Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 13-09-2023, ECLI:NL:RBZWB:2023:6189, BRE 22/5584
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 13-09-2023, ECLI:NL:RBZWB:2023:6189, BRE 22/5584
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Datum uitspraak
- 13 september 2023
- Datum publicatie
- 26 oktober 2023
- Zaaknummer
- BRE 22/5584
- Relevante informatie
- Art. 8:41 Awb, Art. 8:54 Awb, Art. 8:75a Awb
Inhoudsindicatie
8:54, 8:75a, proceskostenveroordeling.
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 22/5584
[belanghebbende], uit [plaats], belanghebbende,
(gemachtigde: mr. I.N.D.J. Rissema),
en
De heffingsambtenaar van de gemeente Breda, de heffingsambtenaar.
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek van belanghebbende om een veroordeling van de heffingsambtenaar in de proceskosten. Belanghebbende heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van zijn beroep tegen het besluit van de heffingsambtenaar van 25 oktober 2022. Het beroep ziet op de naheffingsaanslag parkeerbelasting met [aanslagnummer]. Hij heeft het beroep ingetrokken omdat de heffingsambtenaar op 14 april 2023 dit besluit heeft ingetrokken.
De rechtbank heeft de heffingsambtenaar in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om veroordeling in de proceskosten. De heffingsambtenaar heeft de rechtbank meegedeeld dat er aanleiding is voor een proceskostenvergoeding en dat er 1 punt kan worden toegekend voor het indienen van een beroepschrift met wegingsfactor 0,5.
De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.1