Rechtbank Noord-Nederland, 14-11-2023, ECLI:NL:RBNNE:2023:4883, LEE 22/2094 en LEE 22/2095
Rechtbank Noord-Nederland, 14-11-2023, ECLI:NL:RBNNE:2023:4883, LEE 22/2094 en LEE 22/2095
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Noord-Nederland
- Datum uitspraak
- 14 november 2023
- Datum publicatie
- 28 november 2023
- Formele relaties
- Hoger beroep: ECLI:NL:GHARL:2025:595, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
- Zaaknummer
- LEE 22/2094 en LEE 22/2095
- Relevante informatie
- Art. 17 Wet WOZ, Art. 22 Wet WOZ
Inhoudsindicatie
WOZ. De heffingsambtenaar heeft aannemelijk gemaakt dat de waarde van het kinderdagverblijf en de polikliniek niet te hoog is vastgesteld. De beroepsgrond van eiseres inzake de transactieprijs, dan wel de bedrijfswaarde, slaagt niet. Het beroep is ongegrond. Wel heeft eiseres recht op ISV.
Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummers: LEE 22/2094 en 22/2095
uitspraak van de meervoudige belastingkamer van 14 november 2023 in de zaken tussen
[eiseres] , uit [vestigingsplaats] , eiseres
(gemachtigde: G. Gieben),
en
de heffingsambtenaar van de gemeente Noardeast-Fryslân, de heffingsambtenaar
(gemachtigde: [gemachtigde heffingsambtenaar] ).
Als derde-partij neemt aan de procedures deel: de Minister voor Rechtsbescherming (de Minister).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank de beroepen van eiseres tegen de uitspraken op bezwaar van de heffingsambtenaar van 31 maart 2022.
De heffingsambtenaar heeft de waarde voor de Wet onroerende zaken (WOZ-waarde) van de onroerende zaak [adres A] op 1 januari 2020 (de waardepeildatum) voor het belastingjaar 2021 vastgesteld op € 10.080.000. Op hetzelfde aanslagbiljet heeft de heffingsambtenaar de WOZ-waarde van de onroerende zaak [adres B] op de waardepeildatum voor het belastingjaar 2021 vastgesteld op € 297.000.
De heffingsambtenaar heeft de bezwaren van eiseres ongegrond verklaard en de WOZ-waarden van de bij 1.1. vermelde onroerende zaken gehandhaafd.
De heffingsambtenaar heeft op de beroepen gereageerd met een verweerschrift.
De rechtbank heeft de beroepen op 17 oktober 2023 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: [kantoorgenoot gemachtigde eiseres] als gemachtigde van eiseres en [vertegenwoordiger heffingsambtenaar] namens de heffingsambtenaar, bijgestaan door [bijstand] (taxateur).