Home

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 15-11-2023, ECLI:NL:RBZWB:2023:8187, BRE 22_1633

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 15-11-2023, ECLI:NL:RBZWB:2023:8187, BRE 22_1633

Gegevens

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
15 november 2023
Datum publicatie
11 december 2023
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2023:8187
Zaaknummer
BRE 22_1633
Relevante informatie
Art. 6:7 Awb, Art. 6:11 Awb, Art. 3:41 Awb

Inhoudsindicatie

mondelinge uitspraak ter zitting. beroep n-o. Ondeugdelijke verzendadministratie van de heffingsambtenaar. verzending op/rond datum uitspraak op bezwaar niet aannemelijk. indienen beroep zes weken na ontvangst uitspraak op bezwaar is niet redelijk.

Uitspraak

Zittingsplaats Breda

Belastingrecht

zaaknummer: BRE 22/1633


proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van 15 november 2023 van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

(gemachtigde: [bedrijf] ),

en

de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking West-Brabant (gemeente Breda), de heffingsambtenaar.

Procesverloop

1. Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 24 december 2021.

1.1.

De heffingsambtenaar heeft bij beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) de waarde van de onroerende zaak [adres] te [plaats 2] (de woning) op 1 januari 2020 (de waardepeildatum) vastgesteld op € 222.000 (de beschikking). Met deze waardevaststelling is aan belanghebbende ook de aanslag in de onroerendezaakbelastingen van de gemeente Breda voor het jaar 2021 opgelegd (de aanslag OZB).

1.2.

Belanghebbende heeft hiertegen bezwaar gemaakt. De heffingsambtenaar heeft dit bezwaar toegewezen en de vastgestelde waarde verlaagd tot € 215.000 en een kostenvergoeding toegekend. Belanghebbende heeft op 22 maart 2022 beroep ingesteld. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.

1.3.

De rechtbank heeft het beroep op 15 november 2023 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: namens belanghebbende [naam 1] en namens de heffingsambtenaar [taxateur] en [naam 2] . [naam 3] was als toehoorder aanwezig.

1.4.

Na afloop van de behandeling van de zaak op zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Overwegingen

2. Belanghebbende is eigenaar van de woning. De woning betreft een rijwoning (bouwjaar 1922) met een gebruiksoppervlakte van 87m² en beschikt over een berging. Het geheel staat op een perceel van 148m². De woning wordt verhuurd aan studenten.

3. Partijen zijn het niet eens over de hoogte van de WOZ-waarde van het object per waardepeildatum 1 januari 2020. Belanghebbende vindt dat de waarde van het object maximaal € 185.000 is. De heffingsambtenaar verdedigt de bij uitspraak op bezwaar vastgestelde waarde van € 215.000.

4. Met het aanslagbiljet van 26 februari 2021 heeft de heffingsambtenaar de beschikking genomen gericht aan belanghebbende. Deze beschikking houdt in dat de WOZ-waarde van de woning aan de [adres] in [plaats 2] is bepaald op € 222.000. Belanghebbende is eigenaar van de woning.

5. Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen de beschikking, waarna de heffingsambtenaar uitspraak op bezwaar heeft gedaan. Het bezwaar is gegrond verklaard en de WOZ-waarde is bepaald op € 215.000. Deze uitspraak is gedagtekend op 24 december 2021. Belanghebbende heeft op 22 maart 2022 beroep ingesteld.

6. De termijn voor het indienen van beroep bedraagt zes weken1 en vangt aan met ingang van de dag na die van de dagtekening van de uitspraak op bezwaar, tenzij de dag van dagtekening is gelegen vóór de dag van de bekendmaking.2 In dat geval vangt de termijn voor het maken van beroep aan op de dag na de datum waarop het besluit op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt. Bekendmaking gebeurt door toezending of uitreiking aan de belanghebbende.3 Bij een na afloop van de termijn ingediend beroepschrift blijft een niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.4

7. Het door belanghebbende ingediende beroep is ruim buiten de hiervoor genoemde termijn van zes weken ingediend. Belanghebbende betwist de verzending van de uitspraak op bezwaar op of rond de dagtekening daarvan. Pas op 8 februari 2022 heeft belanghebbende de uitspraak op bezwaar ontvangen en daarom belanghebbende niet kan worden tegengeworpen dat hij niet binnen de termijn van zes weken beroep heeft ingesteld. Wel heeft hij binnen zes weken nadat hij de uitspraak op bezwaar alsnog had ontvangen beroep ingesteld. Dat is ook tijdig, aldus belanghebbende. Het is aan de heffingsambtenaar om de verzending van de uitspraak op bezwaar op de genoemde datum aannemelijk te maken.5

8. De heffingsambtenaar heeft een kopie van de uitspraak op bezwaar met dagtekening 24 december 2021 overgelegd en een uitdraai van een orderformulier van PostNL. Ter zitting heeft de heffingsambtenaar toegelicht dat uit de administratie volgt dat de uitspraak op bezwaar op 22 december 2021 is gefiatteerd waarna deze is verzonden. . De rechtbank constateert dat uit de uitdraai niet valt af te leiden welk poststuk op die dag is afgedrukt en verstuurd en oordeelt dat de stukken die de heffingsambtenaar heeft overgelegd niet zijn aan te merken als een deugdelijke verzendadministratie.

9. Nu er geen deugdelijke verzendadministratie is overgelegd, is niet aannemelijk gemaakt dat de uitspraak op bezwaar op of rond 24 december 2021 is verstuurd.

Een beroep is dan alsnog tijdig als dat zo spoedig mogelijk als redelijkerwijs kan worden verlangd is ingediend.6 Uit jurisprudentie volgt dat dat tenminste een termijn van veertien dagen is.7 Het beroepschrift is ingediend op 22 maart 2022. Dat is zes weken nadat belanghebbende kennis heeft genomen van de uitspraak op bezwaar. Ter zitting heeft belanghebbende verklaard dat er goed moest worden gekeken naar de inhoud van de uitspraak op bezwaar omdat een deel van de bezwaren gegrond is verklaard. De rechtbank is van oordeel dat dit onvoldoende is om het indienen van een beroepschrift na pas zes weken redelijk te vinden. Het was overigens ook mogelijk om een pro forma beroepschrift in te dienen, zoals ook de heffingsambtenaar heeft benoemd.

Conclusie en gevolgen

Informatie over hoger beroep