onder meer naar de overgelegde waardematrix. In de matrix zijn naast de gegevens van de woning, de verkoopgegevens vermeld van zes vergelijkingsobjecten, te weten van [adres 3] , [adres 4] , [adres 5] , [adres 6] , [adres 7] en van [adres 8] , alle gelegen in [woonplaats] .

5. Voor het overige verwijst de rechtbank naar de gedingstukken.

Beoordeling van het geschil

Ten aanzien van de ontvankelijkheid

6. Omdat verweerder de WOZ-beschikking aan eiseres heeft gericht, is eiseres daardoor belanghebbende als bedoeld in artikel 1:2, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb). Dat volgt uit het arrest van de Hoge Raad van 20 maart 2020 (ECLI:NL:HR:2020:467). Het belang waarover wordt gesproken in artikel 1:2 van de Awb moet echter worden onderscheiden van het procesbelang van een belanghebbende. Het procesbelang is het belang dat iemand heeft bij de uitkomst van de procedure, dus wat zij met haar bezwaar of (hoger) beroep wil en/of kan bereiken. Als iemand belanghebbende is, betekent dat dus niet meteen dat iemand ook een procesbelang heeft. De rechtbank moet ambtshalve beoordelen of iemand procesbelang heeft.

7. Het is vaste rechtspraak dat procesbelang ontbreekt als het gebruiken van een rechtsmiddel een partij niet in een gunstigere positie kan brengen met betrekking tot het bestreden besluit en eventuele bijkomende (rechterlijke) beslissingen.

8. In zaken waarin een WOZ-beschikking is gericht aan de huurder van een woning kan het procesbelang niet zonder meer worden aangenomen. Steeds zal aan de hand van de relevante feiten en omstandigheden moeten worden beoordeeld of het maken van bezwaar of het instellen van (hoger) beroep de betrokken huurder in een gunstigere positie kan brengen met betrekking tot het bestreden besluit en eventuele bijkomende (rechterlijke) beslissingen. Wel moet in ‘huurderszaken’ in ieder geval procesbelang worden aangenomen als de WOZ-waarde als heffingsmaatstaf wordt gebruikt, voor bijvoorbeeld het bepalen van de hoogte van de riool- of afvalstoffenheffing. Het is aan degene die bezwaar maakt of (hoger) beroep instelt om aannemelijk te maken dat hij procesbelang heeft.

9. De rechtbank stelt allereerst vast dat uit de beschikking blijkt dat de WOZ-waarde niet is gebruikt als een heffingsmaatstraf voor het heffen van lokale belastingen. Ook ziet de rechtbank daarvoor geen andere aanknopingspunten in de stukken.

10. Eiseres heeft niet concreet gemaakt dat de verlaging van de WOZ-waarde voor haar zou kunnen leiden tot een huurverlaging. Eerst ter zitting heeft eiseres verklaard de uitkomst van deze procedure eventueel te willen gaan gebruiken om een dertig-dagen brief te sturen aan de verhuurder van de woning. Zij kan dan benadrukken dat wat zij nu betaalt aan huurpenningen niet conform het huurgenot is. De rechtbank acht het ongeloofwaardig en derhalve niet aannemelijk dat eiseres vanwege haar eventuele wens een dertig-dagen brief aan de verhuurder te sturen belang heeft bij de WOZ-waarde van de woning voor het jaar 2022, vastgesteld naar de waardepeildatum 1 januari 2021. De rechtbank stelt verder vast dat aan eiseres weliswaar een aanslag afvalstoffenheffing en een aanslag rioolheffing gebruik woning is opgelegd, die zijn bekendgemaakt op hetzelfde biljet als de WOZ-beschikking, maar deze aanslagen niet in geschil zijn. De hoogte daarvan is overigens ook niet afhankelijk van de WOZ-waarde van de woning. Het voorgaande neemt niet weg dat eiseres een indirect belang kan hebben bij de WOZ-waarde van de woning, omdat de maximale huur van een woning waarop het Besluit huurprijzen woonruimte van toepassing is onder meer afhankelijk kan zijn van de WOZ-waarde daarvan (vgl. het arrest van de Hoge Raad van 13 september 2019, ECLI:NL:HR:2019:1315, r.o. 2.4). Het ligt op de weg van eiseres om aannemelijk te maken dat dit belang bestaat en meer bedraagt dan € 15. Eiseres is hierin niet geslaagd. Nu eiseres ook geen ander belang naar voren heeft gebracht, dient het beroep niet-ontvankelijk te worden verklaard wegens het ontbreken van een voldoende concreet procesbelang. Dit brengt mee dat de rechtbank niet toekomt aan een inhoudelijke beoordeling van de zaak.

Proceskosten

11. Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. B. van Walderveen, rechter, in aanwezigheid van
N.E. Joacim, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 9 februari 2024.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel