NTFR 2020/3431 - Heffingsmaatstaf forensenbelasting gemeente Ommen in strijd met het gelijkheidsbeginsel (n-o)
ECLI:NL:HR:2020:1820, datum uitspraak 20-11-2020, publicatiedatum 20-11-2020
Aflevering 48, gepubliceerd op 26-11-2020 Belanghebbende heeft een gemeubileerde recreatiewoning in de gemeente Ommen. Daarvoor is aan hem een aanslag forensenbelasting opgelegd van € 1.620, gebaseerd op een WOZ-waarde van € 140.000. De recreatiewoning van belanghebbende maakt geen onderdeel uit van een recreatieterrein als bedoeld in art. 16, onderdeel e, Wet WOZ. Was dat wel het geval geweest, dan zou een bedrag van € 225 aan forensenbelasting verschuldigd zijn. Hof Arnhem-Leeuwarden (4 februari 2020, nr. 18/00550, NTFR 2020/820) heeft geoordeeld dat de in de verordening opgenomen heffingsmaatstaf in strijd is met het gelijkheidsbeginsel. Recreatiewoningen die onderdeel uitmaken van een recreatieterrein zijn vergelijkbaar met recreatiewoningen die geen onderdeel uitmaken van een recreatieterrein. In het eerste geval worden recreatiewoningen aan de hand van de WOZ-waarde ingedeeld in tariefklassen waarbij het minimumtarief € 755 is, terwijl in het tweede geval € 225 verschuldigd is ongeacht de WOZ-waarde. Belastingplichtigen die een gemeubileerde recreatiewoning hebben die geen onderdeel uitmaakt van een recreatieterrein, worden aldus ongunstiger behandeld. Daarvoor heeft de heffingsambtenaar geen goede reden gegeven. Het hof heeft de aanslag verminderd naar € 225, zijnde het tarief voor recreatiewoningen die onderdeel uitmaken van een recreatieterrein.