Home

Rechtbank Noord-Nederland, 06-04-2023, ECLI:NL:RBNNE:2023:1305, 22/1137, 22/1138 en 22/1139

Rechtbank Noord-Nederland, 06-04-2023, ECLI:NL:RBNNE:2023:1305, 22/1137, 22/1138 en 22/1139

Gegevens

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
6 april 2023
Datum publicatie
24 april 2023
ECLI
ECLI:NL:RBNNE:2023:1305
Zaaknummer
22/1137, 22/1138 en 22/1139
Relevante informatie
Art. 17 WOZ, Art. 18 WOZ, Art. 7:12 Awb, Art. 6:22 Awb

Inhoudsindicatie

Eiser is eigenaar van een drietal onroerende zaken: twee vrijstaande woningen en een winkelpand met onzelfstandige bovenwoning. Eiser is het niet eens met de vastgestelde WOZ-waarden. De beroepen zijn ongegrond. De rechtbank is van oordeel dat verweerder de WOZ-waarden, in het licht van wat eiser heeft gesteld, voldoende aannemelijk heeft gemaakt. Wel ziet de rechtbank aanleiding voor vergoeding van het griffierecht en de proceskosten, omdat verweerder voor twee objecten niet bij de uitspraak op bezwaar al inzichtelijk heeft gemaakt hoe rekening is gehouden met de verschillen ten opzichte van de referenties.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummers: LEE 22/1137, 22/1138 en 22/1139


uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 6 april 2023 in de zaken tussen

[eiser] , uit [woonplaats] , eiser

en

de heffingsambtenaar van de gemeente Westerwolde, verweerder

(gemachtigde: [naam medewerker] ).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank de beroepen van eiser tegen de uitspraak op bezwaar van verweerder van 30 december 2021.

1.1.

Verweerder heeft de waarden van de hieronder genoemde onroerende zaken bij in één geschrift vervatte beschikkingen op 1 januari 2020 (de waardepeildatum) vastgesteld. Met deze waardevaststelling zijn aan eiser ook de aanslagen in de onroerendezaakbelastingen van de gemeente Westerwolde voor het jaar 2021 opgelegd (de aanslagen).

Zaaknummer

Adres

Waarde

LEE 22/1137

[A-weg] 49 in [plaats]

€ 146.000

LEE 22/1138

[B-straat] 7 in [plaats]

€ 161.000

LEE 22/1139

[B-straat] 9 in [plaats]

€ 115.000

1.2.

Verweerder heeft de bezwaren van eiser ongegrond verklaard. Verweerder heeft daarbij de waarden van de onroerende zaken gehandhaafd.

1.3.

Verweerder heeft op de beroepen gereageerd met een verweerschrift.

1.4.

De rechtbank heeft de beroepen op 21 maart 2023 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser en de gemachtigde van verweerder, bijgestaan door [taxateur] (taxateur).

Feiten

Beoordeling door de rechtbank

Conclusie en gevolgen

Beslissing

Informatie over hoger beroep