JM 2019/903 - Prejudiciële vragen over de kern van het Nederlandse bestuursprocesrecht
Aflevering 4, gepubliceerd op 25-10-2019 geschreven door Plambeck, E.J.H.Als het gaat over de kern van het Nederlandse bestuursprocesrecht, dan hebben we het over het bestuursorgaanbegrip, het besluitbegrip, het belanghebbende-begrip en de koppelingen die tussen deze begrippen zijn gemaakt. Daarbij komt dat deze begrippen uiteindelijk bepalen of de bestuursrechter bevoegd is, aangezien in artikel 8:1 van de Awb is opgenomen dat een belanghebbende tegen een besluit beroep kan instellen bij de bestuursrechter. Over de koppeling tussen de bevoegdheid van de bestuursrechter en het besluitbegrip is al vaak discussie geweest.1 Dat is voornamelijk een nationaalrechtelijke discussie over de verhouding tussen de bestuursrechter en de civiele rechter, oftewel de ‘magische lijn’.2 Echter, vanuit een internationaal- en Europeesrechtelijke dimensie kan hier ook wel het nodige over worden gezegd. In deze bijdrage staat dan ook een opzienbarende verwijzingsuitspraak centraal, waarin prejudiciële vragen zijn gesteld aan het Hof van Justitie over drie essentiële ambtshalve te toetsen aspecten, namelijk het belanghebbende-begrip, de inspraakverplichting en de onderdelentrechter.3