Rechtbank Rotterdam, 19-09-2024, ECLI:NL:RBROT:2024:9239, ROT 24/5513 en ROT 24/8521
Rechtbank Rotterdam, 19-09-2024, ECLI:NL:RBROT:2024:9239, ROT 24/5513 en ROT 24/8521
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Rotterdam
- Datum uitspraak
- 19 september 2024
- Datum publicatie
- 19 september 2024
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2024:9239
- Zaaknummer
- ROT 24/5513 en ROT 24/8521
Inhoudsindicatie
De stichting wil dat DNB handhavend optreedt tegen Transactie Monitoring Nederland (TMNL), tegen de deelnemende banken en tegen de Nederlandse Vereniging van Banken wegens overtreding van artikel 10 Wwft. DNB meent echter dat de stichting geen belanghebbende is in de zin van artikel 1:2 lid 3 Awb. Het bezwaar tegen de schriftelijke weigering om te handhaven heeft DNB niet-ontvankelijk verklaard omdat procesbelang is komen te ontvallen aan het verzoek. De voorzieningenrechter sluit kort en onderschrijft het besluit op bezwaar. De stichting heeft niet bestreden dat de activiteiten van TMNL zijn stopgezet en de uitgewisselde gegevens zijn verwijderd. Met dit beroep kan de stichting dus niet meer bereiken wat zij in haar verzoek heeft verzocht, namelijk dat de overtreding van het transactiemonitoringsverbod ogenblikkelijk wordt gestopt, onder oplegging van een last onder dwangsom en een punitieve boete. Zoals DNB uiteen heeft gezet, kan zij in eerste instantie slechts tegen niet naleving van artikel van artikel 10, eerste lid, van Wwft optreden met een aanwijzing. Een aanwijzing kan slechts zien op een lopende overtreding en niet worden gegeven ter voorkoming van herhaling (vgl. ECLI:NL:CBB:2024:223). Dit betekent dat DNB hoe dan ook niet meer handhavend kon optreden.
Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummers: ROT 24/5513 en ROT 24/8521 (hoofdzaak)
Stichting Human Rights in Finance.EU (de stichting), uit Amsterdam, verzoekster
(gemachtigde: [Naam]),
en
De Nederlandsche Bank N.V. (DNB), verweerster
(gemachtigden: mr. C. de Rond en mr. M.L. Batting).
Inleiding
1. Bij brief van 12 april 2024 (de brief) heeft DNB de stichting bericht dat haar verzoek aan DNB om handhaving tegen Transactie Monitoring Nederland (TMNL) wegens overtreding van artikel 10 van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) geen aanvraag oplevert als bedoeld in artikel 1:3, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), omdat de stichting gelet op haar feitelijke werkzaamheden geen belanghebbende is als bedoeld in artikel 1:2 van de Awb. Dit betekent de DNB geen besluit zal nemen naar aanleiding van het verzoek van de stichting.
2. De stichting heeft op 15 april 2024 beroep ingesteld wegens het niet tijdig beslissen op haar verzoek. Voorts heeft zij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. De rechtbank heeft dit beroep niet-ontvankelijk verklaard. In diezelfde uitspraak heeft de voorzieningenrechter het verzoek afgewezen (ECLI:NL:RBROT:2024:4718). Bij uitspraak van 30 augustus 2024 is het verzet tegen de uitspraak van de rechtbank ongegrond verklaard (ECLI:NL:RBROT:2024:8126).
3. De stichting heeft voorts bezwaar gemaakt tegen de brief. Hangende bezwaar heeft zij opnieuw de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
4. Bij besluit van 8 augustus 2024 heeft DNB het bezwaar van de stichting niet-ontvankelijk verklaard (het bestreden besluit). Volgens DNB heeft de stichting geen procesbelang meer bij haar bezwaar.
5. DNB heeft een verweerschrift ingediend.
6. De stichting heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
7. Op 8 september 2024 heeft de stichting verzocht 22 natuurlijke personen als partijen toe te laten in het verzoek om voorlopige voorziening en in het beroep. Dit verzoek heeft de voorzieningenrechter afgewezen. Vervolgens heeft de stichting op 9 september 2024 gevraagd om herziening van die beslissing.
8. De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 11 september 2024 op een openbare zitting behandeld. Hieraan hebben de gemachtigden van partijen deelgenomen. Voorts zijn verschenen [Naam] namens de stichting en L. Ploegstra, M.A. Oerlemans, S.M. Schwillens en R. ten Ham namens DNB.