Home

Rechtbank Noord-Nederland, 01-03-2023, ECLI:NL:RBNNE:2023:832, LEE 21/663

Rechtbank Noord-Nederland, 01-03-2023, ECLI:NL:RBNNE:2023:832, LEE 21/663

Gegevens

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
1 maart 2023
Datum publicatie
13 april 2023
ECLI
ECLI:NL:RBNNE:2023:832
Zaaknummer
LEE 21/663
Relevante informatie
Art. 17 lid 2 Wet WOZ, Art. 22 Wet WOZ, Art. 7:4 Awb

Inhoudsindicatie

WOZ. Waardering winkelpand volgens de HWK. Volgens eiseres heeft verweerder niet alle op de zaak betrekking hebbende stukken verstrekt. Eiseres betwist niet dat de waarde van de onroerende zaak via de HWK kan worden bepaald, maar zij betwist wel de daarbij door verweerder gehanteerde huurwaarde en kapitalisatiefactor. Eiseres stelt daarbij dat verweerder zowel de huurwaarde als de kapitalisatiefactor niet heeft onderbouwd. Ten aanzien van de kapitalisatiefactor voert eiseres aan dat verweerder onvoldoende rekening heeft gehouden met het leegstandsrisico, omdat dit risico voor grootschalige winkelpanden met meerdere verdiepingen hoger ligt dan het percentage waarmee verweerder rekening heeft gehouden. Ook de verminderde doelmatigheid vanwege de wanverhouding tussen de oppervlakte van de winkelruimten en de opslagruimten leidt volgens eiseres tot een hoger leegstandsrisico. Daarnaast zijn volgens eiseres niet alle verkooptransacties voldoende vergelijkbaar.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder aan het verzoek van eiseres om de op de zaak betrekking hebbende stukken te verstrekken voldaan en heeft verweerder met het taxatierapport en zijn toelichting ter zitting aannemelijk gemaakt dat de WOZ-waarde van het winkelpand niet te hoog is vastgesteld. Het beroep is ongegrond. De rechtbank wijst het verzoek van eiseres om ISV wel toe.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: LEE 21/663

[eiseres] , uit [vestigingsplaats] , eiseres

(gemachtigde: [gemachtigde eiseres] ),

en

de heffingsambtenaar van het Noordelijk Belastingkantoor, verweerder

(gemachtigde: [gemachtigde verweerder] ).

Als derde-partij neemt aan de procedure deel: de Minister voor Rechtsbescherming (de Minister).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres inzake de WOZ-beschikking 2020 met dagtekening 29 februari 2020.

1.1.

Verweerder heeft de WOZ-waarde van de onroerende zaak aan de [adres 1] te [plaats] (de onroerende zaak) op 1 januari 2019 (de waardepeildatum) vastgesteld op € 10.678.000.

1.2.

Verweerder heeft het bezwaar van eiseres bij uitspraak op bezwaar van 26 januari 2021 ongegrond verklaard. Verweerder heeft daarbij de waarde van de onroerende zaak gehandhaafd.

1.3.

Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. Eiseres heeft daarna nog aanvullende stukken ingediend.

1.4.

De rechtbank heeft het beroep op 18 januari 2023 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiseres en namens verweerder zijn gemachtigde, bijgestaan door [taxateur verweerder] (taxateur).

Feiten

Beoordeling door de rechtbank

Conclusie en gevolgen

Beslissing

Informatie over hoger beroep