JBO 2021/31 - Omgevingsvergunning aanleg geluidwal terecht verleend
ECLI:NL:RBNHO:2021:7979, datum uitspraak 14-09-2021, publicatiedatum 16-09-2021
Aflevering 7, gepubliceerd op 19-10-2021 De gronden van het […] verzoek richten zich tegen de aanleg van de nutsleidingen en de riolering alsmede tegen verweerders standpunt dat de aanleg van de grondwal vergunningsvrij is. […] De voorzieningenrechter [houdt] het er voorshands voor dat de initiatiefnemer niet heeft beoogd om ook voor de aanleg van de grondwal een omgevingsvergunning aan te vragen. In dat geval moet de mededeling van verweerder dat voor de aanleg geen vergunning nodig is, […] worden gekwalificeerd als een informatieve mededeling dat de aanleg daarvan omgevingsvergunningvrij is. De voorzieningenrechter zal het er voorshands voor houden dat verweerders standpunt in zoverre een ambtshalve gegeven bestuurlijk rechtsoordeel betreft. Zo’n rechtsoordeel is in beginsel niet aan te merken als een besluit als bedoeld in artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). […] Verzoekster kan, indien wordt begonnen met de aanleg van een grondwal, een handhavingsverzoek indienen, hetgeen in dit geval de aangewezen ingang is tot een eventuele bestuursrechtelijke procedure. Tegen verweerders beslissing daarop staat bezwaar open […]. Gelet op het vorenstaande is de voorzieningenrechter van oordeel dat er geen reden is om op dit punt de verzochte voorlopige voorziening te treffen. […] Vast staat dat het tracé van de nutsvoorziening en de riolering deels gepland staat op gronden in eigendom van verzoekster. […] De voorzieningenrechter is van oordeel dat voor zover de aanleg van de nutsvoorzieningen en de riolering zal plaatsvinden op gronden die niet aan verzoekster toebehoren er vooralsnog geen aanleiding bestaat voor het oordeel dat verweerder in redelijkheid de omgevingsvergunning niet heeft mogen verlenen. Daarbij is met name van belang dat verweerder -anders dan verzoekster lijkt te betogen- voldoende rekening heeft gehouden met de archeologische waarden van de grond in kwestie [gelet op de bevindingen van archeologisch expertisebureau Argo]. Gelet hierop zijn er geen dan wel onvoldoende aanknopingspunten voor het oordeel dat met de verleende omgevingsvergunning onevenredige afbreuk zal worden gedaan aan het behoud van de archeologische waarden van de gronden. Voor zover verzoekster anders heeft betoogd, wordt zij daarin niet gevolgd. Voor zover de aanleg van de nutsvoorzieningen en de riolering dient plaats te vinden op gronden die in eigendom zijn van verzoekster, staat gelet op het verhandelde ter zitting genoegzaam vast dat verzoekster niet van zins is om initiatiefnemer toestemming te verlenen om dat deel van het tracé aan te leggen. In zoverre bestaat er derhalve geen noodzaak om het bestreden besluit op dit punt te schorsen. Initiatiefnemer kan immers wegens het ontbreken van een privaatrechtelijke toestemming dat deel van het tracé niet aanleggen. Initiatiefnemer zal zich mitsdien eerst tot de civiele rechter moeten wenden.