NTFR 2020/3172 - Hoge Raad beantwoordt prejudiciële vragen over pensioenartikel belastingverdrag met Portugal II
ECLI:NL:HR:2020:1733, datum uitspraak 06-11-2020, publicatiedatum 06-11-2020
Aflevering 46, gepubliceerd op 12-11-2020 met annotatie van dr. mr. M van DunBelanghebbende is inwoner van Portugal en ontvangt een AOW-uitkering. De inspecteur heeft deze AOW-uitkering belast. Ook is deze AOW-uitkering in de Portugese belastingheffing betrokken. Rechtbank Zeeland-West-Brabant (NTFR 2020/1491) heeft de Hoge Raad prejudiciële vragen gesteld over de verdeling van de heffingsbevoegdheid tussen woonstaat Portugal en bronstaat Nederland. De tekst van art. 18, lid 2 van het Belastingverdrag Nederland-Portugal (hierna: Verdrag) is niet duidelijk. De Hoge Raad komt tot de slotsom dat een uitkering die is betaald krachtens de bepalingen van het socialezekerheidsstelsel van Nederland aan een inwoner van Portugal, op grond van art. 18, lid 2, Verdrag in Nederland alleen mag worden belast als is voldaan aan elk van de in onderdeel a, b en c van art. 18, lid 2 gestelde voorwaarden. Voor de toepassing van art. 18, lid 2, onderdeel b, Verdrag geldt dat is voldaan aan de voorwaarde dat een uitkering in de heffing wordt betrokken wanneer die uitkering volgens de wetgeving van de woonstaat in de belastingheffing moet worden betrokken. Daarbij komt geen betekenis toe aan het effect op die heffing van maatregelen ter voorkoming van dubbele belasting. Verder antwoordt de Hoge Raad dat AOW-uitkeringen niet voldoen aan de voorwaarde van art. 18, lid 2, onderdeel a, Verdrag (omslagstelsel).