Rechtbank Noord-Nederland, 22-06-2023, ECLI:NL:RBNNE:2023:2508, AWB_LEE 22/1162
Rechtbank Noord-Nederland, 22-06-2023, ECLI:NL:RBNNE:2023:2508, AWB_LEE 22/1162
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Noord-Nederland
- Datum uitspraak
- 22 juni 2023
- Datum publicatie
- 23 juni 2023
- Formele relaties
- Hoger beroep: ECLI:NL:GHARL:2025:5721, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
- Zaaknummer
- AWB_LEE 22/1162
- Relevante informatie
- Art. 17 Wet WOZ, Art. 22 Wet WOZ
Inhoudsindicatie
Verweerder heeft met de overgelegde waardematrix en de toelichting daarop aannemelijk gemaakt dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld en dat bij de waardebepaling voldoende rekening is gehouden met de aanwezigheid van asbest. De rechtbank wijst het verzoek om immateriëleschadevergoeding af, omdat er naar haar oordeel, gelet op het geheel van omstandigheden, geen sprake is van immateriële schade aan de zijde van eiser.
Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Leeuwarden
Bestuursrecht
zaaknummer: LEE 22/1162
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
(gemachtigde: mr. R. van der Weide),
en
de heffingsambtenaar van de gemeente Noardeast-Fryslân, verweerder
(gemachtigden: [gemachtigde 1] , [gemachtigde 2] en [gemachtigde 3] ).
Inleiding
In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de uitspraak op bezwaar van verweerder van 10 januari 2022.
Verweerder heeft de waarde van de onroerende zaak aan [adres] in [woonplaats] (de onroerende zaak) per waardepeildatum 1 januari 2020 voor het belastingjaar 2021 vastgesteld op € 142.000.
Verweerder heeft het bezwaar van eiser tegen de vastgestelde waarde bij de uitspraak op bezwaar van 10 januari 2022 ongegrond verklaard.
Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
Eiser heeft vóór de zitting nadere stukken ingediend.
De rechtbank heeft het beroep op 9 juni 2023 op zitting behandeld. Hieraan hebben de gemachtigde van eiser en de gemachtigden van verweerder deelgenomen.