Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 12-10-2023, ECLI:NL:RBZWB:2023:7311, AWB - 21 _ 5724
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 12-10-2023, ECLI:NL:RBZWB:2023:7311, AWB - 21 _ 5724
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Datum uitspraak
- 12 oktober 2023
- Datum publicatie
- 26 oktober 2023
- Zaaknummer
- AWB - 21 _ 5724
- Relevante informatie
- Art. 8:54 Awb, Art. 8:41 Awb
Inhoudsindicatie
Pkv
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Zittingsplaats Breda
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 21/5724
[belanghebbende], uit [plaats], belanghebbende
(gemachtigde: mr. M. Kortekaas),
en
de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking West-Brabant, de heffingsambtenaar.
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek van belanghebbende om een veroordeling van de heffingsambtenaar in de proceskosten. Belanghebbende heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van haar beroep tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 16 november 2021. Zij heeft het beroep ingetrokken omdat zij met de heffingsambtenaar op 3 juli 2023 een compromis heeft gesloten.
De heffingsambtenaar verwijst voor de vergoeding van proceskosten naar het overeengekomen compromis.
De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.1
Beoordeling door de rechtbank
2. De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling toe. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld?
3. Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de bestuursrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten.2
Is de heffingsambtenaar aan belanghebbende tegemoetgekomen?
4. Op 24 december 2021 heeft belanghebbende beroep ingesteld tegen de uitspraak op bezwaar waarin het bezwaar van belanghebbende (gedeeltelijk) gegrond is verklaard. De heffingsambtenaar heeft op 3 juli 2023 met belanghebbende een compromis gesloten, waarbij de waarde van de woning van belanghebbende is verlaagd naar € 800.000,-. Hiermee is de heffingsambtenaar tegemoetgekomen aan het beroep van belanghebbende.
Welk bedrag aan proceskosten moet de heffingsambtenaar aan belanghebbende vergoeden?
5. De rechtbank wijst het verzoek als kennelijk gegrond toe. Belanghebbende krijgt een vergoeding van haar proceskosten. De heffingsambtenaar moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 837,- omdat belanghebbende dit bedrag aan kostenvergoeding in het compromis met de heffingsambtenaar overeen is gekomen. De rechtbank ziet geen aanleiding hiervan af te wijken. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.
Krijgt belanghebbende een vergoeding van het griffierecht?
6. De rechtbank wijst erop dat de heffingsambtenaar verplicht is het door belanghebbende betaalde griffierecht van € 49,- te vergoeden.3 De heffingsambtenaar heeft in het compromis al toegezegd dit bedrag aan belanghebbende te vergoeden.