Home

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 15-03-2023, ECLI:NL:RBZWB:2023:1746, AWB - 20 _ 5299

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 15-03-2023, ECLI:NL:RBZWB:2023:1746, AWB - 20 _ 5299

Gegevens

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
15 maart 2023
Datum publicatie
11 april 2023
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2023:1746
Zaaknummer
AWB - 20 _ 5299
Relevante informatie
Art. 22 Wet WOZ, Art. 8:54 Awb

Inhoudsindicatie

Deze uitspraak is niet voorzien van een samenvatting.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Zittingsplaats Breda

Belastingrecht

zaaknummers: BRE 20/5299, 20/5300 en 20/5301

[belanghebbende], uit [plaats], belanghebbende

(gemachtigde: [gemachtigde]),

en

de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking West-Brabant (waterschap Brabantse Delta en de gemeente Breda; de heffingsambtenaar).

Inleiding

1.1

In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank de beroepen van belanghebbende tegen de uitspraken op bezwaar van de heffingsambtenaar van 7 februari 2020.

1.2

De heffingsambtenaar heeft aan belanghebbende voor de jaren 2017 en 2018 aanslagen zuiveringsheffing bedrijfsruimten betreffende het object [adres] te [plaats] (het object), met dagtekening 31 juli 2019 en aanslagnummers [aanslagnummer] en [aanslagnummer], opgelegd (de aanslagen zuiveringsheffing).

Tevens heeft de heffingsambtenaar bij beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) van 31 juli 2019 de waarde van het object op 1 januari 2017 (de waardepeildatum) vastgesteld op € 139.000 (de WOZ-beschikking). Met deze waardevaststelling is aan belanghebbende ook de aanslag in de onroerendezaakbelastingen gebruiker van de gemeente [plaats] voor het jaar 2018 opgelegd (de aanslag OZB).

1.3

De heffingsambtenaar heeft de bezwaren van belanghebbende gegrond verklaard en de WOZ-beschikking en de aanslagen OZB en zuiveringsheffing vernietigd.

1.4

Belanghebbende heeft beroepen ingediend tegen de uitspraken op bezwaar. De rechtbank heeft aan de beroepen inzake de aanslagen zuiveringsheffing voor de jaren 2017 en 2018 respectievelijk de zaaknummers BRE 20/5299 en 20/5300 toegekend, en aan het beroep inzake de WOZ-beschikking het zaaknummer BRE 20/5301.

1.5

Op 13 november 2020 heeft de rechtbank in alle drie de procedures een

8:54-uitspraak gedaan. Hiertegen heeft belanghebbende succesvol verzet ingesteld. De

8:54-uitspraken zijn komen te vervallen en de procedures zijn voortgezet in de stand waarin zij zich bevonden op 13 november 2020.

1.6

De heffingsambtenaar heeft op de beroepen gereageerd met verweerschriften.

1.7

De rechtbank heeft de beroepen op 1 februari 2023, gelijktijdig maar niet gevoegd, op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van belanghebbende, [gemachtigde], en [heffingsambtenaar] namens de heffingsambtenaar.

Feiten

2.1

Belanghebbende is de eigenaar van het object [adres] te [plaats].

2.2

De heffingsambtenaar heeft vastgesteld dat belanghebbende ten onrechte is aangemerkt als gebruikster van de onroerende zaak [adres] te [plaats]. Daarnaast heeft de heffingsambtenaar geconstateerd dat de aanduiding van het object op de aanslagbiljetten inzake de zuiveringsheffing mogelijk tot verwarring kan leiden. In de uitspraken op bezwaar heeft de heffingsambtenaar daarom de WOZ-beschikking en de aanslagen OZB en zuiveringsheffing vernietigd. Daarbij drie afzonderlijke proceskostenvergoedingen toegekend van € 130,50 (1 punt voor het bezwaarschrift en 1 punt voor de hoorzitting, met een waarde per punt van € 261 en een wegingsfactor 0,25).

Beoordeling door de rechtbank

Conclusie en gevolgen

Beslissing

Informatie over hoger beroep