Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 27-10-2022, ECLI:NL:RBZWB:2022:5781, AWB-20_8478
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 27-10-2022, ECLI:NL:RBZWB:2022:5781, AWB-20_8478
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Datum uitspraak
- 27 oktober 2022
- Datum publicatie
- 2 november 2022
- Zaaknummer
- AWB-20_8478
- Relevante informatie
- Art. 6:16 Awb, Art. 25 AWR, Art. 17 WOZ, Art. 4 Uitv. Reg. iw WOZ, Art. 231 Gemw
Inhoudsindicatie
Deze uitspraak is niet voorzien van een samenvatting.
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Zittingsplaats Breda
Bestuursrecht
zaaknummers: BRE 20/8478, 21/4963, 21/4964, 21/4965, 21/5468, 22/7
[belanghebbende], uit [plaats], belanghebbende
en
de invorderingsambtenaar van de Belastingsamenwerking West-Brabant, (verweerder 1) en
de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking West-Brabant, (verweerder 2).
Inleiding
In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank de beroepen van belanghebbende tegen de invorderingskosten over de jaren 2019, 2020 en 2021. Ook het beroep van belanghebbende tegen de vastgestelde WOZ-waarde van het object aan [adres] te [plaats] (de woning) voor het jaar 2021 wordt beoordeeld.
Invorderingskosten 2020 zaaknummer 20/8478
Met bestreden besluit 1 van 18 augustus 2020 heeft de invorderingsambtenaar beslist op het bezwaar van belanghebbende. De in rekening gebrachte invorderingskosten voor de gemeentelijke en/of waterschapsbelastingen 2020 blijven gehandhaafd.
Invorderingskosten 2021, zaaknummer 21/4964 en 21/4965
Met bestreden besluit 2 van 22 oktober 2021 heeft de invorderingsambtenaar beslist op het bezwaar van belanghebbende. De in rekening gebrachte aanmaningskosten voor de gemeentelijke en/of waterschapsbelastingen 2021 blijven gehandhaafd.
Met bestreden besluit 3 van 22 oktober 2021 heeft de invorderingsambtenaar beslist op het bezwaar van belanghebbende. Het bezwaar is gegrond verklaard en de in rekening gebrachte kosten voor de betekening van het dwangbevel worden vernietigd, mits belanghebbende de aanslag binnen 14 dagen betaald.
Invorderingskosten 2019, zaakmummers 21/5468 en 22/7
Met bestreden besluit 4 van 10 december 2021 heeft de invorderingsambtenaar beslist op het bezwaar van belanghebbende. Het bezwaar is ongegrond verklaard. De in rekening gebrachte aanmaningskosten voor de gemeentelijke en/of waterschapsbelastingen 2019 blijven gehandhaafd.
Met bestreden besluit 5 van 17 december 2021 heeft de invorderingsambtenaar beslist op het bezwaar van belanghebbende. Het bezwaar is gegrond verklaard en de in rekening gebrachte kosten voor de betekening van het dwangbevel worden vernietigd, mits belanghebbende de aanslag binnen 14 dagen betaald.
WOZ zaaknummer 21/4963
Met bestreden besluit 6 van 5 november 2021 heeft de heffingsambtenaar beslist op het bezwaar van belanghebbende. Hij heeft de WOZ-waarde ongewijzigd vastgesteld op € 420.000,00.
De rechtbank heeft de beroepen op 15 september 2022 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: belanghebbende, namens de heffingsambtenaar [heffingsambtenaar], registertaxateur en namens de invorderingsambtenaar [invorderingsambtenaar].
De rechtbank zal in deze uitspraak eerst het WOZ-besluit bespreken en daarna de invorderingsbesluiten.
Totstandkoming van het WOZ-besluit
Belanghebbende is eigenaar van de woning. Het betreft een tussenwoning uit het
jaar 2016. De woning heeft 2 dakkapellen en een berging/schuur.
Met het besluit van 26 februari 2021 heeft de heffingsambtenaar de WOZ-waarde van de woning voor het jaar 2021 vastgesteld op € 420.000,--. Tevens is in dit besluit de onroerendzaakbelasting bekend gemaakt. De waardepeildatum is 1 januari 2020.
Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit. Het bezwaar is met bestreden besluit 6 ongegrond verklaard.